RIVM_Logo

9. Postvaccinale verschijnselen

9.1 Advies aan ouders
9.2 De meest voorkomende bijwerkingen
9.3 Melden van postvaccinale verschijnselen bij Lareb

9.1 Advies aan ouders

In de algemene brochure Bescherm uw kind tegen 12 infectieziekten staat informatie en advies over bijwerkingen. Deze brochure wordt bij de eerste vaccinatieoproep meegezonden. Bij de oproep voor 4- en 9-jarigen wordt een aparte folder met informatie over de betreffende vaccinaties meegestuurd. Deze folders zijn beschikbaar op het consultatiebureau en staan op www.rivm.nl/rvp.
Voor het voorkomen of verminderen van de volgende ongewenste verschijnselen na vaccinatie kan paracetamol gegeven worden (42):

  • bij pijn;
  • bij lang/heftig huilen;
  • als profylaxe als er klachten ontstonden na eerdere vaccinaties. Hierbij is terughoudendheid geboden omdat uit onderzoek is gebleken dat paracetamol een negatief effect op de immuunrespons kan hebben, vooral als het rond het moment van vaccineren wordt toegediend. De eerste dosis paracetamol moet ongeveer een half uur voor de vaccinatie toegediend worden. Bij een BMR-vaccinatie is profylaxe overigens niet zinvol. (34-37) Dus alleen zonodig geven ter voorkoming van klachten na eerdere vaccinaties zoals bij heftige klachten met pijn of meer dan 3 uur ontroostbaar huilen (persistant screaming).

Behandeling met paracetamol is geen routine! 

De huisarts moet gewaarschuwd worden bij heftige, niet te duiden klachten of klachten die na paracetamolgebruik niet overgaan. Mogelijk is er sprake van een (andere) ziekte.
Koorts is in principe geen indicatie voor het toedienen van paracetamol. Koorts, ook hoge koorts, is niet gevaarlijk en heeft een belangrijke signaalfunctie die verloren gaat bij het onderdrukken ervan. Koorts is een fysiologisch afweermechanisme van het lichaam tegen pathogenen. Het is belangrijk om een kind met koorts voldoende drinken te geven om uitdroging te voorkomen. (34-37)

Tabel 9 Adviesdoseringen van paracetamol (op basis van gewicht en bij gebruik korter dan 3 dagen).

Gewicht (leeftijd*)

Oraal maximaal 90 mg/kg/dag
(drank 24 mg/ml)

Rectaal maximaal 90 mg/kg/dg

3 kg (geboorte)

4 dd 2 ml

2 dd 1 zetpil 120 mg

6 kg (3 maanden)

4 dd 4 ml

3 dd 1 zetpil 120 mg

10 kg (12 maanden)

4 dd 6 ml

3 dd 1 zetpil 240 mg

15 kg (3 jaar)

4 dd 9 ml of 4 dd 1 tablet 240 mg

4 dd 1 zetpil 240 mg

20 kg (5 jaar)

4 dd 1,5 tablet 240 mg

3 dd 1 zetpil 500 mg

25 kg (7 jaar)

4 dd 1 tablet 500 mg

4 dd 1 zetpil 500 mg

30 kg (9 jaar)

5 dd 1 tablet 500 mg

4 dd 1 zetpil 500 mg

42,5 kg (12 jaar)

6 dd 1 tablet 500 mg

3 dd 1 zetpil 1.000 mg

* Leeftijd die gemiddeld genomen correspondeert met het genoemde gewicht. (38)

9.2 De meest voorkomende bijwerkingen

De meeste bijwerkingen beginnen op de dag van de vaccinatie en zijn binnen 2 dagen weer over. De volgende klachten komen vaak voor: koorts, hangerigheid, rode plek/zwelling en/of pijn op de plaats van inenting, last bij bewegen van ingeënte arm of been, onrustig of extra veel slapen (bij baby’s) en flauwvallen (vanaf 4 jaar). Ernstigere bijwerkingen zoals collaps, verkleurde benen, koortsstuipen en exanthemen komen veel minder frequent voor. (37, 39, 43) 

De niet-lokale bijwerkingen (zoals koorts en exanthemen) na de BMR-vaccinatie beginnen 5-12 dagen na de vaccinatie, soms nog later tot 21 dagen na vaccinatie.

Anafylactische reacties zijn uitermate zeldzaam. Daarom wordt in het kader van het RVP doses adrenaline of een noodkit tijdens het vaccineren van kinderen niet geadviseerd. In een noodsituatie moet 112 worden gebeld.

De jaarraportages met uitgebreide informatie over RVP-bijwerkingen staan op de website van het Bijwerkingencentrum Lareb, www.lareb.nl. (22)

9.3 Melden van postvaccinale verschijnselen bij Lareb

Zorgverleners zijn conform de Geneesmiddelenwet art.78 verplicht om ernstige en onverwachte postvaccinale reacties te melden aan het Bijwerkingencentrum Lareb. Meld dus altijd, onder vermelding van het chargenummer van het betreffende vaccin bij:

  • ernstige gebeurtenissen, zoals ziekenhuisopnames, blijvende invaliditeit of overlijden, ongeacht het vermeende causale verband;
  • onverwachte of bijzondere bijwerkingen;
  • twijfel over vervolgvaccinaties;
  • onrust of negatieve publiciteit;
  • alles wat u verder van belang vindt. 

Als u een melding aan Bijwerkingencentrum Lareb wilt doen, dient u de toestemming van de ouders te hebben om relevante (medische) informatie aan Bijwerkingencentrum Lareb door te kunnen geven. Noteer dit in het dossier. Vermeld bij het doen van een melding het chargenummer van het betreffende vaccin.

Telefoon: 073 - 646 97 03 (alleen voor zorgprofessionals).
Ouders kunnen ook melden aan Bijwerkingencentrum Lareb. Het meldformulier staat op www.lareb.nl

 

Home / Documenten en publicaties / Richtlijnen / 9. Postvaccinale verschijnselen

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu