RIVM_Logo

Summary of the second Netherlands Research Program on Particulate Matter (BOP II)

Samenvatting van het tweede beleidsgerichte onderzoek naar fijn stof in Nederland

Publiekssamenvatting

Verhoogde fijnstofconcentraties (PM10) in de lucht zijn schadelijk voor de volksgezondheid. Om effectieve maatregelen te kunnen treffen, is het van belang om inzicht te hebben in de herkomst en de samenstelling van fijn stof. De laatste inzichten zijn nu in een overzicht samengevat. Verhoogde fijnstofconcentraties worden vooral veroorzaakt door menselijk handelen. Uit het overzicht blijkt dat fijn stof in Nederland naast koolstof, vooral bestaat uit stikstof en zwavel: hun aandeel blijkt de helft groter te zijn dan eerder werd verondersteld. Fijn stof in de lucht afkomstig van menselijk handelen blijkt voor twee derde afkomstig uit het buitenland, en voor een derde uit Nederland. Om die reden zijn niet alleen nationale maar ook internationale maatregelen nodig om de fijnstofconcentratie te laten afnemen. Bijdrage verkeer aan fijnstofconcentratie is beperkt Van de bijdrage aan fijn stof uit Nederland zijn landbouw en verkeer de voornaamste bronnen voor de fijnstofemmissies. Als de bron 'verkeer' nader onder de loep wordt genomen, blijkt dat de bijdrage van lokaal verkeer aan fijn stof (PM10) relatief klein is in verhouding tot andere bronnen: de concentraties zijn rondom drukke straten en wegen ongeveer 15 procent hoger ten opzichte van de omgeving. Hierdoor zijn de mogelijkheden om de fijn stofconcentraties met lokale maatregelen te beïnvloeden beperkt. Bijdrage verkeer aan uitstoot roet en zware metalen relevanter Fijn stof bevat ook roet en zware metalen. Als op deze onderdelen wordt ingezoomd, blijkt verkeer wel een belangrijke bron te zijn: de concentraties roet en zware metalen zijn lokaal langs drukke straten en wegen in Nederland twee tot drie keer hoger. Roet komt uit de uitlaat van auto's en zware metalen komen vrij door slijtage van remschijven en banden. Dit inzicht biedt de mogelijkheid om de concentraties van deze componenten wel via gemeentelijk beleid te beïnvloeden. Dit is extra van belang omdat zowel het roet als de metalen waarschijnlijk gevaarlijker zijn voor de gezondheid dan andere componenten van fijn stof. Het overzicht in deze rapportage , vloeit voort uit onderzoek van het RIVM, TNO en ECN over fijn stof dat op initiatief van de overheid is uitgevoerd (BOP II, 2010-2012). BOP II is het vervolgprogramma van het eerste Beleidsgericht Onderzoeksprogramma Particulate Matter (BOP), uitgevoerd van 2007 tot2009. De BOP-programma's hebben de wetenschappelijke onzekerheden in het meten en rekenen van fijn stof verkleind. Met deze inzichten kunnen de effecten van fijnstofbeleid beter worden ingeschat.

Synopsis

High levels of particulate matter (PM10) in the air are associated with adverse health effects. In order to take effective policy measures, it is of importance to have a sound knowledge about the origin and composition of particulate matter. The latest findings are now discussed in this summary. Elevated levels of particulate matter are mainly caused by human activity. From this summary it is concluded that besides carbon, particulate matter mainly consists of nitrogen and sulfur: their contribution to particulate matter appears to be twice as large than previously assumed. About 1/3 of the anthropogenic particulate matter is of Dutch origin and 2/3 originates in foreign countries. For this reason, not only national but also international policy measures are necessary in order to decrease particulate matter concentrations. Contribution from traffic to particulate matter is limited Agriculture and traffic are the main sources of particulate matter emissions in the Netherlands. Focusing on traffic, it is shown that the contribution from local traffic to particulate matter is relatively small with respect to other sources: the concentrations close to busy streets are elevated by approximately 15% with respect to the surrounding. Due to this the options, in order to reduce particulate matter concentrations by local policy measures are limited. Contribution traffic to soot and heavy metals emissions relevant Particulate matter includes soot and heavy metals. If one zooms in into these components, traffic is shown to be a major source: the concentrations of soot and heavy metals are locally two to three times higher along busy streets and roads in the Netherlands. Soot comes from the exhaust of cars and heavy metals are released by wear of brake discs and tires. This insight offers the possibility to affect the concentrations of these components by local policy measures. This is especially important because both soot and heavy metal probably have higher negative effects on human health than other components of particulate matter. The overview in this report, results from the Netherlands Research Program on Particulate Matter II performed by RIVM, TNO and ECN on the initiative of the government (BOP II, 2010-2012). BOP II program is the successor of the first Policy Oriented Research Particulate Matter (BOP), conducted from 2007 till 2009. The BOP programs aim at reducing scientific uncertainties in the measurement and calculation of particulate matter. With these insights, the effects of policy measures on particulate matter concentrations are better estimated.
 

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Summary of the second Netherlands Research Program on Particulate Matter (BOP II)

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu