RIVM_Logo

7. Vaccinatietechniek

7.1 Aandachtspunten bij het vaccineren
7.2 Toediening van de RVP-vaccinaties
7.3 De techniek van de intramusculaire en de subcutane injecties
7.4 Aandacht voor pijnvermindering bij vaccineren

7.1 Aandachtspunten bij het vaccineren

Handhygiëne bij het vaccineren
Handen zijn een belangrijke schakel in de overdracht van micro-organismen. Handen dienen visueel schoon te zijn, vrij van sieraden, de nagels kort geknipt en geen gebruik van kunstnagels. De polsen moeten vrij zijn van bedekkende kleding. Met handhygiëne wordt bedoeld de handen wassen met water en zeep of desinfecteren met handalcohol. Het is niet nodig om voor elke afzonderlijke vaccinatie handhygiëne toe te passen, maar wel op de volgende momenten (16, 31):

  • voor aanvang van de vaccinatiespreekuren;
  • na pauzemomenten;
  • na hoesten, niezen en neussnuiten;
  • na toiletbezoek;
  • voor en na het eten en drinken;
  • na contact met lichaamsvloeistoffen of uitscheidingsproducten;
  • bij zichtbaar vuil.

Administratie
Administratie is een essentieel onderdeel van de vaccinatie. Alleen bij een zorgvuldige registratie kunnen in het geval van een incident adequate maatregelen genomen worden. Het verdient de voorkeur om voor het toedienen van de vaccinatie de registratie af te handelen. Zo voorkomt men dat er niet-geïndiceerd vaccin wordt toegediend.

Expiratiedatum
De expiratiedatum geeft de laatste dag of maand aan dat met het vaccin gevaccineerd mag worden. Indien het vaccin per ongeluk toch na die datum gebruikt is, wordt de ouders een nieuwe vaccinatie aangeboden omdat de werkzaamheid niet meer te garanderen is. Dit wordt in het dossier genoteerd, ook als de ouders besluiten de vaccinatie niet opnieuw te laten geven. Dit dient u altijd door te geven aan het RIVM-DVP-regiokantoor.

Bijsluiters
Bijsluiters moeten op verzoek overhandigd kunnen worden. Het RIVM ondersteunt dit door bijsluiters mee te leveren met het vaccin. Daarnaast staan de actuele bijsluiters op www.rivm.nl/rvp/bijsluiters.

Vaccinflacons
Het flip-offkapje beschermt de rubberen afsluitdop. Deze afsluitdop voorkomt contaminatie en zorgt voor het behoud van de steriliteit. Zolang er niet in het flesje is geprikt, is de inhoud steriel. Omdat op het oog niet te zien is of er in het flesje is geprikt, moet diegene die het flip-offkapje heeft verwijderd er persoonlijk voor zorg dragen dat het flesje bij de eerstvolgende gelegenheid wordt gebruikt. Vaccinflesjes die zijn aangeprikt moeten altijd op dezelfde dag worden gebruikt.

Injectiespuiten
Bij MMRVaxPro en Infanrix hexa kan het voorkomen dat de zuiger niet goed in de zwarte/grijze stopper zit vastgedraaid. Daarom voor gebruik eerst controleren of zuigerstaafje goed in de stopper is geschroefd en deze zo nodig met de klok mee aandraaien. Houd er rekening mee dat de spuit geen rem aan de achterkant heeft.

Mengen
Gebruik voor het doorpikken van het rubber dopje van de flacon een injectienaald met een kleine diameter. Naalden van 0,6 x 25 mm (23G) zullen minder kans geven op zwarte rubberen deeltjes in de oplossing. Bij gebruik van naalden met een grotere diameter worden wel eens ponsjes van de rubberen dop in de vloeistof gezien. Dat heeft geen invloed op de kwaliteit van het vaccin. Gevriesdroogd vaccin wordt gereconstitueerd (= opgelost) vlak voor toediening en moet na opzuigen in de spuit binnen 15 minuten worden toegediend.

Desinfectie
Het is niet nodig om de rubberen afsluitdop en de huid van het kind te desinfecteren. (32)

Ontluchten van de injectiespuit
De injectiespuit moet voor de injectie worden ontlucht tot de naaldopzet.

Injectienaald
In het Arbeidsomstandigheden (Arbo)besluit is het gebruik van veiligenaaldsystemen opgenomen. De vaccins van het RVP zijn geschikt voor veiligenaaldsystemen met uitzondering van het DTP- en los Hib-vaccin. Zodra het mogelijk is zal voor DTP en Hib ook vaccin geleverd worden dat geschikt is voor veiligenaaldsystemen. Voor het gebruik van injectienaalden wordt een naaldlengte van 22-25 mm met een doorsnede van 0,5 of 0,6 mm geadviseerd. Een (voorgevulde) spuit waar een naald opgezet is, moet dezelfde dag gebruikt worden.

Plaats voor injectie
De eerste voorkeursplaats voor injecties bij zuigelingen in de leeftijd van 0 tot 12 maanden is het dijbeen (musculus vastus lateralis). Als dit niet mogelijk is, kan in de bovenarm (musculus deltoideus of musculus triceps) gevaccineerd worden. Boven de leeftijd van 12 maanden is er geen voorkeur voor het dijbeen of de bovenarm. Vanaf 2 jaar wordt meestal in de arm gevaccineerd. In de bijsluiter van de vaccins staan de aanbevolen injectieplaatsen. In het protocol van de eigen organisatie staan de afspraken over de exacte prikplaatsen, in welke armen en benen de diverse vaccinaties gegeven worden.

Aspireren
Controle op het aanprikken van een bloedvat voorafgaand aan het inspuiten van het vaccin is niet noodzakelijk.

Toediening
Toediening van een (vrijwel) volledige dosis (>90%) van het vaccin is nodig. Als dat niet is toegediend moet de vaccinatie direct worden herhaald. Dit mag in hetzelfde ledemaat. Een eventueel dubbele dosis is niet schadelijk en geeft ook niet meer bijwerkingen.

Foutieve menging
Bij foutieve menging van vaccins wordt de vaccinatie als niet toegediend beschouwd.

 7.2 Toediening van de RVP-vaccinaties

Tabel 4 Toediening van de RVP-vaccinaties (16, 32)
Vaccin

Toeding

DKTP-Hib-HepB als combinatievaccin of als los DKTP ofHib of HepB vaccin

Intramusculair

Pneu

Intramusculair

BMR

Subcutaan of Intramusculair*

MenC

Intramusculair

DTP

Intramusculair

HPV

Intramusculair

* Van alle op de markt zijnde producten voor bescherming tegen bof, mazelen of rodehond is vastgesteld dat zowel IM als SC toediening effectief en veilig is.

7.3 De techniek van de intramusculaire en de subcutane injecties

De techniek van de intramusculaire injectie
Voer achtereenvolgens de volgende handelingen uit:

  • Ontbloot de injectieplaats en laat knellende kleding losmaken of uittrekken.
  • Fixeer de injectieplaats tussen duim en wijsvinger en trek de huid daarbij strak. Verschuif tevens de huid iets ten opzichte van het onderhuidse bindweefsel.
  • Doorsteek de huid snel en loodrecht.
  • Injecteer het vaccin langzaam en volledig.
  • Trek de lege spuit terug met een snelle beweging.
  • Plaats het beschermkapje niet meer terug op de naald.
  • Bescherm de naald conform de gebruiksaanwijzing van het veiligenaaldsysteem.
  • Ontkoppel direct naald en spuit met behulp van de naaldencontainer of gooi spuit en naald als geheel in de naaldencontainer (afhankelijk van de afspraken binnen de organisatie).
  • Vaccinflacon en spuit kunnen na gebruik bij het huishoudelijk afval, ook als er BMR-vaccin in zat. 

De techniek van de subcutane injectie
Voer achtereenvolgens de volgende handelingen uit:

  • Ontbloot de injectieplaats en laat knellende kleding losmaken of uittrekken.
  • Fixeer de injectieplaats tussen duim en wijsvinger en duw een huidplooi op.
  • Doorsteek de huid snel en onder een hoek van 45 graden.
  • Controleer of de naald los in het onderhuidse bindweefsel ligt (de spuit kan dan soepel heen en weer bewogen worden).
  • Injecteer het vaccin langzaam en volledig.
  • Trek de lege spuit terug met een snelle beweging.
  • Plaats het beschermkapje niet meer terug op de naald.
  • Bescherm de naald conform de gebruiksaanwijzing van het veilige naaldsysteem.
  • Ontkoppel naald en spuit met behulp van de naaldencontainer of gooi spuit en naald als geheel in de naaldencontainer (afhankelijk van de afspraken binnen de organisatie).
  • Vaccinflacon en spuit kunnen na gebruik bij het huishoudelijk afval, ook als er BMR-vaccin in zat.

7.4 Aandacht voor pijnvermindering bij vaccineren

  • Geef de minst pijnlijke vaccinatie het eerst wanneer er meer vaccinaties tijdens 1 consult gegeven moeten worden. Dus geef eerst de DKTP-Hib-HepB-vaccinatie en daarna de Pneu-vaccinatie. Geef eerst de intramusculaire injectie en daarna de subcutane injectie.
  • Afleiding tijdens het vaccineren vermindert de pijnsensatie van een vaccinatie.
  • U kunt de huid lokaal verdoven met Emla®-crème. Uit onderzoek is gebleken dat Emla®-crème het opwekken van antistoffen (de immuunrespons) van vaccins niet nadelig beïnvloedt. Voor een goede werking van het pijnstillend effect moet de crème 1 uur voor de vaccinatie op de injectieplek aangebracht worden. De crème verdooft alleen de huid en niet het onderliggende weefsel. (16)

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Richtlijnen / 7. Vaccinatietechniek

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu