RIVM_Logo

ISI Mazelen


Mazelen in 't kort


Wat is mazelen?

Mazelen is een besmettelijke vlekjesziekte. Mensen krijgen het door een virus. De meeste kinderen in Nederland worden ingeënt tegen mazelen. Daardoor komt de ziekte in Nederland niet veel meer voor.

Wat zijn de klachten bij mazelen?

Mazelen begint plotseling. Klachten kunnen zijn:

  • koorts
  • niet lekker voelen
  • verkouden en hoesten
  • ontstoken ogen, waardoor iemand niet goed meer tegen licht kan
  • kleine witte vlekjes in de mond

Na 3 tot 7 dagen komen vlekjes op de huid. Deze vlekjes komen eerst achter de oren en verspreiden daarna over het hele lichaam. De vlekjes voelen ruw, als schuurpapier. Na een paar dagen worden de vlekjes en de koorts minder.

De tijd tussen besmet raken en ziek worden is 7 tot 14 dagen. Meestal is het 10 dagen.

Sommige mensen kunnen erger ziek worden van mazelen. Vooral baby’s, volwassenen, zwangere vrouwen en mensen met minder afweer. Ze krijgen bijvoorbeeld een oorontsteking of longontsteking. Heel soms gaat iemand dood door mazelen.

Hoe kunt u mazelen krijgen?

Het virus zit in de neus en keel van iemand die besmet is. Door hoesten, niezen en praten komen kleine druppeltjes met het virus in de lucht. Door het inademen van deze druppeltjes raak je besmet. De ziekte is heel besmettelijk.

Mensen kunnen elkaar al besmetten vanaf 4 dagen vóór de vlekjes beginnen. Ze blijven besmettelijk tot 4 dagen nadat de vlekjes verschenen.

Iemand die al mazelen heeft gehad, krijgt de ziekte niet meer. Mensen die nooit mazelen hebben gehad, kunnen de ziekte krijgen. Zeker mensen die niet zijn ingeënt tegen mazelen, kunnen mazelen krijgen. Soms krijgt iemand die ingeënt is toch mazelen. Dan is die persoon meestal minder ziek.

Hoe kunt u mazelen voorkomen?

De BMR-inenting (tegen Bof, Mazelen en Rodehond) beschermt tegen de ziekte.

Kinderen krijgen twee BMR-inentingen, als ze 14 maanden en 9 jaar oud zijn.

Bent u niet ingeënt tegen mazelen en heeft u contact gehad met iemand die mazelen heeft? Dan kunt u alsnog een inenting krijgen. De inenting moet dan wel binnen 3 dagen na dit contact gegeven worden. Overleg hierover met de huisarts of de GGD.

Wat kunt u verder doen?

  • Gebruik bij hoesten en niezen een papieren zakdoekje.
  • Heeft u geen papieren zakdoek bij de hand? Houd dan uw hand voor de neus en mond. U kunt ook in de in de plooi van de elleboog hoesten en niezen.
  • Gooi het zakdoekje na gebruik weg.
  • Was regelmatig uw handen met zeep, zeker na een flinke hoest- en niesbui.
  • Leer kinderen goed te hoesten en te niezen.

Is mazelen te behandelen?

Bel de huisarts als u denkt dat u mazelen heeft. De huisarts kan onderzoeken of u mazelen heeft. Meestal geneest mazelen vanzelf, medicijnen zijn dan niet nodig. Sommige mensen worden erg ziek. Ze krijgen bijvoorbeeld een oorontsteking of longontsteking. Heel soms gaat iemand dood door mazelen.

Kan iemand met mazelen naar een kindercentrum, school of werk?

Voelt uw kind zich goed? Dan kan het naar het kindercentrum of school.
Een kind met mazelen is al besmettelijk voordat er klachten zijn. Thuisblijven helpt niet om te voorkomen dat anderen ziek worden. Thuisblijven helpt alleen wanneer een kind in de besmettelijke periode niet naar school ging. Dat is 4 dagen voor het ontstaan van de vlekjes. De meeste kinderen zijn ingeënt tegen mazelen. De kans dat ze mazelen krijgen, is minder groot.

Heeft uw kind mazelen? Vertel het dan aan de leiding van het kindercentrum of de leerkracht. Zij kunnen in overleg met de GGD andere ouders informeren. Ouders kunnen dan letten op klachten van mazelen bij hun kind. Een volwassene met mazelen moet eerst met de werkgever overleggen voor hij gaat werken.

Heeft u nog vragen?

Stel uw vragen aan de huisarts of bel met de GGD-afdeling Infectieziekten.

Naar boven


Over de ziekte mazelen

Is er kans op complicaties bij mazelen?

Ja. Middenoorontsteking en longontsteking komen regelmatig voor. Een andere, zeldzame, complicatie is hersenontsteking (1 op 1000 ziektegevallen). Tijdens de vorige epidemie (1999/2000) is 1 op de 1000 gemelde mazelenpatiënten overleden aan de complicaties van mazelen. Het werkelijke aantal ziektegevallen was naar schatting 10 keer groter dan het totaal aantal gemelde gevallen (3293). Daarom wordt geschat dat de kans op overlijden in werkelijkheid 1 op de 10.000 is.

Wie heeft verhoogde kans op ernstig beloop?

  • Zeer jonge kinderen: (<1 jaar), vooral pasgeborenen van moeders die niet gevaccineerd zijn en die ook geen mazelen hebben doorgemaakt, hebben een verhoogde kans op ernstige complicaties en sterfte.
  • Volwassenen: met de toename van de leeftijd is er een verhoogde kans op complicaties.
  • Patiënten met een ernstig verminderde afweer, bijvoorbeeld personen met leukemie of personen die behandeld worden met cytostatica: risico op een zeer ernstige infectie met fatale afloop.
  • Zwangere vrouwen: mazelen veroorzaakt bij het kind geen aangeboren afwijkingen, maar kan in zeldzame gevallen tot een miskraam of vroeggeboorte leiden. (De meeste zwangere vrouwen zijn echter beschermd omdat zij tegen mazelen gevaccineerd zijn of als kind de ziekte hebben doorgemaakt.)

Is mazelen te behandelen?

Nee, er is geen specifieke behandeling voor mazelen. Meestal wordt de patiënt zonder behandeling weer beter.

Wie kan mazelen krijgen?

Iedereen die niet gevaccineerd is of de ziekte niet op natuurlijke wijze heeft doorgemaakt, kan mazelen krijgen. Als veel ongevaccineerde mensen bij elkaar zijn, zoals op scholen, is er een grotere kans op verspreiding van het virus en kan dit tot een epidemie leiden. Over het algemeen is de Nederlandse bevolking goed beschermd tegen mazelen. Mensen die geboren zijn vóór 1965 zijn vrijwel allemaal beschermd omdat zij ooit mazelen hebben gehad. Sinds 1976 is de vaccinatie tegen mazelen aan het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) toegevoegd. Mensen die geboren zijn na 1975 zijn beschermd tegen mazelen als zij het RVP hebben gevolgd. Mensen die geboren zijn tussen 1965 en 1975 zijn alleen beschermd tegen mazelen als zij ooit de ziekte hebben gehad of toch een vaccinatie hebben gehad, buiten het RVP.

Meer informatie zie LCI-richtlijn mazelen

Naar boven


 

Over de BMR-vaccinatie

Hoe werkt het BMR-vaccin?

Het BMR-vaccin beschermt tegen bof, mazelen en rodehond. Deze vaccinatie is opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Alle kinderen krijgen een uitnodiging voor vaccinatie op de leeftijd van 14 maanden en 9 jaar. Na vaccinatie zijn vrijwel alle kinderen volledig beschermd tegen mazelen. Er is geen los vaccin tegen mazelen verkrijgbaar, alleen het bovenstaande combinatievaccin tegen bof, mazelen en rodehond.
In het BMR-vaccin zitten drie verzwakte levende virussen: bof, rodehond en mazelen. Door middel van een inenting komt het vaccin in het lichaam. De virussen hebben tijd nodig om zich te vermeerderen in het lichaam. Het lichaam bouwt dan afweer tegen deze virussen op. Komt een kind later weer in contact met het virus waartegen het is ingeënt? Dan herkent het afweersysteem het virus. Het lichaam maakt dan sneller afweerstoffen aan tegen de ziekte. Het afweersysteem van gezonde kinderen kan de inenting goed verwerken.

Welke gemeenten hebben een lage vaccinatiegraad (tot 90%)?

Hier vindt u een lijst met gemeenten die een vaccinatiegraad voor mazelen tot 90% hebben. http://www.rivm.nl/Bibliotheek/Algemeen_Actueel/Uitgaven/Infectieziekten/Overzicht_gemeenten_met_lage_vaccinatiegraad_mazelen

Waarom krijgen kinderen standaard pas vanaf 14 maanden een vaccinatie tegen mazelen aangeboden?

Kinderen in Nederland krijgen standaard een oproep voor BMR-vaccinatie op 14 maanden. Op deze leeftijd werkt het BMR-vaccin namelijk het best. De eerste maanden na de geboorte wordt een kind beschermd door de antistoffen die de moeder aan het kind meegeeft. Maar deze antistoffen belemmeren de werking van het vaccin. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat het afweersysteem van het kind sterker op het mazelenvaccin reageert (dus betere bescherming geeft) als de eerste mazelenvaccinatie na de leeftijd van een jaar wordt gegeven. Dit heeft te maken met de rijping van het afweersysteem. Met een vaccinatie op 14 maanden zijn kinderen daarna optimaal beschermd tegen bof, mazelen en rodehond.

Mijn kind is te vroeg geboren. Wanneer kan mijn kind een BMR-vaccinatie krijgen?

Kinderen die te vroeg geboren zijn, krijgen minder antistoffen mee van de moeder. De overdracht van deze antistoffen van de moeder naar het kind begint namelijk vanaf ongeveer 30 weken. Omdat te vroeg geboren kinderen van nature minder goed beschermd zijn, is het belangrijk dat zij op tijd gevaccineerd worden. Vaccins werken goed bij deze kinderen. Er wordt bij hen niet gecorrigeerd voor de zwangerschapsduur.

Mijn kind is niet gevaccineerd volgens het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) en is niet beschermd tegen mazelen. Kan dat alsnog?

Kinderen die niet deelgenomen hebben aan het RVP kunnen tot en met de leeftijd van 18 jaar een BMR-inhaalvaccinatie krijgen. Dat kan in heel Nederland. U kunt contact opnemen met uw organisatie voor jeugdgezondheidszorg.

Mijn kind is misschien al besmet met mazelen. Heeft de BMR-vaccinatie dan nadelige gevolgen?

Nee, vaccinatie heeft dan geen nadelige gevolgen. Als vaccinatie binnen 3 dagen na de besmetting wordt gegeven kan het vaccin zelfs nog een beschermend effect hebben. Als de mazeleninfectie al te ver gevorderd is, krijgt uw kind gewoon mazelen.

Wanneer ben je beschermd tegen de mazelen?

Als je mazelen hebt doorgemaakt of als je tegen mazelen gevaccineerd bent en het vaccin is aangeslagen ben je beschermd. Bij 95% van de mensen slaat het vaccin de eerste keer aan en is men levenslang beschermd. Om de overige 5% te beschermen wordt het vaccin nog een keer aangeboden. Na twee prikken is 99% van de gevaccineerde mensen levenslang beschermd.

Ik weet niet of ik tegen mazelen gevaccineerd ben, wat nu?

Vrijwel alle volwassenen geboren voor 1965 zijn vroeger in aanraking geweest met het mazelenvirus en hebben hiertegen weerstand tegen opgebouwd. Dat blijkt uit onderzoek uitgevoerd door het RIVM. Vanaf 1976 wordt aan alle kinderen mazelenvaccinatie aangeboden. De groep volwassenen geboren tussen 1965 en 1975 zijn beschermd als zij mazelen hebben doorgemaakt, of buiten het Rijksvaccinatieprogramma om zijn gevaccineerd door bijvoorbeeld de huisarts. Vaak hebben ouders hier nog documentatie (inentingsboekje) van.

Als u na 1970 gevaccineerd bent, maar uw inentingsbewijs niet meer heeft en u ook in uw directe omgeving niet meer kunt nagaan of u bent gevaccineerd, dan kan dit mogelijk worden nagegaan bij het RIVM-regiokantoor.

Waarom hebben sommige mensen één vaccin tegen mazelen gehad en anderen twee?

95% van de mensen die één keer zijn gevaccineerd, zijn beschermd tegen mazelen. Tegenwoordig bieden we twee vaccins aan om ook de 5% die niet op het eerste vaccin reageerde nog een keer de kans te bieden. Na 2 vaccins blijken 99% van de mensen antistoffen te hebben opgebouwd tegen het mazelenvirus. We beschouwen mensen met 1 vaccinatie in principe als beschermd (omdat zij bij de grote groep van 95% horen).

Hoe kan het dat mensen die gevaccineerd zijn toch mazelen krijgen?

Bij 95% van de mensen slaat het vaccin na de eerste keer aan. Om de overige 5% te beschermen wordt het vaccin nog een keer aangeboden. Na twee prikken is 99% van de gevaccineerde mensen beschermd. 1% van de gevaccineerde mensen reageert niet op het aangeboden vaccin. Zij kunnen ondanks vaccinatie toch mazelen ontwikkelen.

Ik ben zwanger en ongevaccineerd. Hoe kan ik mij beschermen tegen mazelen?

Als u niet weet of u mazelen heeft doorgemaakt, kan er met bloedonderzoek onderzocht worden of u antistoffen heeft tegen mazelen (mazelen-IgG) en daardoor dus beschermd bent. Neem hiervoor contact op met de huisarts.
Zwangere vrouwen mogen niet gevaccineerd worden tegen mazelen, omdat het een verzwakt levend vaccin is wat mogelijk van invloed kan zijn op de baby. Onbeschermde zwangere vrouwen wordt daarom geadviseerd contact met mazelenpatiënten te vermijden. Wanneer er toch contact met een mazelenpatiënt geweest is, wordt geadviseerd om contact op te nemen met de verloskundige of huisarts.

Welk vaccin wordt gebruikt?

Het BMR-vaccin: MMRVAXPRO. De bijsluiter van dit vaccin kunt u hier vinden: http://www.rivm.nl/Bibliotheek/Algemeen_Actueel/Uitgaven/Preventie_Ziekte_Zorg/Bijsluiters/Bijsluiter_M_M_RVAXPRO_BMR

Mijn kind heeft een kippenei-eiwitallergie. Kan mijn kind tegen de mazelen ingeënt worden met het BMR-vaccin?

Ja, uw kind kan gewoon tegen de mazelen ingeënt worden. Bij de productie van het BMR-vaccin wordt geen gebruik gemaakt van kippeneieren maar van KEF-cellen (kippenembryo-fibroblasten). Dat is een cellijn afkomstig van kippenweefsel en niet van ei. Uitgebreid onderzoek heeft aangetoond dat kinderen met kippenei-eiwitallergie zonder problemen ingeënt kunnen worden met het BMR-vaccin. Er hoeft voor het inenten niet op een kippenei-eiwitallergie gecontroleerd te worden en bijzondere voorzorgsmaatregelen zijn niet nodig.

Welke bijwerkingen kan deze inenting geven?

Inentingen kunnen bijwerkingen hebben. Het afweersysteem van gezonde baby’s en van oudere kinderen kan de inentingen goed aan en afweer opbouwen. Als uw kind is ingeënt, kan het zich daarna even niet lekker voelen. Niet alle kinderen reageren hetzelfde op een inenting. Na een BMR-inenting komen de volgende klachten vaak voor. Op de dag van vaccinatie en/of de volgende dag: koorts, hangerigheid, klachten rond de prikplek. Na 5 tot 12 dagen kunnen klachten voorkomen die lijken op de ziekten waartegen gevaccineerd wordt: koorts, vlekjes, dikke wang. Deze klachten verdwijnen vanzelf en hoeven niet behandeld worden.
Maakt u zich zorgen over uw kind? Of duren de koorts en hangerigheid langer? Overleg dan met uw huisarts.
Het Nederlands Centrum voor Bijwerkingen Lareb registreert alle bijwerkingen na vaccinaties: http://www.lareb.nl/Vaccins/Bijwerkingen

Waar kan ik bijwerkingen melden?

Meld bijwerkingen bij het volgende bezoek aan de arts of verpleegkundige die de inenting geeft. Zo is deze op de hoogte van de specifieke situatie van uw kind.
De arts of verpleegkundige meldt de bijwerking ook bij Lareb. Zo zorgen zij en de andere instanties ervoor dat inenten veilig blijft. U kunt ook zelf een melding doen op http://www.lareb.nl/.
Lareb is het Nederlandse Centrum voor Bijwerkingen. Soms nemen zij contact met u op, als ze bijvoorbeeld meer informatie willen over een bijwerking.

In de bijsluiter van het BMR-vaccin staat dat het vaccin pas gegeven mag worden vanaf 9 maanden. Het RIVM raadt het vaccin vanaf 6 maanden aan bij reizen naar landen waar mazelen heerst. Is het dat wel veilig voor mijn kind?

Ja, de BMR-vaccinatie is voor uw 6-maanden oude baby veilig.
Kinderen van 6 maanden en ouder zijn niet meer beschermd tegen mazelen. De antistoffen die zij van hun moeder hebben meegekregen bij de geboorte zijn ze kwijt. Omdat juist jonge baby’s meer kans hebben op complicaties van mazelen, is het belangrijk hen tijdens een epidemie goed en op tijd te beschermen. Ook in het buitenland wordt tijdens mazelenepidemieën ditzelfde vaccinatiebeleid (inenten vanaf 6 maanden) gehanteerd. Daarnaast krijgen baby’s die naar landen reizen waar mazelen heerst, al sinds de introductie van het BMR-vaccin (1987) op de leeftijd van 6 maanden een extra BMR-vaccin. In onderzoeken naar bijwerkingen worden geen verschillen gevonden in de bijwerkingen tussen kinderen die bij 6 of 9 maanden zijn ingeënt.

Meer informatie over het Rijksvaccinatieprogramma vindt u op de website http://www.rijksvaccinatieprogramma.nl/

Naar boven


Overige vragen en antwoorden

Mag een kind met mazelen naar het consultatiebureau?

Nee. Op consultatiebureaus komen veel zuigelingen die nog niet tegen mazelen gevaccineerd zijn. Daarom mogen kinderen die mazelen hebben niet op het consultatiebureau komen. Omdat mazelen al besmettelijk is voordat de vlekjes verschijnen, mogen ook broertjes en zusjes van kinderen met mazelen niet op het consultatiebureau komen.
Als u twijfelt of uw kind besmet is en u heeft een afspraak op het consultatiebureau, neem dan contact op met het consultatiebureau. Zij kunnen dan met u overleggen wat te doen.

Wat moet ik doen als mijn kind heeft gespeeld met een kind van een school waar mazelen is geconstateerd?

Als uw kind gevaccineerd is volgens het RVP hoeft u niets te doen. De BMR-vaccinatie geeft voldoende bescherming tegen mazelen. Als uw kind niet tegen mazelen is gevaccineerd dan kunt u tot en met de leeftijd van 18 jaar een BMR-inhaalvaccinatie krijgen. U kunt contact opnemen met uw organisatie voor jeugdgezondheidszorg.

Naar boven

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu