Actueel


29 juni: Het RIVM werkt aan strengere normen voor rubbergranulaat op kunstgrasvelden

Samen met de European CHemicals Agency (ECHA) werkt het RIVM aan een voorstel voor strengere normen voor PAK's in rubbergranulaat op sportvelden. Het RIVM conludeerde na een uitgebreid onderzoek in 2016 dat de concentratie van PAK's in in het rubbergranulaat dat nu op de velden ligt ver onder de toegestane norm valt. Om dit zo te houden en verantwoord sporten op dit materiaal ook in de toekomst mogelijk te houden, worden de normen aangescherpt. Staatssecretaris Dijksma van het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft het RIVM hiertoe opdracht gegeven. De verwachting is dat het RIVM en de ECHA half 2018 met een eerste voorstel komen.  Op de pagina 'Vragen en antwoorden' zijn vragen en antwoorden toegevoegd over het voorstel voor aangescherpte normen. Staat uw vraag (en antwoord) er niet bij? Stuur uw vraag dan naar info@rivm.nl.


11 mei: het RIVM blijft achter de conclusie van het onderzoek naar sporten op rubbergranulaat staan

Er circuleert een persbericht van actiegroep 'Kom van dat gras af'. Het bericht stelt onder andere dat het RIVM geen onderzoek heeft gedaan naar stoffen die andere mogelijke gezondheidseffecten hebben dan kanker. Dat is onjuist.

Deze conclusie wordt getrokken door de actiegroep na onze uitleg dat de term verwaarloosbaar risico alleen gebruikt wordt voor stoffen die kanker veroorzaken. Voor een stof die kanker veroorzaakt (via DNA schade) is er per definitie geen gezondheidskundige grenswaarde af te leiden. Als de concentratie van de stoffen die kanker kunnen veroorzaken zo laag is dat de kans op een effect heel erg klein is, dan wordt er gesproken over een 'verwaarloosbaar risico'. In het geval van rubbergranulaat gaat dit om de PAKs. Dat betekent niet dat gezondheidseffecten van andere stoffen niet onderzocht  zijn. Voor andere stoffen spreken we niet over 'verwaarloosbaar risico' maar over een gezondheidskundige grenswaarde. Deze gezondheidskundige grenswaarde wordt gebruikt voor stoffen met andere effecten dan kanker, zoals effecten op de lever, op hart- en bloedvaten of voortplanting. Wanneer de hoeveelheid stoffen onder die gezondheidskundige grenswaarde blijft, dan is het veilig. Bij rubbergranulaat was dat het geval voor BPA, ftalaten en een groot aantal andere stoffen. Deze resultaten maken dat de conclusie van het onderzoek is dat het verantwoord is te sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat. Het RIVM blijft toekomstige onderzoeken naar de gezondheidseffecten van rubbergranulaat nauwgezet volgen. 


22 maart: het volledige wetenschappelijke rapport is gepubliceerd

In december zijn alle wetenschappelijke achtergronddocumenten al gepubliceerd op de website. Op 22 maart is ook het volledige wetenschappelijke rapport in het Engels gepubliceerd.


16 maart: Beantwoording kamervragen

De minister heeft kamervragen beantwoord

Kamervragen PvdA


28 februari: ECHA publiceert onderzoek naar rubbergranulaat

Het onderzoek van het Europees Chemicaliën Agentschap (ECHA) naar mogelijke gezondheidsrisico’s van rubbergranulaat is gepubliceerd. De conclusie van ECHA is dat mensen veilig kunnen sporten op kunstgrasvelden ingestrooid met rubbergranulaat.  ECHA adviseert om de huidige norm voor gevaarlijke stoffen in rubbergranulaat aan te passen waardoor ook in de toekomst rubbergranulaat wordt gebruikt met erg lage concentraties aan gevaarlijke stoffen, zodat sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat veilig blijft.

De methode voor risicobeoordeling van ECHA is vergelijkbaar met die van het RIVM. Er wordt gebruik gemaakt van dezelfde informatie over de schadelijkheid van de stoffen in het rubbergranulaat. De blootstellingscenario’s die door ECHA zijn ontwikkeld, lijken sterk op die van het RIVM. Verder geeft de studie van ECHA aanvullende informatie over:
•    de markt voor bandenrecycling en de productie van rubbergranulaat (markt analyse);
•    blootstellings- en risicobeoordeling van werknemers (profvoetballers en werknemers die kunstgrasvelden installeren en onderhouden);
•    toepassing en mogelijke risico’s aan het gebruik van rubbergranulaat in indoor toepassingen.
De studie van ECHA gaat niet in op de mogelijke risico’s voor het milieu.

Lees ook het nieuwsbericht en rapport op de website van ECHA.


27 februari: Aanvulling veelgestelde vragen

Naar aanleiding van de Zembla uitzending van 15 februari j.l. is er een aantal vragen bij het RIVM binnen gekomen. We hebben onze veelgestelde vragen daarom uitgebreid. Naar veelgestelde vragen rubbergranulaat.


15 februari: reactie RIVM op onderzoek VU

Een team onder leiding van Prof. Jacob de Boer heeft onderzoek gedaan naar de effecten van stoffen die uitlogen uit rubbergranulaat. De VU maakt hierbij gebruik van zebravissen-embryo’s. Het RIVM heeft contact gezocht met het onderzoeksteam van de VU en gevraagd om een toelichting op het onderzoek. De resultaten komen overeen met resultaten uit het onderzoek van het RIVM.

Het RIVM neemt het VU onderzoek serieus. Het onderzoek geeft nieuw inzicht, maar het inzicht is onduidelijk omdat we niet weten om welke stoffen het gaat en in hoeverre de situatie in de proef relevant is voor de blootstelling voor de mens. Dergelijk onderzoek kan resultaten geven over de schadelijkheid van de stoffen die uitlogen uit rubbergranulaat voor het milieu. Het VU zebravis-onderzoek kan ook relevante informatie geven over schadelijke effecten op de mens, maar dit kan pas beoordeeld worden als meer en kwantitatieve informatie voorhanden is. Bijvoorbeeld informatie over hoeveelheden, concentraties van stoffen en effecten van stoffen op de zebravisjes.

Het RIVM heeft onderzocht in welke mate stoffen uit het rubbergranulaat vrijkomen en hoe sporters met die stoffen in contact komen. Daarbij zijn de meest informatieve kwantitatieve zoogdier-studies gebruikt om de vertaling te kunnen maken naar effecten voor de mens. In vergelijking met die kwantitatieve zoogdierstudies geeft het huidige onderzoek van de VU geen aanvullende inzichten voor wat betreft de risicoschatting voor de mens.

Lees ook de volledige reactie van het RIVM op dit onderzoek


30 januari: de staat Washington heeft rapport gepubliceerd over vóórkomen kanker bij voetballers

Het Ministerie van Gezondheid van de staat Washington in de Verenigde Staten heeft het rapport gepubliceerd "Investigation of reported cancer among soccer players in Washington State". Het RIVM verwijst naar deze studie in het rapport "Beoordeling gezondheidsrisico's door sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat", onder andere op pagina 31. De resultaten van dit rapport leiden niet tot aanpassing van de conclusie van het RIVM rapport. De conclusie blijft dat het verantwoord is om te sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat. Het rapport van de staat Washington is te vinden op hun site. Het RIVM voegt deze week een vraag en antwoord toe op de website met nadere uitleg van het rapport.


21 december: Kabinetsreactie rubbergranulaat en rubbertegels

Minister Schippers (VWS) en staatssecretaris Dijksma (I&M) hebben een brief aan de Tweede Kamer gestuurd met de kabinetsreactie naar aanleiding van de onderzoeken van het RIVM naar rubbergranulaat en rubbertegels.

Zie voor meer informatie de Kamerbrief met de kabinetsreactie.


20 december 2016 : Sporten op rubbergranulaat is veilig

Het rapport Beoordeling gezondheidsrisico's door sporten op kunstgrasvelden met rubbergranulaat is verschenen.

Zie ook nieuwsbericht Sporten op rubbergranulaat is veilig


13 december: teleconferentie wetenschappelijke klankbordgroep

Op 13 december 2016 vond een teleconferentie plaats met de Wetenschappelijke Klankbordgroep Rubbergranulaat voor het RIVM onderzoek naar rubbergranulaat op kunstgrasvelden.
In dit telefonische overleg van de klankbordgroep stonden de interpretatie en presentatie van de wetenschappelijke resultaten en conclusies centraal. De leden die niet konden deelnemen aan de teleconferentie hebben vooraf een reactie gegeven op de door het RIVM gestuurde stukken. Het RIVM heeft naar aanleiding van de schriftelijke correspondentie de belangrijkste bespreekpunten gedestilleerd; deze punten zijn tijdens het telefonische overleg achtereenvolgend besproken.


28 november 2016:  Stand van zaken onderzoek

Het RIVM-onderzoek is goed van start gegaan en verloopt tot op heden volgens planning. De onderzoeksopzet is beschikbaar op deze website. De veldbemonsteringen zijn afgerond (600 monsters van 100 velden). Het verzamelde rubbergranulaat is in de laboratoria om te worden geanalyseerd. De tijdsdruk op het onderzoek is groot. Alle betrokkenen zetten zich maximaal in om eventuele logistieke tegenslagen die bij ieder onderzoeksproject gebeuren zo snel mogelijk op te vangen. Er wordt onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van stoffen ín het rubbergranulaat, in de literatuur beschreven gezondheidseffecten van stoffen en er wordt verkennend laboratoriumonderzoek gedaan naar de stoffen die vrij kunnen komen úit het rubbergranulaat (via inslikken van de korrels, huidcontact of inademing door uitdamping). De verschillende milieu- en gezondheidsnormen die gelden voor stoffen, mengsels, halffabricaten en speelgoed worden inzichtelijk gemaakt in relatie tot de beoordeelde stoffen in het RIVM-onderzoek. Ook kijkt het RIVM naar het vóórkomen van leukemie en lymfklierkanker in Nederland (trends op basis van bestaande kankerregistraties in Nederland).

Er wordt geen onderzoek ín mensen verricht (bijv. bloed/urineonderzoek). Er wordt ook geen epidemiologisch onderzoek gedaan. Hierover komen wel veel vragen binnen bij het RIVM. Het is verstandig om dergelijk onderzoek pas te overwegen na zorgvuldig literatuuronderzoek. Daarnaast zijn beide typen onderzoek niet realiseerbaar vóór december 2016. Het RIVM heeft contact met onderzoekers betrokken bij de Amerikaanse en Europese studies die ook gaande zijn. De uitkomsten van deze studies worden verwacht na oplevering van het RIVM-rapport (exacte data nog onbekend). Verschillende aanwezigen signaleren een groeiende (internationale) belangstelling voor het RIVM-onderzoek.


26 november: Beantwoording Kamervragen

De minister heeft meerdere Kamervragen beantwoord:


22 en 24 november 2016: Focusgroepen met burgers

Het RIVM heeft twee bijeenkomsten georganiseerd met mensen die het RIVM hebben benaderd met vragen en/ of suggesties om over het onderzoek te communiceren. Door actief dit gesprek op te zoeken kan worden verkend welke specifieke informatiebehoeften er zijn. Om de vragen en zorgen uit de maatschappij te horen, is er ook een enquête uitgevoerd onder 1000 mensen.
Voor het verslag van de groepsgesprekken zie Klankbordgroepen


10 november:  Bijeenkomst maatschappelijke klankbordgroep

Op 10 november kwam voor de tweede keer een maatschappelijke klankbordgroep bijeen over het onderwerp rubbergranulaat op sportvelden. Deze klankbordgroep bestaat uit organisaties die op verschillende manieren betrokken zijn bij het gebruik van rubbergranulaat op sportvelden waarover onrust is ontstaan na de uitzending van Zembla op 5 oktober jl. Het initiatief van de klankbordgroep is ontstaan vanuit het RIVM om signalen en vragen die leven in de maatschappij en binnen komen bij deze organisaties, in beeld te brengen en met elkaar te delen.
Voor meer informatie en verslag zie Klankbordgroepen


2 november: Bijeenkomst wetenschappelijke klankbordgroep

De wetenschappelijke klankbordgroep voor het RIVM-onderzoek is woensdag 2 november bijeen gekomen. Het RIVM heeft de adviezen van de wetenschappelijke klankbordgroep over het onderzoeksplan (de set stoffen en de methodische aanpak) verwerkt voor zover dat mogelijk is in de beperkte tijd en gegeven de praktische haalbaarheid. Ook de wetenschappelijke klankbordgroep heeft vastgesteld dat het onderzoek een deel van de maatschappelijke vragen kan beantwoorden. Goede risicocommunicatie en verwachtingenmanagement zijn nodig om ook de overige maatschappelijke vragen goed op te vangen. De wetenschappelijke klankbordgroep zal opnieuw bij elkaar komen als de gegevens van het literatuur- en veldonderzoek beschikbaar zijn.
Voor meer informatie en verslag zie Klankbordgroepen

 

Home / Onderwerpen / R / Rubbergranulaat / Actueel

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu