RIVM_Logo

Sexually transmitted infections, including HIV, in the Netherlands in 2010

Seksueel overdraagbare aandoeningen, waaronder HIV, in Nederland in 2010

Publiekssamenvatting

In 2010 hebben in totaal 105.016 mensen zich bij een van de centra in Nederland laten testen op een seksueel overdraagbare aandoening (soa); dat is 13% meer dan in 2009. Door deze stijging zijn er meer soa's gediagnosticeerd. Het percentage consulten waarin een (of meerdere) soa werden gevonden is licht gestegen. Net als in voorgaande jaren was chlamydia de meest gediagnosticeerde soa bij bezoekers van de soa-centra in Nederland, vooral onder heteroseksuele jongeren onder de 25 jaar. Chlamydia. Het aantal infecties is toegenomen in 2010, evenals het percentage positieve chlamydia-testen (n = 11.526 respectievelijk 11,2%). 11% van de heteroseksuele bezoekers van soa-centra had een chlamydia-infectie, onder heteroseksuelen jonger dan 25 jaar was dit 14%. Gonorroe. Ondanks een toename in het aantal infecties in 2010 (n = 2.815) is het percentage positieve gonorroetesten stabiel gebleven (2,7%). In Nederland werd nog geen gonorroestam gevonden die (klinisch) resistent is tegen derde generatie cefalosporine (antibiotica). Wel zijn meer stammen gevonden die hiervoor minder gevoelig zijn. Monitoring van resistentie blijft daarom van belang om - indien nodig - tijdig behandeladviezen bij te kunnen stellen. Syfilis. In 2010 nam het aantal nieuwe syfilisdiagnoses en het percentage positieve testen (n = 500 respectievelijk 0,5%) in vergelijkbare mate af als in 2009. Deze lichte daling is al langere tijd gaande. Syfilis werd vooral gediagnosticeerd bij mannen die seks hebben met mannen (MSM) (89% van alle syfilisdiagnoses). Hiv. Zowel het aantal als het percentage positieve hiv-testen bij de soa-centra (n = 375 respectievelijk 0,4%) is in 2010 opnieuw licht gedaald. Sinds 1 januari 2010 worden alle bezoekers van soa-centra op hiv getest, tenzij dit expliciet geweigerd wordt (opting-out); dit jaar weigerde 3% van alle bezoekers die niet wisten of ze hiv hadden. In 2010 werd bij 31% van de bekend hiv-positieve MSM een of meerdere soa's gevonden. Bezoekers soa-centra. De soa-centra bieden hoogrisicogroepen een laagdrempelige diagnose en aanvullende curatieve zorg. Er waren in 2010 vooral meer consulten van MSM, een stijging van 20% ten opzichte van 2009. Bij 14% van de bezoekers werd een of meerdere soa's gevonden (bij 19% van de MSM en 12% van de heteroseksuele bezoekers). Dit is vergelijkbaar met voorgaande jaren.

Synopsis

In 2010, a total of 105,016 persons were tested at one of the Sexually Transmitted Infection (STI) clinics in the Netherlands. This was 13% more than in 2009. More STIs were diagnosed due to this increase. The percentage of consultations where one or more STIs was found has slightly increased. Chlamydia remained the most often diagnosed STI among STI clinic attendees in the Netherlands, especially among heterosexuals younger than 25 years. Chlamydia. The number of infections increased in 2010, as well as the positivity rate (n = 11.526 respectively 11.2%). Of the total heterosexual attendees, 11% had a chlamydia infection compared with 14% in the group of heterosexuals younger than 25 years. Gonorrhoea. The number of gonorrhoea infections and the positivity rate (n = 2,815 respectively 2.7%) remained stable compared with 2009. No third generation cephalosporin (antibiotic) resistant gonorrhoea strain has been found in the Netherlands yet. But, there is an increase in number of strains found less sensitive to antibiotics. Therefore, monitoring of resistance remains important in case adjustments of treatment advices are necessary. Syphilis. In 2010, there was a comparable decrease in the number of new diagnoses of infectious syphilis and the positivity rate with 2009 (n = 500 respectively 0.5%). This small decrease is ongoing for a longer period of time. Syphilis in men having sex with men (MSM) accounted for 89% of all infectious syphilis diagnoses. HIV. There was again a slight decline in the number and proportion of positive HIV tests at the STI clinics (n = 375 respectively 0.4%). Since 1 January 2010, all STI clinic attendees have been tested for HIV, except those who explicitly refused, known as opting out testing. In 2010, 3% refused of all attendees not knowing their HIV status. Among those MSM known to be HIV-positive, 31% were diagnosed with one or more STIs in 2010. STI clinic attendees. STI clinics offer easily accessible diagnosis and complementary curative care to high-risk populations. There were especially more MSM consultations in 2010, an increase of 20% compared with 2009. One or more STIs were found in 14% of the attendees (in 19% of MSM and in 12% of heterosexual attendees). These figures are comparable with previous years.
 

Home / Documenten en publicaties / Sexually transmitted infections, including HIV, in the Netherlands in 2010

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu