Veelgestelde vragen rubbergranulaat

Laatst gewijzigd op 22 februari 2017


Rubbergranulaat

1. Wat is rubbergranulaat?

Rubbergranulaat is fijngemalen rubber. Het wordt vaak gemaakt van oude rubberproducten zoals autobanden. De korrels kunnen ook van nieuw synthetisch materiaal worden gemaakt.

2. Waarom wordt rubbergranulaat gebruikt op sportvelden?

Op kunstgrasvelden wordt gebruik gemaakt van instrooimateriaal. Rubberkorrels kunnen als instrooimateriaal worden gebruikt.  De rubberkorrels zorgen ervoor dat het kunstgrasveld dezelfde eigenschappen krijgt als een gewoon grasveld, zodat de bal niet te snel rolt en niet te hoog stuitert. Daarnaast wordt het kunstgras beter geschikt voor slidings.

3. Wat zit er in rubbergranulaat?

Uit het onderzoek van het RIVM blijkt dat in rubbergranulaat heel veel verschillende stoffen zitten, zoals polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), metalen, weekmakers (ftalaten) en bisfenol A (BPA). In paragraaf 2.2 van het rapport vindt u hier meer informatie over.

4. Wat komt er uit rubbergranulaat?

Er zijn drie soorten laboratoriumproeven uitgevoerd om te onderzoeken welke stoffen uit de korrels vrijkomen. Met deze zogeheten migratiestudies is uitgezocht in welke mate stoffen via de huid in het lichaam kunnen terechtkomen, via het spijsverteringskanaal of via de longen. Hieruit blijkt dat PAK's, metalen en weekmakers (ftalaten) in heel lage hoeveelheden vrij kunnen komen. In paragraaf 3.3 van het rapport vindt u hier meer informatie over.

5. Hoe weet ik of er rubbergranulaat is toegepast op het veld waarop ik/mijn kind sport?

U kunt zien of er rubbergranulaat op het veld ligt doordat tussen de grassprieten duidelijk zwarte of gekleurde korrels te zien zijn. Met het blote oog is bijna niet te onderscheiden van welk type rubber de korrels zijn gemaakt. Voor meer informatie over het rubbergranulaat van het veld kunt u contact opnemen met de sportclub of de eigenaar van het veld.

6. Welke kunstgrasvelden zijn onderzocht?

Er zijn 100 sportvelden onderzocht verspreid in heel Nederland. Het gaat om kunstgrasvelden waarin gebruik wordt gemaakt van gerecyclede autobanden. Met het blote oog is niet waar te nemen welk type rubber gebruikt is. De velden worden meestal gebruikt om op te voetballen, te korfballen of te rugbyen. Ook zijn er een aantal Johan Cruijffcourts onderzocht (zogenaamde trapveldjes). Op hockeyvelden van kunstgras wordt meestal zand of water gebruikt.

7. Op 9 van de 100 velden is er ander materiaal dan SBR rubber gevonden. Wat lag daar voor materiaal, en wat betekent dit voor de gezondheid van sporters op die velden? 
Van 9 van de 100 bemonsterde velden bleek uiteindelijk dat het instrooimateriaal gedeeltelijk uit ander materiaal bestond dan rubbergranulaat van autobanden. Omdat deze 9 velden niet representatief zijn voor kunstgrasvelden met rubbergranulaat van autobanden, zijn de resultaten van deze velden niet meegenomen in de overzichtstabellen met meetresultaten. Op deze velden lagen verschillende materialen zoals mengsels van zand, rubbergranulaat en kurk, gecoat rubbergranulaat of EPDM. De analyseresultaten gaven geen aanleiding tot zorg. Het aantal monsters was te klein om in zijn algemeenheid iets te zeggen over de veiligheid van deze alternatieve instrooimaterialen.

8. Wanneer komen de gevaarlijke stoffen uit rubbergranulaat vrij? Hoe moeilijk/hoe makkelijk?

Uit het onderzoek blijkt dat verschillende stoffen, zoals PAK's, metalen en ftalaten in zeer lage hoeveelheden uit de korrels vrij komen. Sporters kunnen hieraan worden blootgesteld bij huidcontact, door inslikken of door inademen van rubberstof.

9. Hoe kan het dat het RIVM zegt dat de stoffen in het rubbergranulaat als het ware zitten opgesloten, maar dat in ouder rubbergranulaat lagere concentraties stoffen worden gemeten? Betekent dat niet dat de stoffen er in verloop van tijd toch uitkomen?    
Het RIVM wil hiermee zeggen dat de chemische stoffen niet gemakkelijk uit het rubbergranulaat vrijkomen. We hebben met de uitlogingsproeven laten zien dat een heel klein deel wel vrijkomt. Ook door weer en wind (zonlicht en regen) zullen kleine hoeveelheden van deze stoffen in de loop van tijd vrijkomen uit het rubbergranulaat.

Naar boven


Gezondheid/veiligheid

1. Kan ik/mijn kind nog wel veilig sporten op een kunstgrasveld met rubbergranulaat?

Uit het onderzoek van het RIVM blijkt dat het risico voor de gezondheid van sporten op kunstvelden die zijn ingestrooid met rubbergranulaat, praktisch verwaarloosbaar is. Dat betekent dat het verantwoord is om op deze velden te sporten. In rubbergranulaat zitten heel veel verschillende stoffen, maar de stoffen komen in zeer lage hoeveelheden uit de korrels vrij. Dat komt doordat de stoffen min of meer in het granulaat zijn ‘opgesloten’. Hierdoor is het schadelijke effect op de gezondheid praktisch verwaarloosbaar.

2. Het RIVM geeft aan dat de sportvelden gebruikt kunnen worden, waarop is dit gebaseerd?

Om te kunnen beoordelen in hoeverre sporten op granulaat een risico voor de gezondheid vormt, heeft het RIVM bepaald welke schadelijke stoffen in het granulaat zitten en in welke mate ze eruit kunnen vrijkomen. Vervolgens is gekeken op welke manieren sporters in contact komen met deze stoffen en of dat gevolgen voor de gezondheid heeft. Ook heeft het RIVM de internationale wetenschappelijke literatuur geraadpleegd over leukemie en lymfeklierkanker en gezondheidseffecten in het algemeen. Er is contact geweest met verschillende vooraanstaande wetenschappers in de wereld. Op basis van de metingen, de laboratoriumproeven en alle informatie die verzameld is, concludeert het RIVM dat het sporten op rubbergranulaat verantwoord is.

3. Is het veilig om te spelen met rubbergranulaat?

Het onderzoek van het RIVM heeft zich gericht op het sporten op velden met rubbergranulaat. De conclusie is dat het risico voor de gezondheid van sporten op deze velden praktisch verwaarloosbaar is. Dat betekent dat het verantwoord is om op deze velden te sporten. . Jonge kinderen die op het veld spelen stoppen van alles in hun mond en slikken dit  soms ook door. Het is de verantwoordelijkheid van volwassenen om dit zo veel mogelijk te voorkomen. Dit geldt voor grind, zand en andere dingen die buiten op straat gevonden worden, en ook voor rubberkorrels.

4. Mijn kind heeft korrels in zijn/haar mond gestopt of ingeslikt, is dit erg? Is mondcontact via bidons, bitjes etc gevaarlijk? Is kauwen op rubbergranulaat gevaarlijk?

Als een kind een klein beetje rubbergranulaat opeet of in de mond krijgt is dit niet erg. In ons onderzoek over sporten op rubbergranulaat is het risico berekend voor keepers die ruim een halve gram rubbergranulaat per week inslikken. Dit is best veel, er staat een foto daarvan in het rapport. Dit levert een praktisch verwaarloosbaar risico op. Het is in dat opzicht dus niet gevaarlijk. Maar opeten van rubbergranulaat is vergelijkbaar met andere materialen: plastic, zand, of viezigheid: liever niet in de mond van kinderen.

5. Mijn kind heeft altijd heel veel gesport op voetbalvelden met rubbergranulaat. Is dit erg?

Het risico voor de gezondheid van sporten op kunstvelden die zijn die zijn ingestrooid met rubbergranulaat, is praktisch verwaarloosbaar. Dat betekent dat het verantwoord is om op deze velden te sporten. Deze conclusie is getrokken op basis van scenario's waarbij mensen hun hele leven lang meerdere keren per week sporten op een veld met rubbergranulaat.

6. Mag mijn kind met een schaafwond nog voetballen op kunstgras? En is het gevaarlijk als korrels in wondjes terecht komen?

In het onderzoek is direct bloedcontact niet meegenomen in de laboratoriumtesten en berekeningen. Wonden kunt u het beste direct schoonmaken en eventueel afdekken met een pleister, zoals u ook zou doen bij het sporten op een veld met daarop zand of modder.

7. Wat betekent blootstelling en waarom is dat belangrijk voor het bepalen of mijn kind gevaar heeft gelopen of niet?

Een chemische stof kan pas een nadelig effect op de gezondheid hebben als de stof in het lichaam komt. Hiervoor moet er contact zijn tussen het lichaam en de stof. Dat noemen wij blootstelling. In dit onderzoek hebben we gekeken naar de hoeveelheid contact met de rubberkorrels waardoor er mogelijk stoffen uit de korrels in het lichaam kunnen komen. Bij sporten op rubbergranulaat kan je op drie manieren worden blootgesteld aan stoffen in rubbergranulaat: door inslikken, inademen of via de huid. Uit het onderzoek blijkt dat op deze manier verschillende stoffen, zoals PAK's, metalen en ftalaten, in zeer lage hoeveelheden uit de korrels vrij komen. Dat stoffen in het lichaam komen, wil nog niet zeggen dat het lichaam daar ziek van wordt. Uit het onderzoek blijkt dat er weinig stoffen uit het rubbergranulaat vrijkomen. Daarom is het risico voor de gezondheid praktisch verwaarloosbaar.

8. Hoe is het in de zomer, bij warm weer? Het kunstgras stinkt dan extra.

Op zonnige, zomerse dagen kan het rubbergranulaat flink opwarmen, waardoor er stoffen uit het granulaat kunnen dampen. En dit kun je soms ruiken. De hoeveelheden gevaarlijke stoffen die vrijkomen zijn echter zeer klein en zullen in de lucht snel verwaaien. In ons onderzoek is het rubbergranulaat tot 60 graden verwarmd. Op basis van de resultaten daarvan  verwachten wij geen gezondheidsrisico door het inademen van stoffen die bij warm weer uit het granulaat dampen.

9. Hoeveel van de gevaarlijke stoffen komen vrij in het lichaam bij inslikken van de korrels, volgens de migratieproeven?

Ongeveer 20% van de ftalaten en 9% van de PAK's aanwezig in de rubbergranulaatmonsters komt na inslikken vrij in het maag- en darmsap. In het onderzoek is er vanuit gegaan dat alle stoffen die in het maag- en darmsap vrijkomen ook door het lichaam worden opgenomen. In het echt zal dit lager zijn omdat een deel van de vrijgekomen stoffen nog gebonden zal zijn aan zwevend stof of lipiden, waardoor de absorptie door de darmwand minder is.

10. Is er een verband tussen leukemie, lymfklierkanker en sporten op velden met rubbergranulaat?

In de beschikbare wetenschappelijke informatie zijn geen signalen aangetroffen die duiden op een verband tussen sporten op kunstgras met rubbergranulaat en het ontstaan van leukemie en lymfeklierkanker.  Bovendien blijkt uit de samenstelling van de rubberkorrels dat de chemische stoffen die leukemie of lymfeklierkanker kunnen veroorzaken niet (benzeen en 1,3-butadieen) of in heel lage hoeveelheid (2-mercaptobenzothiazol) vrijkomen. De Amerikaanse keeperstrainer uit Washington State, Amy Griffin, houdt sinds 2014 een lijst bij van kankerpatiënten die op kunstgras (met rubbergranulaat) sporten of hebben gesport. Uit dit onderzoek kan ook niet geconcludeerd worden dat er een verband is tussen sporten op kunstgras en het vóórkomen van kanker. Meer informatie over dit onderzoek is te lezen in onderstaande vragen en antwoorden.

11. Ik heb jarenlang met rubbergranulaat gewerkt, kan ik hierdoor gezondheidsschade oplopen?

Uit het onderzoek blijkt dat er weinig stoffen vrij komen uit rubbergranulaat bij sporten op rubbergranulaat. Het RIVM heeft geen onderzoek gedaan naar andere situaties dan sporten. Als u vragen heeft over uw gezondheid en uw werkomstandigheden, adviseren we u contact op te nemen met uw bedrijfsarts.

12. Zijn rubbertegels/valdempingstegels veilig om te gebruiken?

Het RIVM heeft een theoretisch onderzoek uitgevoerd of de norm die geldt voor rubbertegels voldoende bescherming biedt tegen het ontstaan van kanker. De conclusie van dit theoretische onderzoek is dat de norm voor consumentenproducten misschien net niet voldoende beschermend is. Het RIVM heeft hierbij niet onderzocht of de samenstelling van  rubbertegels in Nederland voldoet aan de norm. Voor meer informatie kunt u terecht bij de NVWA.

13. Welke maatregelen kan ik als ouder/sporter nemen om zo weinig mogelijk in contact te komen met rubbergranulaat?

Uit het onderzoek van het RIVM blijkt dat het risico voor de gezondheid van sporten op kunstgrasvelden die zijn ingestrooid met rubbergranulaat, praktisch verwaarloosbaar is. Dat betekent dat het verantwoord is om op deze velden te sporten en maatregelen om blootstelling te voorkomen, niet nodig zijn.

14. Mijn kind  heeft in het verleden rubberkorrels in de mond/ogen/oren gehad. Kan dat kwaad?

Uit het onderzoek blijkt dat blootstelling aan PAK's vooral wordt veroorzaakt door inslikken van stukjes rubbergranulaat. Hierbij zijn we uitgegaan van het scenario dat een kind een paar keer per week 0,2 gram inslikt. 0,2 gram is best veel, in ons rapport staat hiervan een foto. Het kan daarom geen kwaad als uw kind in het verleden enkele korrels heeft ingeslikt. Stukjes materiaal in de gehoorgang kunnen irritatie veroorzaken. Als er rubberkorrels in de gehoorgang zitten en deze er niet vanzelf binnen 1-2 dagen uitkomen (niet peuteren in het oor!), neemt u dan contact op met uw huisarts.

15. Kan mijn kind onderzocht worden?

Het is mogelijk om de aanwezigheid van PAK’s in het lichaam aan te tonen. Dit is geen standaard onderzoek en kan daarom meestal niet bij de huisarts worden uitgevoerd. De aanwezigheid van PAK’s in het lichaam zegt niets over de kans om ziek te worden. Ook zegt het resultaat van zo’n onderzoek niets over de bron van de PAK’s. Deze kunnen ook afkomstig zijn van bijvoorbeeld verbrand vlees of dieseluitlaatgassen of roken. Daarnaast worden PAK's snel afgebroken en verwijderd uit het lichaam. Het is dus niet mogelijk om blootstelling aan PAK's in het verleden te onderzoeken.  Wij raden daarom af om lichamelijk onderzoek te laten uitvoeren.

16. Zijn korrels die elders terecht komen: in huis, kleding, tassen etc. gevaarlijk?

Nee, dat is niet gevaarlijk. Rubbergranulaat uit kleding of in huis kunt u het best bij het reguliere huisafval (grijs) doen.

Naar boven


Onderzoek

1. Wat is er precies onderzocht?

Het RIVM heeft de stoffen onderzocht in rubbergranulaat van 100 sportvelden die representatief zijn voor de kunstgrasvelden in Nederland. Daarnaast zijn drie soorten laboratoriumproeven uitgevoerd om te onderzoeken welke stoffen uit de korrels vrijkomen als de sporter ermee in aanraking komt. Met deze zogeheten migratiestudies is uitgezocht in welke mate stoffen via de huid in het lichaam kunnen terechtkomen, via het spijsverteringskanaal of via de longen. Vervolgens is berekend in hoeverre mensen aan de vrijgekomen stoffen blootstaan en wat dat betekent voor de gezondheid. Verder is de beschikbare informatie in de wetenschappelijke literatuur bestudeerd over de stoffen in rubbergranulaat, de eigenschappen en de gezondheidseffecten ervan.

2. Wat is er uit het onderzoek gekomen?

Uit het onderzoek blijkt dat het risico voor de gezondheid van sporten op kunstgrasvelden die zijn ingestrooid met rubbergranulaat, praktisch verwaarloosbaar is. Dat betekent dat het verantwoord is om op deze velden te sporten. In rubbergranulaat zitten heel veel verschillende stoffen, zoals polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), metalen, ftalaten (weekmakers) en bisfenol A (BPA). De stoffen blijken in zeer lage hoeveelheden uit de korrels vrij te komen. Dat komt doordat de stoffen min of meer in het granulaat zijn ‘opgesloten’. Hierdoor is het schadelijke effect op de gezondheid verwaarloosbaar.

3. Wat is “een praktisch verwaarloosbaar risico”?

Bedoeld wordt een risico dat in de praktijk geen rol speelt. Het RIVM heeft berekend dat iemand die van zijn 7e tot zijn 50e als keeper uitsluitend op kunstgrasvelden speelt, een risico heeft dat iets hoger is dan het verwaarloosbaar risico. Ook in dat geval is de hoeveelheid PAK’s die je binnenkrijgt door een keer sporten op rubbergranulaat heel klein, kleiner dan wat Nederlanders dagelijks met de voeding binnen krijgen.

4. Er zijn twee velden met hogere concentraties ftalaten. Lopen de kinderen op die velden wel risico? Moeten niet alle velden onderzocht worden?

Voor deze velden zijn aparte berekeningen gemaakt voor eventuele gezondheidsrisico's. Hieruit bleek dat ook de hogere concentraties ftalaten niet leiden tot risico voor de gezondheid, het blijft onder de grenswaarde. Het RIVM heeft een willekeurige steekproef genomen van 100 velden, terwijl er in Nederland bijna 2000 liggen. Dat betekent dat er van elke twintig velden één onderzocht is. Het RIVM is van mening dat het daarmee een hele goede indruk heeft gekregen van wat er zoal op de velden kan liggen.

5. Is er in het onderzoek rekening gehouden met: huidcontact (ook wondjes etc), mondcontact (bidons, bitjes, etc.), kleinere kinderen/peuters die spelen met korrels, korrels die elders terechtkomen (in huis, op kleding etc)

In het onderzoek is rekening gehouden met huidcontact, inslikken en inademing. Er zijn  vijf scenario's doorgerekend. Deze scenario's geven een beeld voor verschillende manieren om via sporten in aanraking te komen met rubbergranulaat.

6. In hoeverre is er de risicobeoordeling van het RIVM rekening gehouden met gelijktijdige blootstelling aan mengsels van stoffen die vrijkomen uit rubbergranulaat?

Voor zover mogelijk is daar rekening mee gehouden. In het RIVM onderzoek is er voor de risicobeoordeling een optelling gemaakt binnen de afzonderlijke groepen van stoffen: de groep van de ftalaten en de groep van de benzothiazolen. Daarnaast wordt er in de beoordeling van het extra kankerrisico van PAK’s rekening gehouden met de gelijktijdige aanwezigheid van PAK’s (ook de niet genoemde PAK’s). Waar geen rekening mee gehouden kon worden is een eventuele combinatie van alle aangetroffen stoffen, aangezien hier de wetenschappelijke informatie over ontbreekt. Er wordt internationaal veel onderzoek gedaan om meer kennis te vergaren over de zogenaamde mengseltoxicologie. Ook het RIVM neemt deel aan deze grote internationale projecten/onderzoeken.

7. Heeft het RIVM eerder onderzoek gedaan naar de mogelijke risico’s van rubbergranulaat?

Ja. Het RIVM heeft ook in het verleden onderzoek gedaan naar rubbergranulaat op kunstgrasvelden. Meer informatie hierover vindt u hier.

8. Waarom is er geen epidemiologisch onderzoek gedaan naar leukemie of lymfeklierkanker?

We vonden geen aanleiding om epidemiologisch onderzoek te doen. Eerst hebben we gekeken of we stoffen konden vinden in het rubbergranulaat die mogelijk leukemie of lymfeklierkanker kunnen veroorzaken. Daarna hebben we gekeken of die stoffen ook eruit kunnen komen. Sommige stoffen die in verband worden gebracht met deze vormen van kanker komen niet in de korrels voor, zoals benzeen. Andere stoffen komen in dermate geringe hoeveelheid vrij, dat het extra kankerrisico niet aan het rubbergranulaat kan worden toegeschreven. Daarom zien we geen aanleiding voor epidemiologisch onderzoek. Waarschijnlijk volgend jaar komen de gegevens van Amerikaans onderzoek naar de relatie tussen rubbergranulaat en leukemie beschikbaar. Het RIVM bepaalt dan of dit aanleiding geeft voor verder onderzoek.

9. Is er naar de lange termijn effecten/ langdurige blootstelling gekeken?

Ja, in het onderzoek is ook rekening gehouden met langdurige blootstelling.
Voor de risicobeoordeling zijn er scenario’s opgesteld voor zowel levenslange blootstelling (sporten van 4 t/m 50 jaar) als voor specifieke leeftijdsgroepen, waarbij gebruik is gemaakt van zogenaamde 'worst case' aannames.

10. Waar gaat de wetenschappelijke discussie, waarover men spreekt in de media, over?

De wetenschappelijke discussie gaat onder andere over de manier waarop de resultaten van dierproeven worden gebruikt om de kans op het ontstaan van kanker bij kinderen te voorspellen. Wetenschappers bepleiten om bij de vertaling van de resultaten van dierproeven naar de mens, als aanvulling op de gebruikelijke werkwijze een extra correctie voor kinderen toe te passen. In de Verenigde Staten wordt een dergelijke veiligheidsfactor wél toegepast en in Europa niet.

11. Wat vindt het RIVM van de argumentatie in deze discussie?

Het RIVM deelt de mening van wetenschappers dat er gevoeligheidsverschillen kunnen bestaan tussen kinderen en volwassenen en realiseert zich dat bij proefdieronderzoek volwassen dieren worden gebruikt. Op dit moment is er geen wetenschappelijke overeenstemming over het al dan niet gebruiken van een extra leeftijdsafhankelijke factor. Het RIVM heeft in zijn beoordeling gebruikgemaakt van de in Europa afgesproken risicobeoordelingsmethode, die geen extra leeftijdsafhankelijke factor bevat. Het RIVM is van mening dat in het onderzoek naar rubbergranulaat voldoende veiligheidsmarge is ingebouwd. Dit is ook besproken met de wetenschappelijke klankbordgroep van het onderzoek rubbergranulaat, te lezen in het verslag van 13 december. Verdere internationale wetenschappelijke discussie over de beste methode om risico’s op kanker af te leiden uit dierproeven is gewenst.

12. Als het RIVM wel een extra veiligheidsfactor had gebruikt, zou dat invloed hebben op de conclusies van het onderzoek?

Nee, de conclusies zouden niet veranderen. Als deze factor in de risicobeoordeling van PAK’s zou zijn toegepast, komt het risico iets boven het ‘verwaarloosbaar risiconiveau’ uit maar is het nog steeds aanvaardbaar. Dit wordt toegelicht op p. 29 van het rapport (hoofdstuk 3.4).

13. Waarom heeft het RIVM voor BPA niet gerekend met de strengere norm die zij zelf heeft afgeleid?
Het RIVM heeft geen nieuwe norm voor BPA afgeleid. Wel  heeft het RIVM in 2016 voor BPA geadviseerd om de Europese normen te heroverwegen omdat er nieuwe inzichten zijn waardoor deze mogelijk lager moeten zijn. Het was vollediger geweest om dit in de discussieparagraaf in het rapport over sporten op rubbergranulaat op te nemen.  Wij hebben niet onderzocht hoeveel BPA uit het rubbergranulaat vrijkomt. Omdat deze informatie ontbreekt, is aangenomen dat alle BPA dat in het rubbergranulaat aanwezig is vrijkomt bij contact met de huid, of na doorslikken. De huidige Europese normen werden bij deze aannames niet overschreden. In werkelijkheid zal de blootstelling aan BPA lager zijn. We verwachten geen risico door blootstelling aan BPA uit rubbergranulaat, ook als uitgegaan wordt van een strengere norm.

14. Het RIVM heeft in oktober aangegeven dat het nooit met alle antwoorden kon komen. Waarom trekt het RIVM dan toch zo'n stellige conclusie?
Bij de start van het onderzoek wisten we niet zeker wat in een kleine 3 maanden aan veld- en laboratoriumonderzoek konden doen en welke informatie al beschikbaar was. Daarom hebben we in onze communicatie geprobeerd om niet te hoge verwachtingen te scheppen. Tijdens een onderzoek kan er op veel gebieden vertraging optreden. We hebben er alles aan gedaan om zo veel mogelijk duidelijkheid te krijgen over dit onderwerp. Op basis van de chemische analyses van het rubbergranulaat van de velden in Nederland, de uitlogingsproeven en een groot aantal onderzoeken beschreven in de wetenschappelijke literatuur, beoordeelt het RIVM het gezondheidsrisico als praktisch verwaarloosbaar.

