RIVM_Logo

Naleeftekorten bij luchtwassers in de intensieve veehouderij : Effect op emissie(-reductie) van ammoniak

Compliance deficiencies with air scrubbers in the intensive animal husbandry : Effects on emission (reduction) of ammonia

Publiekssamenvatting

In de intensieve veehouderij worden in toenemende mate luchtwassers ingezet om ammoniakemissies uit stallen te verminderen. Uit onderzoeken van twee inspectiediensten in 2009 en 2011 bleek dat een deel van de luchtwassers ontbreekt, uit staat of niet goed functioneert. Het RIVM heeft vervolgens berekend wat de effecten van deze bevindingen zijn op de totale ammoniakemissie uit de Nederlandse landbouw. In 2010 werd mogelijk 2,5 kiloton meer ammoniak uitgestoten dan de tot nu toe vastgestelde 107 kiloton. De berekeningen zijn uitgevoerd in opdracht van de Inspectie Leefomgeving en Transport. Met goed functionerende luchtwassers kan de ammoniakemissie uit stallen met 70 tot 95 procent verminderd worden. De wasser wordt voorgeschreven in de vergunning; in 2010 was ongeveer 20 procent van de varkensstallen ermee uitgerust. Handhavingsamenwerking Noord-Brabant constateerde in 2009 dat 40 procent van de voorgeschreven wassers niet aanwezig was of uit stond. Bij nog eens 45 procent werden andere tekortkomingen geconstateerd. De Inspectie Leefomgeving en Transport constateerde in 2011 bij 72 procent van de luchtwassers tekortkomingen, zonder deze nader te specificeren. Daarnaast werd bij een deel van de wassers geen (32 procent), of maar beperkt (39 procent) toezicht gehouden door de gemeenten. Gebaseerd op gegevens zoals die in de Emissieregistratie worden gebruikt, is tot op heden verondersteld dat in 2010 met luchtwassers 23 procent van de emissie uit varkensstallen zou worden voorkomen. Op de totale ammoniakemissie uit de landbouw vertaalt zich dit in een reductie met 4,5 procent. Uit de berekeningen blijkt echter dat in de praktijk naar schatting ongeveer de helft hiervan daadwerkelijk is gerealiseerd.

Synopsis

In the intensive animal husbandry, air scrubbers are increasingly applied to reduce ammonia emissions from animal houses. From investigations by two inspection services in 2009 and 2011 follows that part of the air scrubbers is missing, switched off or not functioning well. The RIVM has then calculated the effects of these findings on the total ammonia emission from Dutch agriculture. In 2010 possibly 2.5 kilotons more ammonia was discharged than the until now determined 107 kilotons. The calculations were carried out by order of the Human Environment and Transport Inspectorate. With well functioning air scrubbers the ammonia emission from animal houses can be reduced by 70 to 95 percent. The scrubber is prescribed in the permit; in 2010 about 20 percent of the pig houses were equipped with them. Enforcement cooperation Noord-Brabant in 2009 found that 40 percent of the prescribed air scrubbers were absent or switched off. In another 45 percent other shortcomings were detected. The Human Environment and Transport Inspectorate found in 2011 that 72 percent of air scrubbers had shortcomings, without specifying them further. Also on part of the scrubbers no (32 percent) or only limited (39 percent) supervision was carried out by the municipality. Based on figures as those the Emission Registration uses, until now it is being assumed that in 2010 air scrubbers prevented 23 percent of the emission from pig houses. On the total ammonia emission from agriculture this translates into a reduction of 4.5 percent. From the calculations however follows that in practice, by estimation about half of this is actually realised.
 

Home / Documenten en publicaties / Naleeftekorten bij luchtwassers in de intensieve veehouderij : Effect op emissie(-reductie) van ammoniak

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu