Het aantal besmette vossen met vossenlintworm neemt toe in de oostelijke buitengebieden van Maastricht. Zeven jaar geleden was nog 1 op de 10 vossen besmet, nu is ongeveer de helft van de onderzochte vossen besmet. Dit is de belangrijkste conclusie uit een nog niet afgerond onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in opdracht van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit)). De kans dat mensen besmet raken met een vossenlintworm en daardoor ziek worden, is zeer klein.

In totaal zijn 37 vossen onderzocht op de vossenlintworm. Het gaat om 13 vossen uit wildbeheereenheid Savelsbos en 24 uit wildbeheereenheid Geuldal in Zuid-Limburg. De lintworm is aangetroffen bij 19 vossen (51%). Dat is een forse toename ten opzichte van 2005-2006 toen bij 15 van de 166 onderzochte vossen de vossenlintworm werd aangetroffen (9%).

Vossenlintworm

De vossenlintworm is een kleine lintworm (1-4,5 mm). Deze lintworm leeft in de darmen van de vos en produceert eitjes die met de ontlasting worden uitgescheiden. De vossenlintworm komt al vele jaren voor bij vossen in Centraal-Europa. In Nederland komt deze lintworm voor bij een deel van de vossen in Zuid-Limburg. Mensen kunnen besmet raken door het eten van wilde bosvruchten, paddenstoelen of fruit dat op de grond is gevallen waar vossenlintwormeitjes op terecht zijn gekomen. Ook (in)direct contact met vossen vormt een besmettingsrisico.
Honden en katten kunnen evenals vossen besmet raken doordat zij besmette knaagdieren eten. Via likken kan de hond eitjes in de vacht verspreiden en door contact met de vacht kunnen mensen besmet raken. Bij katten is dit risico minder groot omdat zij veel minder eitjes uitscheiden nadat zij besmet zijn.

Ziek door vossenlintworm

De toename van besmette vossen zorgt ook voor een groter risico op ziektegevallen bij mensen. De kans dat mensen besmet raken met eitjes van de vossenlintworm en dan ziek worden is zeer klein, maar de ziekte is ernstig. De ziekte die kan ontstaan bij de mens heet alveolaire echinokokkose en openbaart zich meestal pas na een lange tijd (5-15 jaar). De ziekte tast de lever aan. Behandeling is mogelijk en bestaat uit langdurig tot levenslang slikken van een antiwormmiddel zo mogelijk in combinatie met operatieve verwijdering van aangetaste delen van de lever. In 2008 was er in Limburg sprake van de eerste Nederlandse patiënt met een vossenlintworm.

Voorzorgmaatregelen voor mens en dier

Mensen die in Zuid-Limburg wonen of daar op vakantie gaan, wordt afgeraden met de blote hand uitwerpselen of kadavers van vossen aan te raken en uit de buurt van vossenholen te blijven. Was wilde bosvruchten, zelf geplukte paddenstoelen, valfruit en groenten uit de moestuin grondig en kook groenten en fruit uit risicogebieden voor consumptie. Voorkom dat er vossen in de moestuin kunnen komen. En gebruik tijdens het tuinieren altijd handschoenen.
Voorkom dat honden en katten knaagdieren uit deze gebieden eten. Daarnaast is het belangrijk om honden en katten in Zuid-Limburg, die regelmatig los lopen, elke 4 weken met een antiwormmiddel (het middel praziquantel) te ontwormen. Vooral voor jachthonden en/of honden die knaagdieren eten is dit van belang. De dierenarts kan hier meer informatie over geven.