RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Vragen en antwoorden Rodehond

Rodehond in het kort

Wat is rodehond?

Rodehond is een besmettelijke ziekte. Mensen krijgen het door een virus.

De meeste kinderen worden hiervoor ingeënt. Daarom komt de ziekte in Nederland niet veel meer voor.

Wat zijn de klachten bij rodehond?

Niet iedereen die besmet is, wordt ziek. Vooral jonge kinderen krijgen bijna geen klachten.

Klachten van rodehond kunnen zijn:

  • verkouden,
  • koorts,
  • rode vlekjes, eerst in het gezicht en op het lichaam, daarna op de armen en benen,
  • klieren in de nek worden dik en doen pijn.

De tijd tussen het besmet raken en ziek worden is 12 tot 23 dagen. Meestal 14 tot 16 dagen.

Hoe kunt u rodehond krijgen?

Het virus zit in de keel van iemand die besmet is. Door hoesten en niezen komen kleine druppeltjes met het virus in de lucht. Mensen kunnen deze druppeltjes inademen en besmet raken.

Iemand met rodehond kan anderen besmetten

  • vanaf 10 dagen voordat er rode vlekjes zijn, en
  • tot 7 dagen na het ontstaan van deze vlekjes.

Vlak voordat de rode vlekjes ontstaan, is iemand met rodehond het meest besmettelijk.

Wie kan rodehond krijgen?

Bent u niet ingeënt tegen rodehond en heeft u deze ziekte nooit gehad? Dan kunt u rodehond krijgen.

Iemand die rodehond heeft gehad, kan de ziekte niet opnieuw krijgen.

Als een zwangere vrouw rodehond krijgt, dan kan ze een miskraam krijgen. Ook kan de baby afwijkingen krijgen, bijvoorbeeld slecht horen, slecht zien of hartproblemen. Bent u zwanger en heeft u contact gehad met iemand met rodehond? Overleg dan met uw verloskundige of huisarts.

Wat kunt u doen om rodehond te voorkomen?

Er is een inenting om de ziekte te voorkomen. Deze inenting is opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. De inenting heet BMR (bof-mazelen-rodehond). De inenting wordt gegeven aan kinderen als ze 14 maanden oud zijn en als ze 9 jaar oud zijn. De inenting wordt op het consultatiebureau gegeven.

Wilt u zwanger worden en bent u niet beschermd tegen rodehond? Dan kunt u zich laten inenten tegen de ziekte. U moet de inenting dan krijgen, minstens 1 maand voordat u zwanger wordt.

Werkt u als vrouw in de zorg of met jonge kinderen? Dan heeft u een grotere kans om met iemand met rodehond in contact te komen. U kunt laten testen of u beschermd bent tegen rodehond. Dit kan via de huisarts. Het is belangrijk dat dit gebeurt voordat u zwanger raakt.

Bent u zwanger en niet beschermd tegen rodehond? Blijf dan uit de buurt van iemand met rodehond.

Bij hoesten of niezen:

  • Gebruik een papieren zakdoek. Hebt u geen papieren zakdoek bij de hand? Hoest dan in de plooi van uw elleboog.
  • Gebruik een zakdoek maar één keer.
  • Gooi de zakdoek na gebruik weg.
  • Was hierna uw handen.
  • Het is niet nodig om bij iedereen die hoest of niest uit de buurt te blijven. Houd pasgeboren baby’s wel uit de buurt van hoestende en niezende mensen.

Is rodehond te behandelen?

Rodehond gaat vanzelf over. Overleg met de huisarts als u denkt dat u rodehond hebt. De huisarts kan dit onderzoeken.

Kan iemand met rodehond naar een kindercentrum, school of werk?

Voelt een kind zich goed? Dan kan het gewoon naar een kindercentrum of school. Rodehond is al besmettelijk voordat iemand klachten krijgt. Thuisblijven helpt niet om te voorkomen dat anderen ziek worden.

Heeft uw kind rodehond? Vertel het dan aan de leidster of de leerkracht. Zij kunnen in overleg met de GGD andere ouders informeren. Ouders kunnen dan letten op de klachten van rodehond bij hun kind. Soms zijn extra maatregelen op school of kindercentrum nodig.

Een volwassene met rodehond die zich goed voelt, kan gewoon werken. Werkt u:

  • in de zorg?
  • met kleine kinderen?

Dan moet u eerst overleggen met de GGD/bedrijfsarts of met uw werkgever voor u weer gaat werken.

Heeft u nog vragen?

Vraag het de GGD-afdeling Infectieziekten of de huisarts.

Home / Documenten en publicaties / Vragen en antwoorden Rodehond

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu