Stand van zaken griep

Op deze pagina vindt u de stand van zaken over het griepvirus in het seizoen 2016/2017. De meest recente data zijn voorlopige data van de voorgaande week. Wekelijks worden de cijfers van de voorgaande weken opnieuw berekend met eventueel nagekomen gegevens betreffende griepmeldingen en/of onderzoek van neus- en keelmonsters om een grotere precisie te bereiken.

Stand van zaken tot en met 19 februari 2017

Er is een griepepidemie in Nederland. In de week van 13 tot en met 19 februari 2017 (week 7) werden 85 mensen op de 100.000 inwoners met griepachtige klachten gerapporteerd door de huisartsenpeilstations participerend in NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. Dat is voor de twaalfde achtereenvolgende week boven de epidemische grens van 51 per 100.000. Wel lijkt het aantal mensen met griepachtige klachten af te nemen. In meer dan de helft van de monsters die door huisartsen zijn afgenomen bij deze groep patiënten wordt het influenzavirus type A(H3N2) aangetoond. Het is bekend dat dit type virus vooral bij 65-plussers complicaties kan veroorzaken, vaak in de vorm van longontsteking. De huisartsen zien momenteel veel 65-plussers met longontsteking, al is dit aantal ook dalende. Aan het einde van 2016 kwam er ook veel longontsteking voor bij kinderen van 0 tot 5 jaar. Toen speelde het RS-virus een belangrijke rol.

Griep in Europa

Het Europees Centrum voor Ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) in Stockholm heeft op 25 januari 2017 een risicoanalyse over de ontwikkelingen van de griepepidemie in Europa beschreven. In een aantal landen zorgt de griep voor veel ziekenhuisopnamen van ouderen en sterfte. De situatie in Nederland past in dit beeld.

Monitoring sterftecijfers

Jaarlijks melden artsen in een beperkt aantal overlijdensgevallen influenza als primaire (onderliggende) doodsoorzaak van de overledene. Bij de directe aanleiding van het overlijden aan een andere doodsoorzaak kan influenza echter wel een rol gespeeld hebben, ook al staat dat niet vermeld op het overlijdenscertificaat. In samenwerking met het CBS wordt op basis van de totale sterfte (alle doodsoorzaken) met statistische modellen geschat of er oversterfte is. De afgelopen weken was in Nederland de sterfte in de leeftijdsgroep 75 en ouder sterk verhoogd ten opzichte van de sterfte die deze tijd van het jaar wordt verwacht. Dit is vergelijkbaar met het seizoen 2014/2015, toen ook veel influenzavirus type A(H3N2) werd aangetoond.
Influenza is een van de mogelijke oorzaken van oversterfte, maar deze kan ook worden veroorzaakt door de recente koude periode.

Virologische uitslagen

In week 7 van 2017 werden 23 keel- en neusmonsters afgenomen bij patiënten met griepachtige klachten. In deze monsters werd 14 maal (61%) influenzavirus type A(H3N2), 1 maal (4%) influenzavirus type B (Yamagata-lijn), 1 maal (4%) rhinovirus en 1 maal (4%) RSV aangetoond. In geen van de afgenomen monsters werd enterovirus aangetoond. Daarnaast werden in week 7 12 monsters afgenomen bij patiënten met een andere acute luchtweginfectie. Hierin werd 4 maal (33%) influenzavirus type A(H3N2 gevonden. In geen van deze afgenomen monsters werd RSV, rhinovirus of enterovirus aangetoond.

Er is een griepepidemie in Nederland. In de week van 13 tot en met 19 februari 2017 (week 7) werden 85 mensen op de 100.000 inwoners met griepachtige klachten gerapporteerd door de huisarts peilstations participerend in NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. Dat is voor de twaalfde achtereenvolgende week boven de epidemische grens van 51 per 100.000. Daarnaast wordt er ook griepvirus aangetoond bij pati?nten met griepachtige klachten.  In week 7 van 2017 werden 23 keel- en neusmonsters afgenomen bij pati?nten met griepachtige klachten. In deze monsters werd 14 maal (61%) influenzavirus type A(H3N2), 1 maal (4%) influenzavirus type B (Yamagata-lijn), 1 maal (4%) rhinovirus en 1 maal (4%) RSV aangetoond. In geen van de afgenomen monsters werd enterovirus aangetoond. Daarnaast werden in week 7 12 monsters afgenomen bij pati?nten met een andere acute luchtweginfectie. Hierin werd 4 maal (33%) influenzavirus type A(H3N2 gevonden. In geen van deze afgenomen monsters werd RSV, rhinovirus of enterovirus aangetoond.

Bron grafiek: RIVM en Peilstations participerend in NIVEL Zorgregistraties eerste lijn.

Let op: de getallen boven de balken in de grafiek zijn de totale aantallen geteste monsters. Er kunnen dubbelinfecties voorkomen. Hierdoor kunnen de gestapelde proporties in de grafiek een hoger percentage monsters positief aangeven, dan in werkelijkheid het geval is.

Er zijn in de periode van 3 oktober 2016 tot en met 19 februari 2017 2624 influenzavirussen ontvangen door het ErasmusMC: 2580 maal type A (waarvan 2276 type A(H3N2), 4 maal type A(H1N1)pdm09, 1 maal type A(H1N1)sw) en 44 maal type B (waarvan 2 van de Victoria-lijn en 20 van de Yamagata-lijn).  

Grafiek van het totale aantal en het type influenzavirussen dat in de afgelopen periode van 53 weken per week is aangetoond in Nederland en gerapporteerd aan de WHO (gedetecteerd in Peilstation monsters plus gestuurd aan het NIC ErasmusMC).

Gedurende het griepseizoen wordt er regelmatig een influenzanieuwsbrief uitgebracht. De meest actuele influenza nieuwsbrief is te vinden op de website van het NIC ErasmusMC.

Home / Onderwerpen / G / Griep / Surveillance / Stand van zaken griep

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu