RIVM_Logo

LCI-richtlijn Zikavirusinfectie

Naar onderwerp 'Zikavirus' | Naar pagina over totstandkoming van de LCI-richtlijnen 

  1. Historie
  2. Ziekte
  3. Diagnostiek
  4. Besmetting
  5. Desinfectie
  6. Verspreiding
  7. Behandeling
  8. Primaire preventie
  9. Maatregelen naar aanleiding van een geval
  10. Overige activiteiten

  • Vastgesteld LOI: 14 juni 2016; gepubliceerd: 1 september 2016. 
  • 7 september 2016: n.a.v. de implementatie van de meldingsplicht per 1 november 2016 is paragraaf 10.1 Meldingsplicht aangepast.  
  • 14 september 2016: in bijlage 2 is mogelijke seksuele transmissie verwerkt in het algoritme. 
  • 25 oktober 2016: n.a.v. de implementatie van de meldingsplicht per 1 november 2016 zijn de paragrafen 9.3 Maatregelen ten aanzien van patiënt en contacten en 10.1 Meldingsplicht aangepast. 

1. Historie 

Het zikavirus (ZIKV) werd voor het eerst in 1947 geïsoleerd tijdens een onderzoek naar de transmissie van gele koorts in het Zikawoud in Oeganda waarvoor rhesusmakaken werden gebruikt. Publicatie volgde hierover in 1952.1,2 In 1948 werd het virus geïsoleerd uit Aedes africanus, een mug verwant aan de gelekoortsmug. In 1954 volgde publicatie van de eerste isolatie bij de mens en in 1962 kon de definitieve relatie tussen het virus en het klinisch beeld van infectie bij de mens worden bevestigd.3-6  

2. Ziekte 

2.1 Verwekker

Het ZIKV is een enkelstengs RNA-virus, ingedeeld in het genus Flavivirus binnen de familie van Flaviviridae. Het ZIKV is een 'arthropod borne' virus (arbovirus) dat het meest gerelateerd is aan virussen die dengue, St. Louis-encefalitis, West-Nijl-koorts en Japanse-encefalitis veroorzaken.7 

Er zijn twee belangrijke genetische lijnen van het ZIKV: een Afrikaanse en een Aziatische.8 Het virus dat de huidige epidemie in Amerika veroorzaakt behoort tot de Aziatische genetische lijn.9 

Het virus wordt overgedragen door verscheidende Aedes-steekmuggen, waaronder Aedes aegypti, Aedes albopictus en Aedes africanus.10 De Aedes aegypti is de belangrijkste vector.11 

2.2 Pathogenese 

De pathogenese is nog niet goed bekend. Verondersteld wordt dat het overeenkomst vertoont met dengue-(DENV) infecties waarbij de virusreplicatie vooral plaatsvindt in de mononucleaire fagocyten. Co-infectie met andere flavivirussen als dengue zijn beschreven.12 

Verder dringt ZIKV humane cortiale voorlopercellen (hNPC's) binnen wat mogelijk de neurologische complicaties verklaart. Dit wordt nog verder onderzocht.13 

2.3 Incubatieperiode 

De incubatieperiode is niet exact bekend maar wordt geschat op 3 tot 12 dagen.14 

2.4 Ziekteverschijnselen 

Subklinische infecties komen, net als bij andere flavivirusinfectie zoals dengue, vaak voor. Naar schatting ontwikkelt ongeveer één op de vier tot vijf  mensen geInfecteerd met ZIKV symptonen. De meeste mensen die klachten ontwikkelen herstellen volledig. ZIKV-infectie wordt beschreven als een milde, zelflimiterende, koortsende ziekte die 2-7 dagen duurt zonder ernstige complicaties. 15,16

Een symptomatische infectie presenteert zich met één of meer van de volgende verschijnselen:  

  • acute (matige) koorts, 
  • hoofdpijn, 
  • niet-purulente conjunctivitis, 
  • brandend of doof gevoel in handen of voeten, 
  • spier- en gewrichtspijn vooral van handen en voeten, 
  • huiduitslag (maculo-papulair; vaak beginnend in het gezicht en uitspreidend over de rest van het lichaam). 

En minder frequent met: 

  • anorexie, 
  • overgeven, 
  • diarree en buikpijn. 

De case fatality rate van de acute infectie is nog onbekend, maar is waarschijnlijk erg laag. Mogelijk bestaat er een relatie tussen een infectie met het ZIKV en een aantal complicaties: 

  • Er zijn epidemiologische en virologische aanwijzingen voor een verband tussen maternale ZIKV-infectie en cerebrale congenitale malformaties zoals microcefalie van de foetus (vooral bij infectie tijdens het eerste trimester, mogelijk ook in het tweede of derde).17,18 Spontane abortus is mogelijk ook geassocieerd. Naar de aard en omvang van deze relaties wordt onderzoek gedaan.19-22 
  • Het guillain-barrésyndroom(GBS) en neuropathie. Uit Frans onderzoek tijdens de epidemie in Polynesië in 2013 bleek het risico op GBS ongeveer 2,4 per 10.000 ZIKV-infecties waarbij deze complicatie zich in 93% van de gevallen binnen 3 maanden na de besmetting ontwikkelt.23 In een aantal landen wordt momenteel een verhoogde incidentie van GBS beschreven.24,25 

De symptomen lijken erg op die van een dengue- en chikungunya-infectie. Deze infecties kunnen daardoor eenvoudig verward worden. De belangrijkste verschillen zijn koorts en gewrichtsklachten (zie tabel 1). 

Tabel 1: Overeenkomsten en verschillen tussen de infecties met dengue-, chikungunya- en zikavirus26

kenmerk

dengue

chikungunya

zika

virus (genus)

Flavivirus

Alfavirus

Flavivirus

symptomatische infectie

1 op de 4 patiënten

3 op de 4 patiënten

1 op de 4 à 5 patiënten

incubatieperiode in dagen

3-14

2-12

3-12

duur acute symptomen in dagen

2-7

5-7

2-7

primaire vector

Aedes spp. (A. aegypti, A. albopictus)

Aedes spp. (A. aegypti, A. albopictus, A. hensili)

Aedes spp. (onder andere A. aegypti, A. hensili, A. albopictus)

koorts

hoge koorts

hoge koorts

verhoging of lichte koorts

hepatomegalie

++

++

+

gewrichtspijn

++

+++, kan maanden tot jaren aanhouden

+++, kort

spierpijn

+

+

++

huiduitslag

+++

+++

+++

jeuk

++

++

++

conjunctivitis

+

+

+++

lymfadenopathie

++

++

+

trombopenie

++

+

-

leukopenie

++

++

+

bloedingen

+

-

-

oedeem van enkels, polsen of handen

-

-

++

retro-orbitale pijn

++

+

++

2.5 Verhoogde kans op ernstig beloop 

Over risicogroepen voor een ernstig klinische beloop is niet veel bekend, maar naar analogie met vergelijkbare infectieziekten geldt dit mogelijk voor mensen met immuundeficiëntie of chronische ziekten. Er zijn geen data beschikbaar dat een zikavirusinfectie ook een ernstig beloop heeft voor zwangeren. 

2.6 Natuurlijke immuniteit 

In lijn met andere Flaviviridae als gele koorts en West-Nile-virus is het waarschijnlijk dat een infectie leidt tot levenslange immuniteit. Een bewijs is hier echter nog niet voor geleverd. 

Naar boven 

3. Diagnostiek 

Zie bijlage 1 (Diagnostiek zikavirus) voor de diagnostische mogelijkheden en bijlage 2 (Zikavirus en zwangerschap) voor diagnostiek bij zwangeren met mogelijke blootstelling vanwege verblijf in ZIKV-transmissiegebied). 

3.1 Microbiologische diagnostiek 

N.v.t. 

3.2 Overige diagnostiek 

N.v.t. 

Naar boven 

4. Besmetting 

4.1 Reservoir 

In interepidemische perioden wordt circulatie van het virus waarschijnlijk onderhouden in een cyclus tussen muggen en apen. Tijdens een epidemie vormen mensen het belangrijkste reservoir.27 

4.2 Besmettingsweg 

Het ZIKV wordt overgebracht op de mens door steekmuggen van het Aedes- geslacht. Deze steken overdag en vooral rond zonsopgang en -ondergang. 

Overige transmissieroutes moeten nog verder worden onderzocht, maar er zijn aanwijzingen voor de volgende vormen van transmissie11

  • Verticale transmissie, meest waarschijnlijk transplacentair of gedurende de partus als de moeder viremisch is.6,15,28 
  • Transmissie door bloedtransfusie is theoretisch mogelijk aangezien ZIKV RNA-geïdentificeerd is in asymptomatische bloeddonoren tijdens een uitbraak.11,29 
  • Transmissie via semen. Virus is tot ruim twee weken na het begin van de infectie uit semen gekweekt en RNA is tot 62 dagen na de start van de ziekteverschijnselen in semen aangetoond. Er is een klein aantal casussen met mogelijke seksuele transmissie beschreven.30-34 De exacte risico’s van deze besmettingsroute zijn onbekend, maar waarschijnlijk klein. 
  • In de acute fase van de ziekte is het virus in speeksel en moedermelk aangetroffen, maar transmissie is niet beschreven. 
  • Evenmin als transmissie via donororganen en/of donorweefsel.11,28,35 Over de risico’s en de besmettelijke periode zijn onvoldoende gegevens bekend en is meer onderzoek nodig. 

4.3 Besmettelijke periode 

Van dengue weten we dat mensen 1-2 dagen voordat ze klachten krijgen viremisch zijn en dat mensen die nooit klachten krijgen ook viremisch kunnen zijn en muggen infecteren.36 Van ZIKV weten we dit (nog) niet.  

4.4 Besmettelijkheid 

Van flavivirussen als DENV is bekend dat het een aantal uur buiten het lichaam in bloed kan overleven. Transmissie van het ZIKV via bloedtransfusie is beschreven.29 Het is vooralsnog niet bekend hoelang het virus kan leven in bloed buiten het lichaam, bijvoorbeeld in een naald. Over transmissie via besmette naalden is daarom vooralsnog geen uitspraak te doen. 

Naar boven 

5. Desinfectie 

Conform de richtlijn Standaardmethoden reiniging, desinfectie en sterilisatie in de openbare gezondheidszorg

Naar boven 

6. Verspreiding 

6.1 Verhoogde kans op infectie 

De kans op een infectie hangt samen met de expositie aan besmette muggen. Dit risico is het grootst bij verblijf in dichtbevolkte gebieden met een relatief laag welvaartsniveau en zwakke technisch-hygiënische infrastructuur. De muggenpopulaties en daarmee risico’s op infectie hangen ook samen met de temperatuur en regenval. 

Risicogroepen zijn mensen die zelf in deze gebieden wonen en terugkerende reizigers uit endemische gebieden. Of mensen met een sikkelcelziekte een verhoogd risico hebben op klachten lijkt niet waarschijnlijk gezien het geringe aantal casusbeschrijvingen maar wordt nog onderzocht. 26,37 

6.2 Verspreiding in de wereld 

Meldingen en uitbraken van ZIKV-infecties hebben plaatsgevonden in tropisch Afrika (o.a. de Kaapverdische eilanden, 2015), Zuidoost-Azië en op een aantal eilanden van de Pacific (waaronder Frans-Polynesië; 2013). Vanaf mei 2015 is er een grote epidemie gaande die begon in Brazilië en  zich inmiddels heeft verspreid naar de meeste landen van Zuid- en Centraal Amerika.10,15,25,38-41 

Verspreiding van de vector 

Het virus wordt overgebracht door verscheidene Aedes-steekmuggen. De primaire vector buiten Afrika is de gelekoortsmug Aedes aegypti die wereldwijd in tropische gebieden voorkomt. Het ECDC heeft de gebieden in Europa waar deze vector voorkomt in kaart gebracht, deze wordt alleen aangetroffen in gebieden rond de Zwarte Zee (noordoostelijke kust Turkije en kust Georgië). 

De Aziatische tijgermug Aedes albopictus wordt beschouwd als een competente overbrenger van ZIKV.42 De rol van de Aedes albopictus in de transmissie van het virus is momenteel onbekend. Deze steekmug komt in landen rondom de Middellandse Zee op vrij uitgebreide schaal voor, waardoor overdacht van ZIKV binnen Europa zeker mogelijk moet worden geacht. Overdracht van ZIKV is echter nog niet waargenomen voor de Europese Aedes albopictus populaties.43 Dit wordt momenteel in het laboratorium uitgezocht.11 

De toename in incidentie en prevalentie van ZIKV en andere virussen die door Aedes-muggen worden overgedragen, heeft mogelijk te maken met de toename van urbanisatie, internationaal reisverkeer van mensen en goederen en afname van de effectiviteit van muggenbestrijding.44 

6.3 Voorkomen in Nederland 

Er zijn in Nederland enkele tientallen patiënten met een ZIKV-infectie gediagnosticeerd en gemeld na een reis naar een risicogebied (zie stand van zaken). 

Lokale transmissie van ZIKV is in Europees Nederland niet waarschijnlijk omdat er geen effectieve vector voorhanden is. Er zijn wel autochtone cases gerapporteerd op eilanden in het Caribisch deel van Nederland. 

Naar boven 

7. Behandeling 

Symptomatisch. In verband met mogelijke complicaties door een gelijktijdige dengue-infectie wordt, voordat de diagnose zikavirusinfectie definitief is gesteld, aangeraden voorzichtig te zijn met het voorschrijven van NSAID’s.

Naar boven 

8. Primaire preventie 

8.1 Immunisatie 

Actieve immunisatie 

N.v.t. Er bestaat vooralsnog geen vaccin tegen ZIKV. 

Passieve immunisatie 

N.v.t. 

8.2 Algemene preventieve maatregelen 

De algemene preventieve maatregelen zijn gebaseerd op bestrijding van de vector en het vermijden van muggenbeten en zijn vooral belangrijk voor zwangere vrouwen. 

Zwangere vrouwen wordt aangeraden bij een voorgenomen reis naar endemisch gebied dit goed te bespreken met een behandelend arts, of bij de GGD op het reizigersspreekuur en niet noodzakelijke reizen uit te stellen. Geadviseerd wordt om tijdens de reis en de eerste maand na terugkomst niet zwanger te worden. 

In verband met mogelijk risico op overdracht via sperma wordt volgens de huidige Nederlandse consensus mannen geadviseerd om gedurende twee maanden na terugkomst een condoom te gebruiken bij seksueel contact met een zwangere partner, of een partner met een zwangerschapswens. 

Muggenbestrijding 

In endemische gebieden hebben veel landen een nationaal plan voor bestrijding van de vector dat meestal gebaseerd is op de bestrijdingsstrategie die door de WHO is ontwikkeld.45 Deze geïntegreerde multidisciplinaire aanpak vraagt een strakke organisatie met veel aandacht voor betrokkenheid van de lokale bevolking. Ook in de gemeenten van Caribisch Nederland wordt een dergelijke aanpak nagestreefd. 

Bij vaststelling van een ZIKV-infectie wordt in Caribisch Nederland direct muggenbestrijding rondom de woning uitgevoerd als onderdeel van de muggenbestrijdingsstrategie. Dit kan zowel door middel van bestrijdingsmiddelen tegen larven (larviciden), als tegen volwassen muggen (adulticiden). (Potentiële) broedplaatsen worden opgespoord en verwijderd. De toegevoegde waarde van deze benadering is onbekend. 

In Europees Nederland, waar de vector zich niet gevestigd heeft, is een dergelijke aanpak niet nodig. Wel wordt hier op risicoplekken (bedrijven die gebruikte banden importeren, kwekerijen die ‘Lucky Bamboo’-planten importeren) door de NVWA intensief gemonitord op de aanwezigheid van de Aedes albopictus. Als deze mug wordt aangetroffen wordt deze bestreden.46 

Muggenwering 

Reizigers naar endemische gebieden, in het bijzonder zwangere vrouwen of vrouwen die zwanger willen worden, moeten worden gewezen op het belang van maatregelen ter preventie van muggenbeten, vooral overdag,  rond zonsopgang en -ondergang. Maar omdat ze binnenshuis ook ’s avonds en ’s nachts actief kunnen zijn is bescherming 24 uur per dag geboden. 47 

Het gaat hierbij om muggenwerende maatregelen in endemische en epidemische gebieden, overdag en ’s nachts, zoals: 

  • het dragen van bedekkende kleding; 
  • het gebruik van horren en airconditioning; 
  • slapen onder een klamboe; de onbedekte huid insmeren met een muggenwerend middel dat DEET (diethyltoluamide) bevat. 

Adviezen bij het gebruik van DEET: 

Voorzichtigheidshalve wordt geadviseerd om concentraties boven de 30% te mijden bij kinderen jonger dan 2 jaar en bij zwangeren. 

Onderzoek naar DEET tot en met 20% tijdens het 2e en 3e trimester van de zwangerschap laat geen nadelige effecten zien. Er bestaan geen aanwijzingen dat DEET in het 1e trimester onveilig is, maar data ontbreken. Ook bij dierproeven worden geen aanwijzingen gevonden voor teratogeniteit. Gezien de ernst van ziekten zoals malaria, is het LCR van mening dat DEET tot en met een percentage van 30% gebruikt kan worden bij verblijf in endemisch gebied tijdens de hele zwangerschap. Uit voorzorg is het echter verstandig het gebruik te minimaliseren door: 

  • zoveel mogelijk aangepaste (bedekkende) kleding te dragen en in muggenvrije ruimtes te verblijven; 
  • het insectenwerend middel af te spoelen wanneer de zwangere weer in een muggenvrije ruimte komt. 

Voor het gebruik van DEET door reizigers is een aangepaste gebruiksinstructie DEET op reis van het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering (LCR) van toepassing. Deze LCR gebruiksinstructie van DEET wijkt af van de op SPC- tekst gebaseerde bijsluiter van het product en is alleen bedoeld voor toepassing door reizigers naar landen waar malaria en andere door insecten overdraagbare ziekten endemisch voorkomen.48 

[Arbo] 

Goede voorlichting aan expat/werknemer werkzaam in endemische gebieden/landen t.a.v. preventieve maatregelen. Zie hiervoor www.lcr.nlMedisch personeel betrokken bij de behandeling van patiënten in endemische gebieden wordt geadviseerd goede antimuggenmaatregelen te praktiseren. 

Naar boven 

9. Maatregelen naar aanleiding van een geval 

9.1 Bronopsporing 

In Europees Nederland is bronopsporing niet nodig, tenzij er in de anamnese geen aanwijzingen zijn voor verblijf in een endemisch gebied tijdens de incubatieperiode. Voor Caribisch Nederland wordt aan bronopsporing gedaan in het kader van de broedplaatseliminatie rondom de woning van de patiënt, zoals ook al gebruikelijk is voor dengue en chikungunya. 

9.2 Contactonderzoek 

Niet nodig. 

9.3 Maatregelen ten aanzien van patiënt en contacten 

Maatregelen t.a.v. zwangeren: 

Verwijzing: Vanwege een mogelijke associatie tussen maternale infectie en microcefalie worden alle zwangere vrouwen die in een ZIKV-endemisch gebied zijn geweest laboratoriumonderzoek geadviseerd. Zo nodig worden zij voor verder onderzoek verwezen naar een perinatologisch centrum. In bijlage 2 “Zikavirus en zwangerschap” wordt dit verder uitgewerkt. 

Isolatie: In endemische gebieden wordt zieken geadviseerd om ter preventie van besmetting van muggen gedurende de viremische periode antimuggenmaatregelen te nemen en om ook overdag onder een klamboe te slapen. 

[Arbo] 

Goede voorlichting aan expat/werknemer werkzaam in endemische gebieden/landen t.a.v. preventieve maatregelen. Zie hiervoor www.lcr.nlen www.kiza.nl.  

Follow-up register zikavirusinfecties in de zwangerschap 

Om de ziektelast door zikavirusinfectie in de zwangerschap in Nederland vast te leggen en bij te dragen aan de kennisontwikkeling op dit vlak is een follow-up register voor zwangeren en hun pasgeborenen (tot een leeftijd van twee jaar) opgezet. Omdat het niet in alle gevallen mogelijk blijkt om zikavirusinfecties serologisch te bewijzen dan wel uit te sluiten (vanwege kruisreactiviteit met andere flavivirussen), worden ook gevallen van waarschijnlijke zikavirusinfecties bij zwangere vrouwen en hun pasgeborenen opgenomen in het register. Voor deze gegevensverzameling is informed consent van de zwangere vrouw/ouders nodig.

GGD’en wordt verzocht de zwangere vrouw/ouders om informed consent te vragen en de gegevensverzameling te coördineren indien informed consent verkregen is. Het protocol, de toestemmingsverklaring, informatie over de gegevensverzameling en de vier verschillende gegevensverzamelingsformulieren ZIKV in de zwangerschap (voor zwangerschap, zwangerschapsuitkomst, neonatale periode en follow-up) en verdere toelichting zijn hier te vinden. 

9.4 Profylaxe 

Geen. 

9.5 Wering van werk, school of kinderdagverblijf 

Wering is niet nodig. 

9.6 Maatregelen bij zoönosen 

N.v.t. 

Naar boven 

10. Overige activiteiten 

10.1 Meldingsplicht 

Zikavirusinfectie is per 1 november 2016 een meldingsplichtige ziekte groep C. Het laboratorium en de arts melden een zikavirusinfectie tijdens de zwangerschap of een gecompliceerde zikavirusinfectie aan de GGD. De GGD meldt anoniem conform de Wet publieke gezondheid en levert gegevens voor de landelijke surveillance van meldingsplichtige ziekten. Ook coördineert de GGD de gegevensverzameling voor het Follow-up register Zikavirusinfecties tijdens de zwangerschap

Meldingscriteria 

Meldingsplichtig zijn: alle waarschijnlijke en bevestigde zikavirusinfecties bij de volgende personen: 

  • een zwangere;  
  • een vrouw die een spontane miskraam of abortus heeft ondergaan;
  • pasgeborenen met congenitale aandoeningen; 
  • personen opgenomen in het ziekenhuis binnen 4 weken na het begin van de zikavirusinfectie; 
  • personen die overleden zijn binnen 4 weken na het begin van de zikavirusinfectie; 
  • personen met het syndroom van Guillain-Barré, ontstaan binnen 4 weken na het begin van de zikavirusinfectie.  

Waarschijnlijke zikavirusinfectie:  

  • een positieve zikavirus geïnduceerde IgM in een enkel serummonster;*

en/of 

  • seroconversie of 4-voudige stijging van zikavirusspecifieke antilichamen in gepaarde serummonsters* en aanwezigheid van zikavirusneutraliserende antilichamen. 

* mits uitgevoerd met een gevalideerde serologische test 

Bevestigde zikavirusinfectie: 

Een positieve uitslag van één of meerdere van de onderstaande laboratoriumtesten: 

  • detectie van zikavirus genetisch materiaal m.b.v. een NAT (RT-PCR); 
  • detectie van zikavirus antigen; 
  • isolatie van zikavirus uit een klinisch monster.  

10.2 Inschakelen van andere instanties 

In Caribisch Nederland: vectorbestrijdingsdienst. 

10.3 Andere protocollen en richtlijnen 

  • WIP-richtlijn Reiniging en desinfectie van ruimten, meubilair en voorwerpen. 

10.4 Landelijk beschikbaar voorlichtings- en informatiemateriaal voor patiënten 

10.5 Literatuur

  1. Dick GW. Zika virus. II. Pathogenicity and physical properties. Transactions of the Royal Society of Tropical Medicine and Hygiene 1952;46:521-34.
  2. Dick GW, Kitchen SF, Haddow AJ. Zika virus. I. Isolations and serological specificity. Transactions of the Royal Society of Tropical Medicine and Hygiene 1952;46:509-20.
  3. Macnamara FN. Zika virus: a report on three cases of human infection during an epidemic of jaundice in Nigeria. Transactions of the Royal Society of Tropical Medicine and Hygiene 1954;48:139-45.
  4. Bearcroft WG. Zika virus infection experimentally induced in a human volunteer. Transactions of the Royal Society of Tropical Medicine and Hygiene 1956;50:442-8.
  5. Haddow AJ, Williams MC, Woodall JP, Simpson DI, Goma LK. Twelve isolations of zika virus from ades (stegomyia) africanus (theobald) taken in and above an uganda forest. Bulletin of the World Health Organization 1964;31:57-69.
  6. Simpson DI. Zika virus infection in man. Transactions of the Royal Society of Tropical Medicine and Hygiene 1964;58:335-8.
  7. Brett D. Lindenbach BD, Murray CL, Thiel HJ, Rice CM: Flaviviridae. In Fields virology 6th ed. 2013. Edited by: Fields BN, Knipe DM, Howley PM. Philadelphia: Lippincott-Raven; Vol. 1, Sect. 2, Ch.26 Specific virus families.
  8. Haddow AD, Schuh AJ, Yasuda CY, et al. Genetic characterization of Zika virus strains: geographic expansion of the Asian lineage. PLoS neglected tropical diseases 2012;6:e1477.
  9. Enfissi A, Codrington J, Roosblad J, Kazanji M, Rousset D. Zika virus genome from the Americas. Lancet (London, England) 2016.
  10. Diagne CT, Diallo D, Faye O, et al. Potential of selected Senegalese Aedes spp. mosquitoes (Diptera: Culicidae) to transmit Zika virus. BMC infectious diseases 2015;15:492.
  11. ECDC. Rapid risk assessment: Zika virus disease epidemic: potential association with microcephaly and Guillain–Barré syndrome Third update, 23 February 2016 (http://ecdc.europa.eu/en/publications/Publications/zika-virus-rapid-risk-assessment-23-february-2016.pdf).
  12. Dupont-Rouzeyrol M, O'Connor O, Calvez E, et al. Co-infection with Zika and dengue viruses in 2 patients, New Caledonia, 2014. Emerging infectious diseases 2015;21:381-2.
  13. Tang H, Hammack C, Ogden Sarah C, et al. Zika Virus Infects Human Cortical Neural Progenitors and Attenuates Their Growth. Cell Stem Cell 2016.
  14. Ioos S, Mallet HP, Leparc Goffart I, Gauthier V, Cardoso T, Herida M. Current Zika virus epidemiology and recent epidemics. Medecine et maladies infectieuses 2014;44:302-7.
  15. Duffy MR, Chen TH, Hancock WT, et al. Zika virus outbreak on Yap Island, Federated States of Micronesia. The New England journal of medicine 2009;360:2536-43.
  16. Marano G, Pupella S, Vaglio S, Liumbruno GM, Grazzini G. Zika virus and the never-ending story of emerging pathogens and transfusion medicine. Blood Transfus 2015:1-6.
  17. Cauchemez S, Besnard M, Bompard P, et al. Association between Zika virus and microcephaly in French Polynesia, 2013–15: a retrospective study. The Lancet 2016.
  18. Mlakar J, Korva M, Tul N, et al. Zika Virus Associated with Microcephaly. The New England journal of medicine 2016.
  19. PAHO/WHO. Neurological syndrome, congenital malformations, and Zika virus infection. Implications for Public Health. Epidemiological alert 1 dec 2015.
  20. Dyer O. Sixty seconds on . . . Zika virus. BMJ 2016;352:i467.
  21. Brasil P, Pereira JP, Jr., Raja Gabaglia C, et al. Zika Virus Infection in Pregnant Women in Rio de Janeiro - Preliminary Report. The New England journal of medicine 2016.
  22. Marrs C, Olson G, Saade G, et al. Zika Virus and Pregnancy: A Review of the Literature and Clinical Considerations. Amer J Perinatol 2016.
  23. Cao-Lormeau VM, Blake A, Mons S, et al. Guillain-Barré Syndrome outbreak associated with Zika virus infection in French Polynesia: a case-control study. The Lancet 2016.
  24. Tappe D, Nachtigall S, Kapaun A, Schnitzler P, Gunther S, Schmidt-Chanasit J. Acute Zika virus infection after travel to Malaysian Borneo, September 2014. Emerging infectious diseases 2015;21:911-3.
  25. ECDC. Zika virus epidemic in the Americas and potential associations with microcephaly and Guillain-Barré syndrome. RRA 08 12 2015.
  26. Eije von KJ, Schinkel J, Kerkhof van den HCT, et al. Import van zikavirus-infectie in Nederland. NTvG 2016;160:D153.
  27. ECDC. Zika virus infection (factsheet for health professionals) [Internet]. Stockholm: ECDC; 2015 18 May 2015. (Bezocht 03-12-'15: http://ecdc.europa.eu/en/healthtopics/zika_virus_infection/factsheet-health-professionals/Pages/factsheet_health_professionals.aspx.)
  28. Besnard M, Lastere S, Teissier A, Cao-Lormeau V, Musso D. Evidence of perinatal transmission of Zika virus, French Polynesia, December 2013 and February 2014. Euro surveillance : bulletin Europeen sur les maladies transmissibles = European communicable disease bulletin 2014;19.
  29. Musso D, Nhan T, Robin E, et al. Potential for Zika virus transmission through blood transfusion demonstrated during an outbreak in French Polynesia, November 2013 to February 2014. Euro surveillance : bulletin Europeen sur les maladies transmissibles = European communicable disease bulletin 2014;19.
  30. Foy BD, Kobylinski KC, Chilson Foy JL, et al. Probable non-vector-borne transmission of Zika virus, Colorado, USA. Emerging infectious diseases 2011;17:880-2.
  31. Musso D, Roche C, Robin E, Nhan T, Teissier A, Cao-Lormeau VM. Potential sexual transmission of Zika virus. Emerging infectious diseases 2015;21:359-61.
  32. Patino-Barbosa AM, Medina I, Gil-Restrepo AF, Rodriguez-Morales AJ. Zika: another sexually transmitted infection? Sexually transmitted infections 2015;91:359.
  33. Turmel JM, Abgueguen P, Hubert B, Vandamme YM, Maquart M, Leparc-Goffart I. Late sexual transmission of Zika virus related to persistance in the semen. The Lancet 2016;387:2501.
  34. Reusken C, Pas S, GeurtsvanKessel C, et al. Longitudinal follow-up of Zikavirus RNA in semen of a traveller returning from Barbados to the Netherlands with Zika virus disease, March 2016. Euro surveillance : bulletin Europeen sur les maladies transmissibles = European communicable disease bulletin 2016;21.
  35. Musso D, Roche C, Nhan TX, Robin E, Teissier A, Cao-Lormeau VM. Detection of Zika virus in saliva. Journal of clinical virology : the official publication of the Pan American Society for Clinical Virology 2015;68:53-5.
  36. Duong V, Lambrechts L, Paul RE, et al. Asymptomatic humans transmit dengue virus to mosquitoes. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America 2015;112:14688-93.
  37. Laura A-O, Arnulfo P, Giamina P-T, et al. Fatal Sickle Cell Disease and Zika Virus Infection in Girl from Colombia. Emerging Infectious Disease journal 2016;22.
  38. ECDC. Rapid risk assessment: Zika virus infection outbreak, Brazil and the Pacific region. 25 mei 2015. (Bezocht 03-12-'15: http://ecdc.europa.eu/en/publications/Publications/rapid-risk-assessment-Zika%20virus-south-america-Brazil-2015.pdf).
  39. ECDC. Rapid risk assessment: Zika virus infection outbreak, French Polyneasia. 14 febr. 2014. ( Bezocht 03-12-'15: http://ecdc.europa.eu/en/publications/Publications/Zika-virus-French-Polynesia-rapid-risk-assessment.pdf).
  40. ECDC. Rapid risk assessment: Microcephaly in Brazil potentially linked to the Zika virus epidemic. 24 november 2015. ( Bezocht 03-12-'15: http://ecdc.europa.eu/en/publications/Publications/zika-microcephaly-Brazil-rapid-risk-assessment-Nov-2015.pdf).
  41. WHO. Disease Outbreak News: Zika virus infection – Suriname [Internet]. Geneva: World Health Organization (WHO); 2015 [updated 2015 Nov 13]. Available from: http://www.who.int/csr/don/13-november-2015-zika/en/. .
  42. Wong PS, Li MZ, Chong CS, Ng LC, Tan CH. Aedes (Stegomyia) albopictus (Skuse): a potential vector of Zika virus in Singapore. PLoS neglected tropical diseases 2013;7:e2348.
  43. Medlock JM, Hansford KM, Versteirt V, et al. An entomological review of invasive mosquitoes in Europe. Bulletin of entomological research 2015;105:637-63.
  44. Gubler DJ. Dengue, Urbanization and Globalization: The Unholy Trinity of the 21(st) Century. Tropical medicine and health 2011;39:3-11.
  45. van den Berg H, Mutero C, Ichimori K. Guidance on policy-making for integrated vector management. Geneva, World Health Organization, 2012.
  46. Brandwagt DA, Stroo CJ, Braks MA, Fanoy EB. [Fighting mosquitoes in the Netherlands: risks and control of exotic mosquitoes]. Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 2015;159:A8025.
  47. van Aart CJ, Braks MA, Hautvast JL, de Mast Q, Tostmann A. [Dengue and chikungunya acquired during travel in the tropics]. Nederlands tijdschrift voor geneeskunde 2015;159:A8032.
  48. LCR (Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering). F50: Bescherming tegen insecten en teken die ziekten overbrengen. Februari 2016. (Bezocht 24-02-'16:   41). 

10.6 Websites

Hier vindt u alle LCI-richtlijnen.

Naar boven

Home / Documenten en publicaties / Richtlijnen / LCI-richtlijnen / LCI-richtlijn Zikavirusinfectie

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu