Op 6 juli 2022 lanceerden het ministerie van VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en LNV Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) het Nationaal actieplan versterken zoönosebeleid. Met dit plan wil het kabinet de komende vier jaar het zoönosenbeleid verder verstevigen om de risico’s op het ontstaan en de verspreiding van zoönosen in de toekomst te verkleinen en voorbereid te zijn op een eventuele uitbraak. Hieruit voortkomend is het RIVM verzocht dit jaar een plan van aanpak op te stellen dat beschrijft wat er op een negental thema’s nodig is ter versterking van het zoönosenbeleid. Deze opdracht sluit aan bij andere opdrachten vanuit de beleidsagenda pandemische paraatheid aan het RIVM.

Belangrijkste onderdelen van het uit te werken plan van aanpak

Hieronder worden de 9 thema’s van het plan van aanpak kort beschreven.

1. Versterking One Health-signalering

In het Signaleringsoverleg Zoönosen (SO-Z Signaleringsoverleg Zoönosen (Signaleringsoverleg Zoönosen)) – de eerste schakel van de zoönosenstructuur – worden potentiële zoönotische signalen vanuit diverse monitoringssystemen (veehouderij, wildlife, vectoren, gezelschapsdieren en de mens) besproken en geduid. Het SO-Z evalueert haar functioneren en de witte vlekken in signalen. Ook wordt een overzicht gemaakt van relevante niet-humane signaleringsystemen. Mogelijke verbeterpunten worden in kaart gebracht voor zowel een meer geïntegreerde One Health-signalering als om signaleren uit niet-humane reservoirs te versterken.

2. Versterking One Health surveillance

Versterking van de OH-surveillance betekent dat verschillende bestaande OH-surveillancesystemen in kaart worden gebracht om best practices te identificeren en uit te bouwen. Ook zal beschreven worden wat onder One Health-surveillance wordt verstaan en voor welke zoönosen de opzet van een OH-surveillance relevant is. Hiervoor zal in eerste instantie worden gefocust op de lijst van meldingsplichtige zoönosen. Daarna kijken we ook naar relevante niet-meldingsplichtige zoönosen op de EmZoo Emerging Zoonoses (Emerging Zoonoses)-lijst. Ook zal een scenario voor disease X-surveillance worden uitgewerkt en bestaande samenwerkingsafspraken worden geëvalueerd en verbeterpunten aangegeven. Dit zal in samenhang gebeuren met de opdracht Vernieuwing surveillance infectieziekten.

3. One Health-datadelen en ICT Informatie- en communicatietechnologie (Informatie- en communicatietechnologie)

Datadelen en ICT zijn dienend aan het surveillancesysteem als geheel (organisatie, processen en systemen). Uitkomsten van witte vlekken-analyse worden daarom als uitgangspunt gebruikt bij het uitwerken van verbeteringen voor datasharing en ICT. Er wordt een voorstel voor de vernieuwing van de omgeving voor datadelen voor One Health-surveillance ontwikkeld. Hiertoe worden de huidige datadeel- en ICT-faciliteiten voor One Health-surveillance geïnventariseerd en de mogelijkheden van ICT-ondersteuning voor signalering (riscio-inschattingen) onderzocht. Dit thema kent een sterke samenhang met thema 2.

4. Prioritering zoönosen

Voor gericht zoönosenbeleid is prioritering nodig. Er zal een plan van aanpak worden opgesteld en voorbereid om met de relevante partners in 2023 de huidige EmZoo-lijst te updaten.

5. Kennis en innovatie

Voor emerging zoönosen zullen in deze opdracht onderzoeksvoorstellen worden opgesteld voor (1) rapid risk-assessment tools om nieuwe zoönotische signalen te duiden en (2) voor verbeterde detectiemethoden (next generation sequencing, eDNA en bio-informatica) voor One Health-surveillance. Ook wordt verkend op welke onderzoeksterreinen het RIVM en de WUR Wageningen University & Research (Wageningen University & Research)/ERRAZE samen kunnen optrekken.

6. Internationale onderzoeksactiviteiten

Internationaal worden momenteel veel initiatieven ontplooid op het gebied van pandemic prevention en preparedness. RIVM neemt deel aan of trekt een aantal internationale consortia. Er zal een overzicht van de verschillende initiatieven gemaakt worden, met een afwegingskader of deelname gewenst is.

7. Response

Een adequate en tijdige respons op humane ziektegevallen ten gevolge van een zoönose is van groot belang, vooral bij een zoönose met een pandemisch potentieel. De richtlijnen en draaiboeken van het LCI Landelijke coördinatie infectieziektebestrijding (Landelijke coördinatie infectieziektebestrijding) spelen hierin een cruciale rol. Het LCI zal de komende jaren inzetten op het versneld op orde brengen van de richtlijnen van zoönosen met een grote impact en het borgen van voldoende aandacht voor (onbekende) zoönotische verwekkers in het generieke draaiboek. . Ook wordt geïnventariseerd hoe de regionale samenwerking in de bestrijding van zoönosen kan worden versterkt en wordt er een plan gemaakt voor oefenen en trainen voor respons bij zoönosen.

8. Leefomgeving

De leefomgeving verandert en naast positieve effecten van een gezonde en groene leefomgeving, is er ook aandacht nodig voor risico’s. Zoals bijvoorbeeld milieu-overdraagbare infectieziekten en zoönosen. Instrumenten voor integrale afweging voor het prioriteren van infectierisico’s, zoals de waterkwaliteitscheck of de ECDC European Centre for Disease Prevention and Control (European Centre for Disease Prevention and Control) CCQMRA-tool, worden verder ontwikkeld. Ook zal het RIVM met het Centrum Monitoring Vectoren van de NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) een plan opstellen voor een kennisplatform  vectoren en vectorgebonden infectieziekten. Hierbij worden gemeenten, provincies, GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)’en en private partners betrokken. Ook zal afstemming plaatsvinden met het RIVM/ZonMw Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie (Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie)-onderzoeksprogramma “Gezonde en groene leefomgeving”.

9. Zoönosegeletterdheid

De term ‘zoönosegeletterdheid’ is in het rapport Bekedam ‘Zoönosen in het Vizier’ geïntroduceerd, echter ontbreekt een heldere situatieschets, probleemanalyse en beleids- en communicatiedoelen. In deze opdracht wordt dit voor de doelgroep burgers nader in kaart gebracht. Een gericht marktonderzoek zal inzicht geven in de huidige en gewenste situatie m.b.t. kennis en gedragsvraagstukken voor nader te bepalen subdoelgroepen en zoönosen. Vervolgens wordt een strategische communicatieplan zoönosen opgesteld. Hierop vooruitlopend worden al enkele quick wins opgepakt, zoals het actualiseren van huidige communicatiemiddelen.

Uitwerking

In deze opdracht wordt gewerkt aan planvorming en omvat dus nog niet de implementatie van de voorgestelde aanpassingen. Bij de ontwikkeling van het plan van aanpak zal met name gebruik worden gemaakt van ‘lessons learnt’ uit bestaande evaluaties, reviews en adviesrapporten. Ook zal bij de uitwerking afstemming plaatsvinden met andere direct betrokken partners, zoals NVWA, WBVR Wageningen Bioveterinary Research (Wageningen Bioveterinary Research) en GGD’en, alsmede de andere centra binnen het CIb Centre for Infectious Disease Control (Centre for Infectious Disease Control) die zich bezig houden met verbeterde pandemische paraatheid op het gebied van monitoring en surveillance, diagnostiek en regionale en landelijke infectieziektebestrijding.