RIVM_Logo

LCI-richtlijn Acariasis

Naar onderwerp 'Acariasis' | Naar pagina over totstandkoming van de LCI-richtlijnen
  1. Historie
  2. Ziekte
  3. Microbiologie
  4. Besmetting
  5. Desinfectie
  6. Verspreiding
  7. Behandeling
  8. Primaire preventie
  9. Maatregelen naar aanleiding van een geval
  10. Overige activiteiten

  • Vastgesteld LOI en goedgekeurd Gezondheidsraad 1997 

1. Historie

Schurft bij dieren is bekend uit de geschiedenis. Er gaan verhalen dat in de zeventiende eeuw tijdens een explosie van schurft onder Pruisische cavaleriepaarden de soldaten te paard een dermate ernstige jeuk hadden dat ze het zwaard niet meer konden hanteren en de veldslag verloren. Een zoönotische scabiesepidemie kwam voor onder soldaten van het Britse kamelenkorps die vochten tegen het Turkse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ook is er veel economische schade veroorzaakt door de schaapschurft; de wol van deze dieren was onherstelbaar beschadigd.

2. Ziekte

2.1 Pathogenese

  • De vrouwelijke schurftmijt graaft in de eigen gastheer gangetjes (zie richtlijn scabies paragraaf 1.2), de mannetjes graven putjes; in een heterologe gastheer als de mens meestal niet (hoewel het een enthousiaste onderzoekster wel is gelukt om bij zichzelf tunneltjes te laten graven met Sarcoptes scabieie var. canis).
  • Cheyletiellamijten in het immobiele vervellingsstadium zijn niet aan huid of haren verankerd en vallen uit de vacht bijvoorbeeld op textiel in de woning, in de kattenbak of in de hondenmand. Het nieuwe stadium kruipt hongerig het textiel uit en beproeft zijn geluk op het eerste warmbloedige wezen dat het tegenkomt; mens of dier. De volwassen vrouwtjes zijn actief op zoek naar andere zoogdieren en hechten zich ook wel eens vast aan vlooien en luisvliegen om een groter gebied te verkennen.
  • Mensen kunnen last hebben van vogelmijten als de mijten talrijk en de vogels gevlogen zijn, zoals na een broedperiode. De meeste infestaties vinden plaats van half juni tot augustus. De mijten kunnen ook in de vogelnesten overwinteren en in het voorjaar actief worden. Men treft vogelmijten rond het huis aan in (verlaten) vogelnesten onder dakpannen, verwaarloosde volières en/of vogelkooien in de woning en in aangebouwde volières. De mijten kunnen de woning binnenkomen via dakbeschot, ventilatieroosters of airconditioning.

2.2 Incubatieperiode

Geen. NB Animale scabies: de tijd die verstrijkt tussen de eerste verschijnselen bij de hond en die bij de contactpersoon varieert van enkele dagen tot enkele maanden, maar is meestal 2-3 weken.

2.3 Ziekteverschijnselen

Prurigo parasitaria bij mensen door huisdierparasieten is self-limiting (in tegenstelling tot humane scabies).

  • Het klinisch beeld van animale scabies verloopt over het algemeen veel milder dan de homologe menselijke scabies en duurt drie weken. De verschijnselen variëren van een lichte huidirritatie met jeukende papeltjes (meest voorkomend) tot een meer ernstige allergische reactie met vesikels. De, bij humane scabies, kenmerkende gangetjes ontbreken. Ook de predelictieplaatsen wijken iets af van die van de humane vorm (bijvoorbeeld vrijwel niet in de interdigitale plooien en genitalia). Duren de verschijnselen langer dan drie weken, dan is er meestal sprake van reïnfectie.
  • De Cheyletiella veroorzaakt bij mensen een reactie als na een insectensteek; een jeukend papeltje. Door de beet van de vogelmijt ontstaat een fijn papulaire prurigo. De hevig jeukende papeltjes worden vooral op de bedekte delen van het lichaam gevonden (de vogelmijt is lichtschuw) en dan met name daar waar de kleding knelt (waar de mijten vastlopen). Over het algemeen zijn de huidafwijkingen uitgebreider bij patiënten die worden gebeten in bed; bij kippenboeren en duivenmelkers komen vaak alleen laesies voor op de onderarmen. Er kan op de huid een eczeemachtige uitslag ontstaan.

2.4 Verhoogde kans op ernstig beloop

Geen.

2.5 Immuniteit

Geen.

Naar boven

3. Microbiologie

3.1 Verwekker

Prurigo parasitaria betekent letterlijk: jeuk door parasieten. Hoewel niet zo algemeen als huidaandoeningen veroorzaakt door echte humane parasieten (luis, schurft), komt jeuk bij mensen op basis van dierlijke parasieten ook voor; de meest voorkomende zijn: animale scabies, Cheyletiellidae en de vogelmijt.

  • Scabies wordt veroorzaakt door de Sarcoptes scabiei (schurftmijt). De schurftmijt wordt door sommigen als één species gezien met een aantal subspecies of variëteiten, anderen geven de mijt een eigen naam per gastheer waar zij op aangepast zijn: Sarcoptes var. equi (paard), S. var. canis (hond). Er is verregaande gastheerspecificiteit, wat inhoudt dat een bepaalde mijt slechts op één diersoort langdurig kan overleven (zie verder ook richtlijn scabies, paragraaf 1.2).
  • Meer dan de helft van de gevallen van jeuk bij huisdieren wordt veroorzaakt door Cheyletiella yasguri (hond), Cheyletiella blakei (kat) en Cheyletiella parasitovorax (konijn). Cheyletiellamijten hebben een complete levenscyclus van 35 dagen en hebben als larve daarin een immobiel vervellingsstadium. Ze zijn dan niet aan huid of haren verankerd. Ze leven op de huid van de gastheer. Ze voeden zich met weefselvocht dat zij met hun monddelen aanprikken.
  • De Dermanyssus gallinae (vogelmijt, ook wel bloedluis of kippenbloedmijt genoemd) leeft in de directe nabijheid van vogels en ze voedt zich met hun bloed. Vogelmijten zijn lichtschuw en houden zich overdag schuil. ‘s Nachts komen zij te voorschijn en vallen de vogels aan. De mijt is eivormig en afhankelijk van de opgenomen hoeveelheid bloed kleurloos tot rood en ontwikkelt zich onder warme omstandigheden (27-28o C) optimaal. De levensduur is ca. acht weken, maar kan vier tot zes maanden zijn, waarbij ze dan 4-5 maanden een hongerperiode hebben. Eitjes worden in naden en kieren afgezet in de nabijheid van de gastheer. Alleen bij verwaarlozing van de vogel kan het door het grote aantal mijten schadelijk zijn voor het dier.

3.2 Diagnostiek

  • Het stellen van de diagnose ‘animale scabies’ is moeilijk en kan arbeidsintensief en tijdrovend zijn. Bij de mens moeilijk, omdat er altijd weinig mijten zijn. In een typisch geval van animale scabies is de dierenarts al ingeschakeld voordat het duidelijke klachten bij mensen geeft. Bij schurft bij dieren – op dezelfde manier als scabies bij de mens met de microscoop, eventueel na behandeling met KOH – omdat de mijt vaak niet kan worden aangetoond (zie ook richtlijn scabies).
  • Cheyletiellidae kunnen alleen bij dieren worden aangetoond en dan door een met de stofzuiger genomen vachtmonster (tien minuten zuigen) te onderzoeken onder de microscoop. Ook deze diagnose kan, ook door de soms subtiele huidafwijkingen als geringe huidschilfering, moeilijk zijn.
  • De diagnose dermatitis door vogelmijt wordt op het klinische beeld gesteld. De vogelmijt zelf heeft de mens gewoonlijk alweer verlaten (geen natuurlijke gastheer).

Naar boven

4. Besmetting

4.1 Reservoir

Afhankelijk van de specifieke gastheer; kan slechts tijdelijk leven op een andere diersoort.

4.2 Besmettingsweg

  • Animale scabies: nauw contact met geïnfecteerde dieren. Een besmetting van hond naar mens is beslist niet zeldzaam: uit Engels onderzoek waren er scabieslaesie bij 34 van de 65 mensen met contacten. Op basis van de gegevens (1991) van de Vakgroep Geneeskunde van Gezelschapsdieren in Nederland blijkt dat in 60% van de hen aangemelde gevallen een contactinfectie optreedt van hond naar mens. Indirecte overdracht is mogelijk wanneer bijvoorbeeld de kat op bed mag slapen.
  • Cheyletiellidae: via contact met geïnfecteerde huisdieren, via textiel (bijvoorbeeld tapijt), via vlo en luis.
  • Vogelmijt: van vogel (nest) op mens (via dakafschot, ventilatieroosters of airconditioning).

4.3 Besmettelijke periode

Van dier op mens zolang als het dier besmet is.

4.4 Besmettelijkheid Niet van mens op mens.

  • Schurftmijten kunnen niet langdurig in een andere huid dan de huid van de eigen gastheer overleven; ze planten zich niet of slechts zeer korte tijd op een andere gastheer voort.
  • Volwassen vrouwelijke Cheyletiellida-mijten kunnen tot tien dagen achtereen zonder voedsel.
  • De vogelmijt kan lange tijd buiten het lichaam van zijn gastheer overleven (tot wel vier tot vijf maanden).

Naar boven

5. Desinfectie

Conform de richtlijn standaardmethoden reiniging, desinfectie en sterilisatie in de openbare gezondheid.

6. Verspreiding

6.1 Risicogroepen

In het algemeen geldt dat mensen die veel met dieren te maken hebben risico lopen een animale scabies of een andere prurigo parasitaria te krijgen. Voorbeelden zijn: huisdierhouders, medewerkers in een dierenasiel, kennelhouders, dierenfokkers, (kippen)-boeren, duivenmelkers et cetera. Ook mensen die veel op plekken komen waar huisdierparasieten voorkomen (bijvoorbeeld riet- en dakbedekkers) lopen risico.

6.2 Verspreiding in de wereld

Scabies, vogelmijt en andere huidparasieten komen wereldwijd voor bij dieren in het wild, bij landbouwhuisdieren, pluimvee, konijnen en bij huisdieren (honden en katten). In sommige delen van de wereld komt regelmatig besmetting van mensen met deze huidparasieten voor.

6.3 Voorkomen in Nederland

Van de Nederlandse dierenartsen die op het platteland werkten had vroeger bijna een kwart animale scabies. De vogelmijt komt algemeen voor in kippenhokken en in nesten van wilde en kooivogels en wordt vooral bij kippenboeren en duivenmelkers gezien.

Naar boven

7. Behandeling

In de meeste gevallen van prurigo parasitaria bij mensen, veroorzaakt door huisdierparasieten, is de behandeling van mensen symptomatisch; het huisdier laten behandelen door de dierenarts (zie ook paragraaf 9.4). Wanneer, in het geval van animale scabies, de klachten langer dan één week na afdoende behandeling van het huisdier persisteren, kan lokale therapie met een scabicide middel overwogen worden (zie bijlage I en II van de richtlijn scabies).

Naar boven

8. Primaire preventie

8.1 Immunisatie

Geen.

Naar boven

8.2 Algemene preventieve maatregelen

Bij dieren is besmetting niet altijd te voorkomen (het spelen van een dier met een besmet dier kan een parasiet overdragen). Regelmatig huishoudelijk schoonmaken van de omgeving van het dier, inclusief de hondenmand en kattenbak wordt aanbevolen. Ter preventie van animale scabies bij mensen en de overige prurigo parasitaria bij besmette dieren:

A. Animale scabies

  • Naast het behandelen van het besmette dier niet vergeten ook de slaapplaats (mand en/of het hok van de hond of kattenbak et cetera) mee te behandelen; huishoudelijk reinigen en deken of matje wassen op 60° C in de wasmachine (dan wel ≥ 48-72 uur luchten in droge koude lucht of ≥ 48-72 uur in een goed dichtgeknoopte plastic zak bewaren).

B. Overige prurigo parasitaria

  • In geval van Cheyletiellidae: regionale Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit raadplegen over te volgen beleid.
  • De vogelmijt verdwijnt vanzelf als men de verblijfsplaats verwijdert (oude, lege nesten). Ongediertebestrijding waarschuwen in geval van oude nesten in schoorstenen. Betreft het een volière of een kooi dan deze schoonmaken met een zeepoplossing en deze eventueel behandelen met een toegelaten bestrijdingsmiddel (permetrine, carbaryl). Onbedekte lichaamsdelen beschermen; eventueel kan een insectenwerend middel welke DEET bevat effectief zijn. Kleding en beddengoed wassen en/of in de zon luchten. Regionale Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit raadplegen over behandeling van de kooivogels.

Voor algemene informatie kan men zich wenden tot het Kenniscentrum Dierplagen (KAD) te Wageningen, telefoon 0317-419660.

Naar boven

9. Maatregelen naar aanleiding van een geval

9.1 Bronopsporing

Stel een goede anamnese op over woon/werkomgeving.

9.2 Contactonderzoek

Niet nodig.

9.3 Maatregelen ten aanzien van patiënt en contacten

Geen.

9.4 Profylaxe

Geen.

9.5 Wering van werk, school of kinderdagverblijf

Geen.

10. Overige activiteiten

10.1 Meldingsplicht

Geen.

10.2 Inschakelen van andere instanties

Animale scabies en Cheyletiella melden bij de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit.

10.3 Andere richtlijnen

Scabies richtlijn LCI.

10.4 Landelijk beschikbaar voorlichtings- en informatiemateriaal

Geen.

10.5 Literatuur

  • Prins M ea. Prurigo parasitaria: epizoönose door vogelmijten. NTvG 1996;140-51:2550-52.
  • Meijer P, Voorst Vader PC van. Hondenscabies bij mensen. NTvG 1990;134-51:2491-93.

Naar boven

Hier vindt u alle LCI-richtlijnen.

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu