RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Het surveillancesysteem van de Centra Seksuele Gezondheid

A.S.G. van Dam, F. van Aar, B.H.B. van Benthem

Het Seksueel Overdraagbare Aandoeningen Peilstation (SOAP) is het surveillancesysteem van de Centra Seksuele Gezondheid (CSG). In totaal registreren 26 CSG de gegevens van elk consult. Dit systeem geeft landelijk inzicht in seksueel overdraagbare aandoeningen (soa), vindpercentages en epidemiologische gegevens, zoals risicogedrag. Deze gegevens leveren input voor preventiebeleid. In 2015 is het surveillancesysteem geëvalueerd door de CSG en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Na de evaluatie zijn er vragen aangepast in het surveillanceformulier. Verder zal er een gebruikershandleiding ontwikkeld worden voor de CSG.

Centra Seksuele Gezondheid

In Nederland zijn er 26 CSG verdeeld over 8 regio’s (Figuur 1). De CSG hanteren allen dezelfde triagering en de richtlijnen en protocollen van de Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI) van het RIVM. Hoogrisicogroepen voor soa, zoals mannen die seks hebben met mannen (MSM), sekswerkers en jongeren <25 jaar kunnen terecht bij de CSG voor voorlichting en een gratis soatest. (1) Een algoritme bepaalt welke testen bij een cliënt worden afgenomen. (2) De socio-demografische gegevens en die over risicogedrag en klinische en microbiologische gegevens worden geregistreerd in het eigen registratiesysteem van CSG: SH-direct of Aphrodite. Gegevens die belangrijk zijn voor de landelijke surveillance, zoals tot welke hoogrisicogroep iemand behoort en de uitslag van de soatest, worden anoniem doorgestuurd naar SOAP. Het RIVM verzamelt en analyseert de gegevens.

De CSG diagnosticeren ongeveer een derde van alle soa in Nederland. (3) Mensen die niet tot een hoogrisicogroep behoren worden doorverwezen naar de huisarts voor een soatest.


Figuur 1. Acht regio?s met de 26 CSG en de co?rdinerende GGD?en

Figuur 1. Acht regio’s met de 26 CSG en de coördinerende GGD’en


SOAP

Sinds 1984 worden soa nationaal geregistreerd. Dit was destijds de verantwoordelijkheid van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). In 1995 nam het RIVM de registratie over.

De huidige doelstellingen van SOAP zijn;

Het genereren van gegevens voor:

  • regionale en nationale surveillance met als doel seksuele gezondheid te verbeteren en beleidsbeïnvloeding;
  • wetenschappelijk onderzoek met als doel seksuele gezondheid te verbeteren;
  • de subsidie Aanvullende seksuele gezondheidszorg (ASG).

Een epidemioloog van het RIVM checkt de data wekelijks op opvallende zaken, bijvoorbeeld of er landelijke verheffingen zijn van soa zoals gonorroe of lymphogranuloma venereum (LGV). De gegevens worden 2 keer per jaar geanalyseerd voor de halfjaarlijkse Thermometer seksuele gezondheid (Figuur 2), met daarin de belangrijkste uitkomsten van de surveillance en het uitgebreide jaarrapport. Jaarlijks wordt het rapport Sexually transmitted infections including HIV in the Netherlands uitgebracht, met daarin een overzicht van de informatie uit alle surveillancesystemen op het gebied van seksuele gezondheid in Nederland. Opmerkelijke signalen of trends worden vermeld in het verslag van het Signaleringsoverleg infectieziekten. Dit verslag wordt wekelijks verstuurd naar professionals in het infectieziektenwerkveld. SOAP heeft een gebruikersreglement en een registratiecommissie. De registratiecommissie beslist over nieuwe vragen op het surveillanceformulier en beoordeelt verzoeken voor het gebruik van de landelijke surveillancegegevens voor onderzoek.

Opzet evaluatie

Door de verschillende werkwijzen per CSG ontstond de indruk dat sommige vragen op het surveillanceformulier verschillend geïnterpreteerd werden. Dit was de aanleiding voor de evaluatie. We maakten gebruik van de richtlijnen van het Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) voor het evalueren van een surveillancesysteem. (4) De doelstellingen van de evaluatie waren: beschrijven van het surveillancesysteem, evaluatie van de bruikbaarheid, gegevenskwaliteit en representativiteit van het systeem en de verwachtingen van de CSG ten opzichte van het RIVM. In de 8 regio’s namen we interviews af met een arts en verpleegkundige en op het RIVM met een epidemioloog.


Figuur 2. Thermometer seksuele gezondheid soa 2015

Figuur 2. Thermometer seksuele gezondheid soa 2015


Resultaten

In totaal zijn in de 8 regio´s 7 interviews met een arts en verpleegkundige op locatie gehouden en 1 interview werd telefonisch afgenomen. In 1 regio gebruikt men naast SH-direct ook een ziekenhuisregistratiesysteem.

De selectie van cliënten voor het spreekuur gaat op verschillende manieren. Doktersassistenten of administratief medewerkers bepalen telefonisch aan de hand van een triageschema of de cliënt in een hoogrisicogroep valt en plannen de spreekuren in. Bij andere CSG vullen cliënten online een vragenlijst in en kunnen ook online een afspraak maken als zij tot een hoogrisicogroep behoren. Tussen de CSG is een enorme variatie in spreekuren: algemene spreekuren, klachten- en spoedspreekuren, behandelspreekuren, inloopspreekuren, spreekuren voor bepaalde hoogrisicogroepen, spreekuren van Sensecentra voor seksuele gezondheid en spreekuren op bepaalde locaties, zoals gaysauna´s. Ook worden de spreekuren door verschillende medewerkers gehouden. Bij sommige CSG zijn dat alleen verpleegkundigen en bij 1 CSG ook doktersassistenten, met een arts als achterwacht. Bij andere CSG doen artsen wel spreekuren, dit zijn dan vooral de spreekuren voor cliënten met klachten.

De anamnese wordt op verschillende manieren met de cliënten doorgenomen. Cliënten vullen deze al online in, vullen een vragenlijst op papier in of de vragen worden tijdens het consult samen met de CSG-medewerker doorgenomen.

Bruikbaarheid

Voor de evaluatie van de bruikbaarheid zijn de doelen van SOAP geanalyseerd.

Het eerste doel is het genereren van gegevens voor regionale en nationale surveillance om seksuele gezondheid te verbeteren en beleid te ondersteunen. Ten tijde van de evaluatie werden de gegevens van Aphrodite slechts eens per kwartaal doorgestuurd naar het RIVM. Dit is te weinig om landelijke trends tijdig op te sporen. Regionale surveillance wordt door 5 geïnterviewde CSG elk kwartaal uitgevoerd, bij 1 CSG half jaarlijks en bij 2 CSG jaarlijks. Het doel wordt wel behaald omdat er gegevens gegenereerd worden waarmee men regionale en landelijke surveillance kan uitvoeren. Wel bestaan er grote verschillen in het toepassen van regionale surveillance, daarom werd er in het najaar van 2016 een bijeenkomst georganiseerd over regionale surveillance door het RIVM.

Het tweede doel van SOAP is het genereren van data voor wetenschappelijk onderzoek naar het verbeteren van seksuele gezondheid . Dit doel wordt ook behaald. In het verleden heeft SOAP al veel publicaties van onderzoeken opgeleverd. Sinds de huidige evaluatie van SOAP zijn er 2 onderzoeken gepubliceerd en zijn er nog 10 onderzoeken lopende. Het laatst gepubliceerde onderzoek zocht bijvoorbeeld uit hoe veel MSM het 6-maandelijkse testadvies opvolgen.

Het derde doel is het genereren van data voor de effectuatie van de subsidie ASG. Jaarlijks worden de gegevens gebruikt voor het nagaan of de juiste risicogroepen zijn gezien en behandeld bij de CSG. In de afgelopen 3 jaar lag het percentage cliënten dat voldeed aan tenminste 1 van de triagecriteria steeds boven de 95%. Dit laatste doel is ook behaald omdat de ASG-regeling meerdere keren is aangepast. Personen die anoniem willen blijven, personen met wisselende contacten en prostituanten zijn voorbeelden van triagecriteria die vanwege de lage vindpercentages zijn teruggedraaid. Dit betekent dat deze groepen alleen nog terecht kunnen bij de CSG indien zij aan 1 van de andere triagecriteria voldoen.

 

Gegevenskwaliteit

Om de kwaliteit van de gegevens te evalueren is tijdens de interviews het surveillanceformulier doorgenomen. De interpretatie van een aantal vragen verschilt. De CSG gaan bijvoorbeeld verschillend om met het invullen van de postcode als deze onbekend is; sommige vullen de postcode van de testlocatie in of een willekeurige postcode. Er zijn plannen om in de toekomst ook geografische overzichten te maken, zoals in de Atlas Infectieziekten. Dan is het van belang dat een onbekende postcode landelijk op dezelfde wijze gecodeerd wordt. Andere vragen die verschillend worden geïnterpreteerd of ingevuld; geslacht optie transgender (sommige CSG vullen het geslacht in wat iemand op dat moment medisch heeft), aantal seksuele contacten (vooral bij prostituees wordt er vaak een schatting van het aantal contacten ingevuld), partnerwaarschuwing, condoomgebruik en vaste of losse partner bij laatste seksueel contact. Een aantal vragen uit het surveillanceformulier kan eruit of moet volgens de geïnterviewde artsen en verpleegkundigen anders geformuleerd worden.

Representativiteit

Het is nog steeds onbekend welke hoogrisicogroepen worden bereikt via de CSG. Bij medewerkers van de CSG bestaat het vermoeden dat niet alle cliënten tot een hoogrisicogroep behoren, terwijl de cliënt dit wel aangeeft. Ook blijkt dat in sommige regio´s vooral hoogopgeleide cliënten de weg naar de CSG weten, laagopgeleide mensen worden minder goed bereikt. Naast onbekendheid van de CSG bij laagopgeleiden kan dit ook te maken hebben met de bereikbaarheid van de CSG-locaties (veelal in de steden).

Verwachtingen van het RIVM

De CSG waarderen de halfjaarlijkse Thermometer seksuele gezondheid. Deze is kort en bondig met overzichtelijke infographics. Het jaarrapport wordt vooral door onderzoekers en artsen van de CSG gelezen. Sommige CSG geven aan dat ze graag meer regionale vergelijkingen zouden zien. Er is geen structuur vastgelegd hoe alle CSG-medewerkers worden geïnformeerd bij een verheffing. Het blijkt bijvoorbeeld dat niet alle CSG-medewerkers het verslag van het Signaleringsoverleg Infectieziekten ontvangen.

Conclusie en aanbevelingen

Het surveillancesysteem is van grote waarde omdat het naast het voorkomen van soa ook inzicht geeft in epidemiologische gegevens zoals risicogedrag. Voor landelijke surveillance is het van belang dat gegevens tijdig worden aangeleverd bij het RIVM. Daarom worden de gegevens van Aphrodite sinds begin 2016 ook dagelijks doorgestuurd. Een tweede aanbeveling is om een earlywarningstructuur vast te leggen. Het blijkt dat niet alle CSG-medewerkers het verslag van het Signaleringsoverleg Infectieziekten krijgen. Dus signalen die daarin gedeeld worden bereiken niet de juiste groep.

De CSG gebruiken allen dezelfde triage, LCI-richtlijnen en protocollen. Binnen deze kaders bestaan er echter wel verschillen in werkwijze tussen CSG . Omdat alle medewerkers van de CSG op basis van dezelfde richtlijnen werken vinden we de gegenereerde gegevens betrouwbaar. Om de verschillen in interpretatie van vragen op het surveillanceformulier te voorkomen, kan het RIVM in samenwerking met de CSG een handleiding ontwikkelen. Er kan ook een gebruikersdag worden georganiseerd om hier aandacht aan te besteden. Aanpassingen van een aantal vragen op het surveillanceformulier zijn al doorgevoerd in 2016 en 2017 naar aanleiding van deze evaluatie.

De representativiteit van het systeem is nog steeds onduidelijk. Het is aan te bevelen om hier extra onderzoek naar te doen. Als er goede afspraken zijn gemaakt over het invullen van de postcode kan bijvoorbeeld een vergelijking worden gemaakt met de cijfers van de bevolkingsopbouw van CBS. Daarnaast zouden de CSG in gebieden waar mensen nog slecht worden bereikt extra activiteiten moeten ondernemen.

Auteurs

A.S.G. van Dam1,2,3, F. van Aar2, B.H.B. van Benthem2

1. GGD Hart voor Brabant, ’s-Hertogenbosch
2. Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven
3. European Programme for Intervention Epidemiology Training, European Centre for Disease Prevention and Control, Stockholm, Zweden

Correspondentie

s.van.dam@ggdhvb.nl

Literatuur

  1. RIVM, Sexually transmitted infections including HIV in the Netherlands, 2014
  2. Testbeleid Centrum Seksuele Gezondheid, 2015
  3. van den Broek IV, Verheij RA, van Dijk CE, Koedijk FD, van der Sande MA, van Bergen JE. Trends in sexually transmitted infections in the Netherlands, combining surveillance data from general practices and sexually transmitted infection centers. BMC family practice. 2010;11:39
  4. CDC, Updated Guidelines for Evaluating Public Health Surveillance Systems, 2001

    We bedanken alle CSG- en RIVM-medewerkers die zijn geïnterviewd of hebben meegewerkt aan dit onderzoek.
IB cover

Het surveillancesysteem van de Centra Seksuele Gezondheid

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / Maart 2017 / Inhoud maart 2017 / Het surveillancesysteem van de Centra Seksuele Gezondheid

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu