RIVM_Logo

10. Cold-chain vaccinincidenten, vaccininstabiliteit

De weg die vaccins afleggen van producent naar eindgebruiker dient een geheel gekoeld traject te zijn. (16, 40) Hiervoor wordt de term cold chain gebruikt. De productie door de fabrikant, het transport, de opslag, de distributie naar de afnemers en het beheer van de vaccins tot het moment van toedienen, vormen samen deze chain of kwaliteitsketen. De keten is zo sterk als zijn zwakste schakel.
Bevriezing van vaccins is een onderschat probleem. Bij gebruik van een koelbox wordt, afhankelijk van de grootte van de koelbox en de hoeveelheid vaccins, geadviseerd om gebruik te maken van 1 of 2 bevroren koelelementen.
Om bevriezing van het vaccin te voorkomen, moet direct contact tussen koelelement en vaccin vermeden worden. Hiertoe kan gebruik gemaakt worden van bijvoorbeeld een stuk karton, piepschuim of zogenaamd bolletjesfolie. Voor groepsvaccinaties wordt vaak gebruik gemaakt van speciale koelboxen.

Bewaartemperatuur van vaccins is +2 °C - +8 °C, in het donker (koelkast).
Bij elke afwijking van deze bewaarcondities is er sprake van een vaccinincident.

Bij een mogelijke over- of onderschrijding van de bewaartemperatuur en bij andere vaccinincidenten moet men zo spoedig mogelijk telefonisch contact opnemen met de vaccinbeheerder van het RIVM-DVP-regiokantoor. Laat, totdat duidelijk is wat er met het vaccin moet gebeuren, het vaccin in de koelkast staan met de volgende tekst opvallend op het vaccinflesje of -doosje: ‘Dit vaccin niet gebruiken!’
Lees voor meer informatie de richtlijn Cold chain voor uitvoerende organisaties.
Als blijkt dat vaccins onvoldoende gekoeld zijn toegediend, moet u contact opnemen met een medisch adviseur van het RIVM-DVP-regiokantoor.

Home / Documenten en publicaties / Richtlijnen / 10. Cold-chain vaccinincidenten, vaccininstabiliteit

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu