RIVM_Logo

Health Risks in relation to air quality, especially particulate matter. Interim report

Gezondheidsrisico's geassocieerd met luchtverontreiniging en met name fijn stof. Interim rapport

Publiekssamenvatting

Een kwantitatieve risicoschatting leverde op dat een voortijdige strefte van duizend mensen in Nederland geassocieerd is met de huidige PM10 niveaus. Lokale informatie (over het mengsel aan luchtverontreiniging en gegevens over de gezondheidstoestand van de bevolking) blijken essentieel te zijn voor het uitvoeren van een adequate risicoschatting. Een van de overblijvende vragen is bijvoorbeeld of kleinere deeltjes (PM2.5) nu gevaarlijker zijn dan PM10. Longdosimetrie modellen voor deeltjes die voor het programma zijn ontwikkeld, laten zien dat de lokale depositie en dosis in de longen van een COPD patient behoorlijk kunnen verschillen met die van een gezonde volwassene. Verontreiniging op grond van de Nederlandse en buitenlandse emissies van PM10 en precursor gassen bleek dat een deel (bijna de helft) van de Nederlandse jaargemiddelde niveaus vooralsnog niet verklaard wordt. Er is een meetprogramma gestart om de samenstelling van de ontbrekende massa en bronnen op te sporen. Er is een experimenteel inhalatie toxicologisch programma met een mobiele fijn stof concentrator ontwikkeld om de epidemiologische associaties te bevestigd te krijgen en zo meer aan de weet te komen over de causale stof fracties en hun bronnen. In-vitro testen van deeltjes op longweefsel van humane patienten laat zien dat er een grote inter-individuele variatie is in de reactie op deeltjes verzameld in verschillende groottefracties en op verschillende plaatsen in Nederland. Om de resultaten een wijdere verspreiding te geven is in het midden van 2001 een wetenschappelijke workshop gepland. De verwachte antwoorden kunnen begin 2002 tegemoet worden gezien.

Synopsis

A quantitative risk assessment of health effects associated with particulate matter (PM), especially ambient PM10 levels, for the Netherlands has indicated premature mortality among approximately 1000 persons. Local information, including air pollution mix and health status of the population, has proven to be essential in such a risk assessment. One of the questions not answered yet is if smaller particles (PM2.5) are more toxic than PM10. According to the particle dosimetry models developed for the project, the local dose in the lungs of groups with a less than optimal health status may differ substantially when compared to healthy adults; this may partly explain differences in susceptibility. Modelling the Dutch and European emissions of PM and precursor gasses with an air pollution dispersion model has indicated that part (nearly half) of the Dutch yearly PM10 averages are still unaccounted for. A monitoring programme has been started to determine the composition of the missing PM10 and its sources. An extensive programme of experimental inhalation toxicology using a mobile particle concentrator has also been developed to conform to epidemiological associations and more specifically to the discovery of causative fractions (and their sources). In vitro tests with lung tissue taken from a variety of individuals demonstrated great variability between these individuals in their susceptibility to collected ambient PM of different-sized fractions at the different locations. A scientific workshop, envisaged for mid-2001, will allow a wider application of the results, with answers to the questions of the Ministry of Housing, Spatial Planning and Environment possibly expected by the beginning of 2002.
 

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Health Risks in relation to air quality, especially particulate matter. Interim report

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu