RIVM_Logo

Er heerst weer mazelen

Er heerst weer mazelen

Ned Tijdschr Geneeskd. 2013;157:A6710


Auteurs:

  • Nederlands Huisartsen Genootschap, Utrecht, Dr. W. Opstelten, huisarts.
  • Centrum voor Infectieziektebestrijding, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven, Dr. W.L.M. Ruijs, arts infectieziektebestrijding; dr. R.S. van Binnendijk, viroloog; dr. S.J.M. Hahné, arts-epidemioloog
  • Universitair Medisch Centrum St Radboud, afd. Kindergeneeskunde, Nijmegen, Dr. A. Warris, kinderarts-infectioloog/immunoloog
  • Wilhelmina Kinderziekenhuis, UMC Utrecht, Dr. T.F.W. Wolfs, kinderarts-infectioloog/immunoloog

 

Dames en Heren,

Hoewel in Nederland sinds 1976 gevaccineerd wordt tegen mazelen, blijft deze kinderziekte af en toe de kop opsteken.1 Momenteel is onder niet-gevaccineerden in de reformatorische gezindte een epidemie gaande, die de laatste epidemie onder deze groep (1999-2000) kan overtreffen. Aan de hand van 2 patiënten bespreken wij het klinisch beeld en de diagnostiek van mazelen en gaan we in op de maatregelen om de gevolgen van de epidemie te beperken.

Patiënt A is een 10-jarige jongen die op grond van religieuze overwegingen van zijn ouders niet gevaccineerd is. Sinds een dag is hij ziek: hij heeft hoge koorts en rode ogen. Zijn moeder vermoedt mazelen en belt de huisarts, die aan het eind van de dag een visite aflegt. Hij treft een zieke jongen met een temperatuur van 40°C. Opvallend zijn zijn rode ogen en lichtschuwheid door conjunctivitis. Hij heeft geen nekstijfheid. Er is een rood, licht verheven exantheem verspreid over zijn hele lichaam. Zijn wangslijmvlies is rood met witte vlekjes. Hierop bevestigt de huisarts het vermoeden van moeder en adviseert om haar zoon goed te laten drinken en paracetamol te geven bij pijn of ongemak. Ook adviseert hij opnieuw contact op te nemen bij braken, sufheid of benauwdheid. De volgende dag meldt de huisarts de patiënt bij de GGD, die de diagnose laat bevestigen met een PCR-onderzoek van speeksel. Na 4 dagen knapt patiënt op en verdwijnt de uitslag. Een week later krijgt zijn eveneens ongevaccineerde zusje mazelen.

Patiënt B is een om religieuze bezwaren ongevaccineerde 9-jarige jongen. De huisarts verwijst hem naar de kinderarts wegens toenemende sufheid. Sinds 5 dagen heeft hij klinisch mazelen waarvan hij leek te herstellen. In de ochtend voor de opname hadden zijn ouders hem aangetroffen terwijl hij huilend op de grond lag. Daarna had hij nog normaal gespeeld, maar aan het begin van de middag had hij aangegeven niet lekker te zijn. Hij was naar bed gebracht. Aan het eind van de middag was hij niet goed wekbaar. Patiënt had geen hoofdpijn of koorts en braakte niet.

Bij lichamelijk onderzoek zijn de vitale functies intact. Patiënt heeft een EMV-score van 10 (E3M5V2). Er is een maculopapuleus exantheem over het hele lichaam. Patiënt is apathisch zonder focale neurologische afwijkingen. Bloedonderzoek toont een niet-afwijkend bloedbeeld en niet-afwijkende lever- en nierfuncties, zonder verhoogde ontstekingsparameters. De antistofbepaling is positief voor mazelenspecifiek-IgG en -IgM; ook de PCR van een keeluitstrijk is positief voor mazelen. Een CT-scan van het cerebrum laat geen afwijkingen zien. Bij lumbaalpunctie loopt heldere liquor af met een geringe pleiocytose (14/µL), niet-afwijkende glucoseconcentratie (3,1 mg/l), een licht verhoogde eiwitconcentratie (0,5 g/l) en een negatieve PCR voor mazelen. Onder de waarschijnlijkheidsdiagnose ‘mazelenencefalitis’ wordt patiënt opgenomen. Gedurende de nacht verslechtert zijn conditie en de volgende ochtend is er sprake van een EMV-score van 6 (E2M3V1). Er is nu dubieuze meningeale prikkeling en een hypotoon hemibeeld links. Gezien de lage EMV-score wordt patiënt geïntubeerd en overgebracht naar de kinder-IC, waar hij geïsoleerd wordt verpleegd. Hij krijgt gedurende 2 dagen vitamine A 200.000 IE per dag. Omdat er onvoldoende bewijs is voor de effectiviteit van intraveneuze immuunglobuline en ribavirine voor een primaire mazelenencefalitis, wordt van deze behandeling afgezien. 4 weken na opname is patiënt nog steeds comateus met uitgebreide afwijkingen op de MRI van het cerebrum. Omdat er mogelijk sprake is van postinfectieuze encefalitis krijgt patiënt immunotherapie (methylprednisolon en immuunglobuline). Dit leidt echter niet tot klinische verbetering. Patiënt wordt binnenkort overgeplaatst naar een revalidatiecentrum.

Lees verder in de pdf-versie van het NTvG-artikel (hiernaast te downloaden) of bekijk het artikel op de site van de NTvG

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Er heerst weer mazelen

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu