RIVM_Logo

Annual report. Surveillance of influenza and other respiratory infections in the Netherlands: winter 2015/2016 : Surveillance van influenza en andere luchtweginfecties: winter 2015/2016

Publiekssamenvatting

In de winter 2015/2016 was er een griepepidemie in de eerste elf weken van 2016.Dit griepseizoen week niet sterk af van een gemiddeld griepseizoen, met naar schatting ruim 200 duizend huisartsbezoeken voor griepachtige klachten, 96 duizend huisartsbezoeken voor longontstekingen en 3900 doden bovenop het verwachte aantal doden gedurende de elf weken van de epidemie. In de eerste weken van de epidemie werd vooral het influenzavirus A(H1N1)pdm09 aangetroffen. Later was dat vooral het influenzavirus B (Victoria-lijn). De effectiviteit van het griepvaccin (44 procent) leek beter dan vorig jaar, hoewel het influenzavirus B van de Victoria-lijn er niet in was opgenomen. Daar was voor gekozen omdat in voorgaande jaren vooral een ander influenzavirus B (Yamagata-lijn) circuleerde. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft geadviseerd om volgend jaar de Victoria-lijn te gebruiken in plaats van de Yamagata-lijn. Het influenzavirus A(H1N1)pdm09 had wel een goede match met het vaccin van dit jaar. Het RIVM heeft dit jaar voor het eerst in twee ziekenhuizen geregistreerd hoeveel mensen zijn opgenomen vanwege complicaties van de griep. Vanuit andere ziekenhuizen is via de media vernomen dat een ongewoon hoog aantal relatief jonge patiƫnten was opgenomen met ernstige luchtwegklachten. Dit was niet terug te zien in de RIVM-data, maar onderstreept het belang van een uitgebreidere surveillance in ziekenhuizen. Van de meldingsplichtige luchtweginfectieziekten kwam in 2015 zowel tuberculose (867 meldingen) als legionellose (419 meldingen) meer voor dan voorgaande jaren. Bij tuberculose heeft dit vooral te maken met het toegenomen aantal asielzoekers. Bij legionellose komt dit waarschijnlijk door het warme en natte weer. Het aantal meldingen van psittacose (47) en Q-koorts (20) was niet opvallend. Dit aantal is echter een onderschatting van het werkelijke aantal, omdat bij longontsteking vaak de oorzaak niet wordt vastgesteld.

Synopsis

During the 2015/2016 winter season, the influenza epidemic in the Netherlands took place in the first eleven weeks of 2016. With approximately 200,000 general practitioner (GP) visits for influenza-like symptoms, 96,000 GP visits for pneumonia, and 3,900 more deaths than the expected number of deaths in this 11-week period, the duration and severity of the epidemic was moderate compared with previous years. During the first weeks of the influenza epidemic, the influenza virus type A(H1N1)pdm09 predominated, while later influenza virus type B (Victoria lineage) started to become more prevalent. The effectiveness of the influenza vaccine (44 per cent) was better than last season although the trivalent influenza vaccine for the 2015/2016 season contained the B Yamagata lineage and not the B Victoria lineage. For next year's trivalent vaccine, the WHO has therefore recommended replacing the Yamagata lineage with the Victoria lineage. The dominating influenza virus type A(H1N1)pdm09 had a good match with the vaccine strain. For the first time, during the 2015/2016 season, limited insight into the occurrence of severe acute respiratory infections (SARI) was obtained through a pilot SARI surveillance system in two Dutch hospitals. Media reports and anecdotal information from hospital physicians reported unusually high numbers of relatively young patients being admitted with severe influenza virus infections. This could not be quantified with the pilot SARI surveillance data and therefore the further development of SARI surveillance remains a priority topic for the coming years. There were more notifications of the notifiable respiratory infectious diseases tuberculosis (867 notifications) and legionellosis (419 notifications) in the 2015 calendar year than in previous years. For tuberculosis, this is mainly due to an increase of asylum seekers in the Netherlands in 2014 and 2015 from high incidence countries. For legionellosis, the increase may be associated with the warm and wet weather conditions in 2015. The number of notifications for psittacosis (47 notifications) and Q fever (20 notifications) was comparable to previous years. However, notifiable infectious diseases presented as pneumonia are notoriously underreported because most cases of community-acquired pneumonia
 

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Annual report. Surveillance of influenza and other respiratory infections in the Netherlands: winter 2015/2016 : Surveillance van influenza en andere luchtweginfecties: winter 2015/2016

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu