Het RIVM monitort wekelijks hoeveel mensen luchtwegklachten hebben en welke virussen er worden gevonden bij mensen met deze klachten. Iedere woensdag publiceert het RIVM de actuele cijfers.
Update 30 september 2026: niveau van luchtweginfecties in Nederland is heel laag
| Het niveau van luchtweginfecties in Nederland is op dit moment heel laag. | ||
| 6% van de deelnemers aan Infectieradar heeft klachten van een luchtweginfectie. Dat is hoger dan vorige week. | ||
| Het aantal mensen dat met een luchtweginfectie bij de huisarts komt is 116 per 100.000. Dat is vergelijkbaar met vorige week. | ||
Afgelopen week werd dit virus het meest aangetoond in laboratoriumonderzoek:
|
Het RIVM monitort wekelijks hoeveel mensen luchtwegklachten hebben en welke virussen er worden gevonden bij mensen met deze klachten. Het aandeel deelnemers aan Infectieradar met luchtwegklachten stijgt sinds enkele weken, maar bevindt zich nog op een laag niveau. Zowel bij de huisarts (Nivel Zorgregistraties eerste lijn) als op de intensive care (SARI-surveillance) is het aantal mensen met luchtwegklachten laag. In afgenomen monsters bij mensen met luchtwegklachten, werd rhinovirus het meest aangetoond.
Direct naar
Figuren over luchtweginfecties
In de figuren hieronder staat informatie over luchtweginfecties in Nederland. De cijfers van de laatste weken zijn nog niet volledig. Dat komt doordat sommige cijfers later binnenkomen.
Bron grafiek: Infectieradar RIVM.
Infectieradar deelnemers hebben klachten van een acute luchtweginfectie als ze hoesten, keelpijn hebben, kortademig zijn, een loopneus of een verstopte neus hebben doorgegeven.
Bron grafiek: Infectieradar RIVM.
Het RIVM vraagt deelnemers aan het Infectieradar zelftestonderzoek een corona zelftest te doen als zij klachten hebben die passen bij corona of bij een andere luchtweginfectie, zoals hoesten, keelpijn, kortademigheid, een loopneus of een verstopte neus. Een deel van deze mensen wordt gevraagd om ook een neus- en keelmonster op te sturen naar het RIVM. Het RIVM onderzoekt of dit monster het coronavirus, een griepvirus of een verkoudheidsvirus bevat. Het merendeel van deze mensen met klachten heeft hiervoor niet de huisarts bezocht.
Let op: iemand kan meerdere infecties tegelijk hebben. Hierdoor kunnen de gestapelde percentages in de grafiek een hoger percentage monsters positief aangeven, dan in werkelijkheid het geval is. Nog niet alle monsters die de afgelopen week zijn opgestuurd zijn al getest. Deze uitslagen zullen volgende week worden aangevuld.
Bron grafiek: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn.
Let op: Vanaf 2 september 2026 toont deze grafiek het aantal patiënten per 100.000 mensen per week met een acute luchtweginfectie. Het gaat dan alleen om het aantal nieuwe ziektegevallen in die week. Hierdoor zijn de aantallen anders dan de eerder publiceerde cijfers. Meer informatie over deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance). Deze gegevens zijn van onderzoeksinstituut Nivel. Gebruik van deze gegevens is toegestaan met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.
Bron grafiek: RIVM en Peilstations participerend in Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn.
Bij een steekproef van de personen die de huisarts bezoeken met een acute luchtweginfectie worden monsters afgenomen voor de landelijke respiratoire surveillance. Dit wordt gedaan door huisartsenpraktijken die deelnemen aan de Peilstations van Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. De patiënten die bij deze praktijken staan ingeschreven vormen een groep van ruim 2% van de Nederlandse bevolking en de Peilstation praktijken zijn door heel Nederland gevestigd. De resultaten van personen met een griepachtig ziektebeeld zijn op de griepwebpagina te vinden.
Door een lage hoeveelheid virus kan het in enkele gevallen voorkomen dat het rhinovirus en het enterovirus niet van elkaar te onderscheiden zijn. Hierbij is het niet te bepalen of rhinovirus of enterovirus allebei voorkomen, of één van de twee. Daarom wordt deze uitslag in de grafiek als Rhino/Enterovirus weergegeven.
Let op: iemand kan meerdere infecties tegelijk hebben. Hierdoor kunnen de gestapelde percentages in de grafiek een hoger percentage monsters positief aangeven, dan in werkelijkheid het geval is.
Bron grafiek: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn.
Let op: Deze gegevens zijn afkomstig van onderzoeksinstituut Nivel. Meer informatie over de totstandkoming van deze cijfers is te vinden op Methode vaststellen cijfers ziekten per week (Nivel Surveillance) | Nivel. De gegevens mogen gebruikt worden met de volgende bronvermelding: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn. Utrecht: Nivel, 2026.
Bron grafiek: Nationale Intensive Care Evaluatie (NICE) registratie.
Een opname in de grafiek staat voor een patiënt op de (Intensive care) met een acute luchtweginfectie als opnamediagnose. Er zijn op dit moment voor 49 van de zeventig IC-afdelingen in Nederland wekelijkse gegevens beschikbaar.
De getoonde gegevens kunnen wekelijks veranderen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als meer IC's geautomatiseerd gegevens gaan aanleveren, of als er één of meerdere IC’s problemen ondervinden met de data aanlevering. Ook kan het aantal opnames met terugwerkende kracht, voornamelijk over de laatste acht weken, wekelijks veranderen. Dit gebeurt onder andere door aanpassingen in diagnosecodes of doordat meldingen later binnenkomen. Meer informatie vindt u op deze pagina.
*Exclusief data van intensive care afdelingen voor kinderen (PICU's)