Samenvatting

De plasma renine activiteit (PRA) wordt gemeten door de radioimmunochemische bepaling (RIA) van het angiotensine I (AI) dat gevormd wordt tijdens incubatie van het renine met zijn substraat (angiotensinogeen). Om degradatie van het gevormde AI door peptidases te voorkomen worden als angiotensinases toegevoegd: phenylmethylsulfonylfluoride (PMSF), 8-hydroxyquinoline (HQ) en EDTA. Om uitputting van het endogene substraat gedurende de enzymincubatie te voorkomen wordt als extra substraat plasma van genefrectomeerde ratten toegevoegd. De AI-concentratie wordt zowel voor als na enzymincubatie bepaald om te kunnen corrigeren voor het AI dat vooraf reeds in het plasma aanwezig is. De detectiegrens bedraagt 8 fmol AI/buis, ofwel 0,2 nmol/l/uur. Het percentage terugwinning (x + s) van aan plasma toegevoegd AI bedraagt voor enzymincubatie 102 + 7% (n=12) en na enzymincubatie 101 + 9% (n=11).

Overig

Grootte
0MB