15. In de Verenigde Staten zeggen onderzoekers dat er nog veel informatie mist om een duidelijke uitspraak te doen over mogelijke gezondheidseffecten van sporten op rubbergranulaat. Waarom kan het RIVM dan wel zo'n stellige conclusie trekken?
De situatie in Nederland waar 2000 kunstgrasvelden in gebruik zijn vraagt om een heldere conclusie. Op basis van alle nu beschikbare informatie, beoordeelt het RIVM het gezondheidsrisico als praktisch verwaarloosbaar. Het RIVM is gezien de beschikbare informatie van mening dat het verantwoord om te sporten op velden ingestrooid met rubbergranulaat.

Naar boven


Normering

1. Wat wordt bedoeld met de term 'mengselnorm'?

Rubbergranulaat is volgens de Europese stoffenregelgeving een ‘mengsel’. De norm die daarop van toepassing is noemen we de ‘mengselnorm’. Andere voorbeelden van ‘mengsels’ (van stoffen) zijn onder andere schoonmaakproducten, verf en lijm. Voor mengsels gelden algemene concentratielimieten voor stoffen die kankerverwekkend zijn, schade aan het DNA kunnen veroorzaken of schadelijk voor de voorplanting zijn. Het gaat onder andere om bepaalde PAK’s, metalen, ftalaten en organische stoffen zoals benzeen.

2. Wat wordt bedoeld met de term 'normen voor consumentenproducten'?

Voor producten gemaakt van rubber waarmee consumenten in contact komen, zoals handschoenen, horlogebandjes en handvaten op fietsen, gelden 'normen voor consumentenproducten'. Deze norm is  veel strenger ten aanzien van het PAK-gehalte (een factor 100 à 1.000 lager) dan voor mengsels. Voor speelgoed is de norm nog een factor 2 lager.

3. Voldoet het rubbergranulaat aan de geldende  norm?

Ja. De concentraties stoffen in rubbergranulaat voldoen aan de algemene Europese normen voor mengsels van stoffen. Als de normen voor consumentenproducten of speelgoed van toepassing zouden zijn op rubbergranulaat, dan zou een groot deel van de monsters vanwege de concentratie PAK’s niet voldoen aan deze normen. Er is in Europa discussie of een specifieke norm voor rubbergranulaat wenselijk is. De bandenbranche heeft per 1 maart zelf een eigen norm vastgesteld. Meer informatie hierover op hun website.

4. Waarom wordt niet alle rubbergranulaat ‘uit voorzorg’ van de velden gehaald?

Het RIVM heeft met het onderzoek vastgesteld dat het risico van het sporten op rubbergranulaat praktisch verwaarloosbaar is. Het RIVM is verantwoordelijk voor het goed en zorgvuldig uitvoeren van het onderzoek naar rubbergranulaat. Beslissingen over het gebruik van kunstgrasvelden zijn nu in eerste instantie aan sportverenigingen, gemeenten, de KNVB en leveranciers van kunstgrasvelden. Het RIVM hoopt dat de resultaten van dit onderzoek een nuttige bijdrage vormen in dit besluitvormingsproces, en aan de beantwoording van vragen van overheden, verenigingen, sporters en ouders van sportende kinderen.

5. Waarom adviseert het RIVM om de norm voor rubbergranulaat bij te stellen als het veilig is om te sporten op rubbergranulaat?

De discussie over de normen gaat over wat er in de wet staat. Wat het RIVM de afgelopen weken heeft onderzocht is wat er op de velden ligt. Van 100 kunstgrasvelden in Nederland is het rubbergranulaat onderzocht op schadelijke stoffen en de mogelijke effecten op de gezondheid. Hieruit blijkt dat het gezondheidsrisico praktisch verwaarloosbaar is en dat betekent dat het veilig is om op rubbergranulaat te sporten. De concentratie van Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK's) in het rubbergranulaat van de onderzochte velden is veel lager dan de huidige wettelijke norm voor rubbergranulaat (mengselnorm) en is dichtbij de wettelijke norm voor consumentenproducten. Op dit moment is er een groot verschil tussen de wettelijke norm voor PAK's in rubber consumentenproducten en de mengselnorm die nu geldt voor rubbergranulaat. De mengselnorm is 100 tot 1000 maal hoger dan de norm voor consumentenproducten. Het RIVM is van mening dat de mengselnorm onvoldoende gezondheidsbescherming biedt als het gaat om rubbergranulaat. Daarom adviseert het RIVM om in de wet kwaliteitsnormen voor rubbergranulaat op te nemen die wel voldoende beschermend zijn. Dit biedt houvast voor bijvoorbeeld de producent van het granulaat, de leveranciers en de eigenaren van de kunstgrasvelden om ook in de toekomst ervoor te kunnen zorgen dat het verantwoord is om te sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat

Naar boven


Nieuwe normen voor PAK's in rubbergranulaat

1. Wat gaat het RIVM in opdracht van de Ministeries doen?

Het RIVM zal samen met ECHA een REACH restrictiedossier opstellen. In dit dossier wordt een voorstel gedaan voor een nieuwe, strengere norm voor PAK's in granulaat toegepast in kunstgrasvelden.

2. Wanneer komt deze strengere norm?

Het RIVM verwacht het dossier samen met ECHA begin 2018 af te ronden. Dit dossier wordt openbaar gemaakt op de website van ECHA. Vervolgens hebben twee wetenschappelijke comités één jaar de tijd om een opinie te formuleren. Onderdeel van deze fase is een publieke consultatie. Die consultatie duurt 6 maanden. De opinie wordt vervolgens naar de Europese Commissie gestuurd. De Europese Commissie legt daarna aan de lidstaten een voorstel voor de norm voor. Dit betekent dat op zijn vroegst eind 2019 een besluit wordt genomen over de norm.

3. Waarom duurt dit zo lang?

Het is belangrijk om een zorgvuldig besluit te nemen, daarom kent de Europese besluitvorming bewust verschillende stappen om tot dit besluit te komen. In het geval van grote risico’s kan een versnelde procedure gevolgd worden. Deze versnelde procedure is nu niet nodig omdat zowel RIVM als ECHA onlangs hebben geconcludeerd dat het risico voor het sporten op kunstgrasvelden praktisch verwaarloosbaar is.

4. Wordt de norm voor PAK's in granulaat gelijk aan de norm voor consumentenartikelen?

Dat weten we niet. Het RIVM en ECHA zullen een onderbouwd voorstel voor de norm voor PAKs in granulaat geven.

5. Waarom wordt er alleen naar PAK's gekeken en niet naar andere stoffen zoals ftalaten en bisphenol A?

Het restrictievoorstel richt zich op de PAK's, omdat de Ministeries en het RIVM van mening zijn dat de bestaande wettelijke mengselnorm onvoldoende gezondheidsbescherming biedt als het gaat om het PAK gehalte in rubbergranulaat. Het doel van het restrictievoorstel is om in de wet kwaliteitsnormen voor granulaat op te nemen die wel voldoende beschermend zijn. Dit biedt houvast voor bijvoorbeeld de producenten van het granulaat, de leveranciers en de eigenaren van de kunstgrasvelden om ook in de toekomst ervoor te kunnen zorgen dat het verantwoord is om te sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat. Uit het eerdere RIVM onderzoek bleek dat er geen gezondheidsrisico is door de blootstelling van andere stoffen uit rubbergranulaat. Als er nieuwe informatie beschikbaar komt over de andere stoffen dan zullen we deze natuurlijk goed bekijken.

6. Waarom kijken jullie alleen naar gezondheidskundige effecten van rubbergranulaat?

Het restrictiedossier dat RIVM en ECHA gaan opstellen richt zich op het Europees vaststellen van een veilige norm voor PAK's gebaseerd op gezondheidseffecten. De gezondheid van de sporters heeft een eerste prioriteit. Verbreding naar andere thema’s als het effect op milieu zou het proces voor een veilige norm flink kunnen vertragen.  Afhankelijk van de informatie over milieueffecten kan dit een mogelijke vervolgstap zijn

7. Als het veilig is waarom willen je dan toch de norm aanscherpen?

Uit het eerdere RIVM onderzoek bleek dat er geen gezondheidsrisico is door de blootstelling van stoffen uit rubbergranulaat. De discussie over de normen gaat over wat er in de wet staat. De bestaande wettelijke mengselnorm biedt onvoldoende gezondheidsbescherming als het gaat om het PAK gehalte in rubbergranulaat. Het doel van het restrictievoorstel is om in de wet kwaliteitsnormen voor granulaat op te nemen die wel voldoende beschermend zijn.

Naar boven


Milieu en overige

1. Zijn er risico’s voor het milieu bij rubbergranulaat in kunstgrasvelden?

De focus in dit onderzoek ligt op mogelijke gezondheidsrisico’s voor mensen die sporten op velden met ingestrooid rubbergranulaat. Het onderzoek bevestigt eerdere inzichten dat het rubbergranulaat metalen bevat die in de omgeving terecht kunnen komen. Er blijkt vooral zink vrij te komen als het granulaat jarenlang in contact staat met de bodem. Dit metaal is niet schadelijk voor de mens, maar kan wel gevolgen hebben voor organismen in de bodem en het oppervlaktewater.  In welke mate de metalen in de omgeving terecht kunnen komen is afhankelijk van de wijze waarop het veld is aangelegd en onderhouden.

2. Wie is er verantwoordelijk voor het veilig gebruik van een product?

In Europa is op basis van de REACH verordening de producent en/of importeur van mengsels van stoffen, zoals rubbergranulaat, verantwoordelijk voor veilig gebruik van het product.

3. Is er een keurmerk voor velden/rubbergranulaat dat de veiligheid garandeert?

Stichting Milieukeur heeft een milieukeurmerk hiervoor. RIVM heeft dit keurmerk niet beoordeeld.  Het certificatieschema is te vinden via de website van Milieukeur.

4. Zijn er alternatieven voor rubbergranulaat, en zijn die veiliger?

Ja, er zijn alternatieven voor 'infill-materiaal' zoals kurkkorrels, kokosvezels en TPE-korrels. Het RIVM heeft geen onderzoek gedaan naar de veiligheid van deze alternatieven.


Naar boven


Onderzoek van de staat Washington

1. Wat is er onderzocht in het rapport van Washington State?

Keeperstrainer Amy Griffin uit de staat Washington heeft een lijst van namen aangelegd van voetballers (keepers) met leukemie. Vanwege de ongerustheid die hierover ontstond en het grote aantal personen op de lijst is het Ministerie van Gezondheid van de staat Washington een onderzoek gestart. Het ministerie heeft onderzocht of het aantal meldingen op de lijst van voetballers uit de staat Washington van Amy Griffin, overeenkomt met het aantal dat kan worden verwacht op basis van gegevens over het optreden van kanker uit de kankerregistratie van de staat Washington.
De vergelijking had betrekking op die personen van de lijst die 6 tot 24 jaar oud waren, bij wie in de periode 2002-2015 kanker is vastgesteld en die op enig moment voetbalden in de staat Washington vóórdat de diagnose werd gesteld. Ook zijn personen van de lijst geïnterviewd over hun voetbalgeschiedenis.

2. Wat is er gevonden?

In totaal stonden er 57 personen uit de staat Washington op de lijst. 27 personen waren tussen de 6 en 24 jaar oud, waarbij kanker is vastgesteld tussen 2002 en 2015 en voetbalden in de staat Washington voordat de diagnose werd gesteld. In totaal zijn er 28 diagnoses van kanker gesteld bij deze mensen (één iemand dubbel) Dit is niet meer dan op grond van de kankerincidentie onder een vergelijkbare leeftijdsgroep in de staat Washington kon worden verwacht: 1.384 gevallen verwacht onder alle voetballers in de staat. Ook het aantal aangetroffen gevallen van leukemie en/of lymfomen op de lijst was aanmerkelijk lager (minder dan 10%) dan werd verwacht op basis van de cijfers uit de kankerregistratie. Soortgelijke bevindingen golden ook voor subgroepen van de lijst (competitiespelers, doelmannen/vrouwen).
De onderzoekers van de staat Washington concluderen dat het aantal kankergevallen dat aan hen is gerapporteerd lager was dan men onder voetballers had verwacht.

3. Is er ook specifiek naar rubbergranulaat gekeken?

Dit onderzoek beperkt zich tot de vergelijking van het aantal gevallen van kanker onder voetballers op Amy’s list met het aantal dat kan worden verwacht op basis van cijfers van de kanker registratie. Er is geen specifiek onderzoek verricht naar de mogelijke risico’s van voetballen op rubbergranulaat. De onderzoekers concluderen dat de onderzoeksbevindingen en de beschouwde literatuur er niet op wijzen dat voetballen op rubbergranulaat kanker veroorzaakt.

4. Wat betekent dit onderzoek nu?

De onderzoekers schrijven dat ze bij de start van het onderzoek ervan uitgingen dat (vrijwel) alle voetballers met kanker uit de staat Washington met de lijst van Amy Griffin waren geïdentificeerd. Na het houden van de interviews achtten de onderzoekers dit uitgangspunt minder aannemelijk, omdat vrouwen, personen uit een specifieke streek uit de staat, competitiespelers en keepers op de lijst oververtegenwoordigd zijn. Als verklaring wordt gegeven dat Amy Griffin een voetbal coach is die vrouwen traint en die, gezien haar achtergrond (voormalig keepster van het Amerikaanse voetbalteam), meer contact heeft met keepers en competitiespelers.
Het RIVM acht onderrapportage van kanker onder voetballers door gebruik van Amy’s list zeer aannemelijk gezien het grote verschil in aangetroffen en verwachte aantal kankergevallen onder voetballers dat in het onderzoek is vastgesteld. Ook de oververtegenwoordiging van specifieke groepen op de lijst wijst erop dat deze selectief tot stand is gekomen. Omdat uit het onderzoek van de staat Washington blijkt dat Amy’s list zeer waarschijnlijk niet volledig en zeker niet representatief is, kan deze lijst nu niet beschouwd worden als een mogelijke aanwijzing dat er sprake zou kunnen zijn van een verhoogd risico door voetballen op kunstgras. Het RIVM concludeert dat het onderzoek van de staat Washington niet leidt tot andere inzichten over de risico’s van voetballen op velden met rubbergranulaat. De conclusie van het rapport van het RIVM blijft dat het verantwoord is om te sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat.

Naar boven

Vragen gesteld door Zembla en antwoorden van RIVM 2017

Zembla heeft het RIVM gevraagd om informatie over het onderzoek naar rubbergranulaat als input voor de tweede aflevering van Zembla.

Lees verder

Home / Onderwerpen / R / Rubbergranulaat / Vragen en antwoorden rubbergranulaat

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu