STEC / EHEC

E. coli (Escherichia coli) is onder te verdelen in verschillende varianten. De shiga-toxine producerende E. coli (STEC) is er één van. De E. coli groep binnen de STEC die ernstige ziekte kan veroorzaken is de enterohemorragische E. coli (EHEC).

Meer over STEC/EHEC

Het shigatoxine is een soort gifstof dat door de bacterie wordt gemaakt en veroorzaakt schade aan de cellen in de darmwand, verocyten geheten.  Een oude naam voor STEC is dan ook verocytotoxigene E.coli (VTEC). De schade kan verschillen in ernst en in een klein aantal gevallen van besmetting met dit type E. coli kan hemorragische colitis ontstaan.
Van deze gevallen kan weer een klein deel overgaan in het hemolytisch uremisch syndroom (HUS) waarbij nierbeschadiging optreedt omdat het toxine in de bloedbaan is gekomen. In dit geval wordt de bacterie ook wel HUSEC genoemd (HUS veroorzakende E. coli). De E. coli’s kunnen nog verder onderscheiden worden met de O- en H-serotypering. Voorbeelden van de meest ziekmakende EHEC-soorten zijn O157:H7 en O104:H4.

terug

Ziekteverschijnselen

Bij een ernstig verloop krijgt de patiënt last van bloedingen in de darmen waarna het bloed met de diarree naar buiten komt. Men spreekt dan van hemorragische colitis. De infectie kan ernstige schade aan de nieren veroorzaken als het hemolitisch uremisch syndroom (HUS) optreedt.

Hemorragische colitis

Gemiddeld 3 of 4 dagen (maximaal 14 dagen) na besmetting met de bacterie, treedt diarree op. De ziekteverschijnselen variëren van vrijwel niets of milde diarree, tot bloederige diarree. Dit laatste gaat gepaard met plotseling hevige buikkrampen, soms met braken maar zonder koorts. Vierentwintig uur later volgt eerst waterige diarree die na één tot twee dagen bloederig wordt. Gemiddeld duren deze klachten 4 dagen en gaan vanzelf weer over.

Hemolytisch uremisch syndroom

In sommige gevallen (bij 2 tot 7 procent van de patiënten) treedt, tot 2 weken na aanvang van de diarree, een ernstige complicatie op: het hemolytisch uremisch syndroom (HES). Bij acuut nierfalen werken de nieren niet meer. Het lichaam kan zijn gifstoffen niet meer afvoeren waardoor een ernstige verstoring in de water- en zouthuishouding ontstaat. De helft van de patiënten met HUS heeft tijdelijk niervervangende therapie (dialyse) nodig. De rode bloedlichaampjes gaan kapot waardoor bloedarmoede en een tekort aan bloedplaatjes ontstaan. Het gevolg is dat er door het hele lichaam heen bloedinkjes kunnen ontstaan.

HUS is in een klein aantal gevallen (3-5 procent) dodelijk en 5-10 procent van de patiënten heeft blijvende schade aan bijvoorbeeld de nieren. De risicogroepen voor het ontstaan van HUS zijn kinderen jonger dan vijf jaar en ouderen boven de zestig jaar.

Antibioticagebruik

Door de antibiotica worden weliswaar de bacteriën gedood, maar hierdoor komt het toxine in een hoge dosis vrij. Dit zal dus meer schade tot gevolg hebben en daarmee een ernstiger verloop van de ziekte.

terug

Besmetting

Besmetting van mensen kan verlopen via de voeding (bijvoorbeeld door het eten van onvoldoende verhit rundvlees of het drinken van ongepasteuriseerde melk), of door contact met besmette mest. Met name herkauwers zoals runderen en schapen, vormen het belangrijkste reservoir voor shiga-toxine producerende E. coli (STEC) en scheiden de bacterie uit in de mest.

Wanneer de bacterie buiten het dier komt, overleeft hij nog maanden in de grond en weken in het water (of langer wanneer de temperatuur lager wordt). De mest is daarmee de belangrijkste besmettingsbron en direct contact levert een verhoogd risico op besmetting.

Voedsel en water

Vlees kan onder andere in het slachthuis besmet worden wanneer karkassen vervuild worden met (hele kleine hoeveelheden) darminhoud. De bacterie zit alleen aan de buitenkant van het vlees, maar als dat wordt gemalen, bijv. voor gehakt of hamburgers, raakt het vlees ook van binnen besmet. Als het vlees dan niet door en door verhit wordt, kunnen de bacteriën binnenin overleven.

Ook worden meldingen gemaakt van infecties met STEC na het opnemen van de bacterie via (oppervlakte) water, diverse soorten sla en salades, radijsjes, ongepasteuriseerde vruchtensap of ongekoelde sandwiches. Via bemesting of besproeien van gewassen raken deze besmet. Bovendien kan de bacterie erg goed overleven in een zuur milieu. Dit houdt in dat overdracht ook mogelijk is via bepaalde droge worst met een lage zuurgraad en andere producten met een lage zuurgraad (zoals dressings en appelcider).

 

Ontlasting

Bij bezoek aan bijvoorbeeld kinderboerderijen kan er contact zijn met (mest van) besmet vee. Als er geen goede hygiëne in acht wordt genomen kan de bacterie binnenkomen en ziekte veroorzaken.
Naast de overdracht van dier op mens, is ook de overdracht van mens op mens van belang (denk hierbij aan overdracht binnen het gezin of op kinderdagverblijven).

Men scheidt de bacterie uit in de ontlasting zolang men ziek is. Bij toiletgebruik kunnen de toiletbril, de spoelknop en andere voorwerpen besmet raken. Door contact met deze voorwerpen kan de bacterie via de handen in de mond van anderen terechtkomen. Het is nog niet geheel duidelijk of er na het verdwijnen van de symptomen nog voldoende uitscheiding van de bacterie plaats vindt om nieuwe besmettingen te veroorzaken. Wel is het duidelijk dat kinderen de bacterie langer blijven uitscheiden dan volwassenen.

terug

Verspreiding en frequentie

Mestonderzoek wijst uit dat op een aantal onderzochte boerderijen tussen de 0 en 22 procent van de runderen STEC type O157 bij zich draagt.
Uit slachthuisonderzoek blijkt dat bij 10 procent van de onderzochte runderen aan de slachtlijn STEC aangetoond kon worden. Bij schapen lag dit percentage rond de 4%. Ook uit supermarktproducten bleek het mogelijk om STEC type O157 te isoleren.

De gevallen in Nederland zijn in de meeste gevallen sporadisch. Er is een zekere seizoensgebondenheid waarneembaar: meer dan de helft van de gevallen (60 – 75%) wordt gemeld tussen juli en september. Mogelijk hangt dit samen met het barbecueseizoen. De actuele situatie van STEC in Nederland is te zien in de Atlasinfectieziekten.

In het buitenland doen zich sinds medio jaren 90 regelmatig grote epidemieën voor van shiga-toxine producerende Escherichia coli type O157:H7. In Nederland deed de eerst ontdekte landelijke epidemie zich voor in het najaar van 2005. Door de bronnen van infectie te monitoren kan mogelijk een grote epidemie worden voorkomen.

terug

Preventie

Besmetting met shiga-toxine producerende Escherichia coli (STEC) kan voorkomen worden door een aantal eenvoudige maatregelen te nemen.

  • Voorkom contact met dierlijke mest. Draag een overall en rubberlaarzen bij contact met herkauwers. Spoel laarzen goed af en was handen met water en zeep na bezoek aan dieren op (kinder)boerderijen.
  • Eet niet in de buurt van de dieren
  • Eet niet zonder eerst de handen te wassen.
  • Consumeer alleen voedsel dat deugdelijk verwerkt, bewaard en bereid is.
  • Voorkom thuis vermeerdering van de bacteriën door goede bewaaromstandigheden van de producten te garanderen (koeling, goede hygiëne). Voorkom kruisbesmetting.
  • Verhit voedsel door en door.

Risicovol voedsel

Rundvleesproducten die rauw gegeten worden zoals tartaar, osseworst, filet américain en carpaccio zijn risicovol. Hamburgers (van rundvlees gemaakt) die niet door en door verhit worden zijn ook risicovol. Wanneer in de hamburger bacteriën aanwezig zijn worden deze niet gedood en kan ziekte ontstaan. Op deze manier is de naam hamburgerziekte ontstaan.

 

terug

 
RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu