RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

ISI Hiv en aids in het kort

Hivinfectie in het kort

Wat is hiv en wat is aids?

Hiv (humaan immunodeficiëntie virus) is een ziekteverwekker die de normale afweer kan verstoren. Wanneer het virus zich in het lichaam vermenigvuldigt is er sprake van een hivinfectie. Iemand met een hivinfectie is seropositief of hivpositief, maar hoeft zich niet ziek te voelen. Het hivvirus kan op termijn aids veroorzaken.

Aids is een ernstige ziekte. Aids betekent acquired immunodeficiency syndrom (verworven immuundeficiëntiesyndroom). Dat betekent dat het afweersysteem van het lichaam tegen infectieziekten niet meer goed werkt als gevolg van infectie met hiv. Van aids is sprake als, soms jaren na de hivbesmetting, de afweer van het lichaam erg is verzwakt en allerlei ziekteverschijnselen optreden zoals bijvoorbeeld bepaalde schimmelinfecties. Mensen met een hivinfectie kunnen het virus overdragen zolang hiv niet succesvol met hivremmers wordt onderdrukt. Naar schatting zijn in Nederland 25.000 mensen met hiv geinfecteerd en elk jaar komen er ongeveer 1100 nieuwe hivinfecties bij. Het aantal aidsdiagnoses per jaar is aanzienlijk lager.

Wat zijn de ziekteverschijnselen van hiv en aids?

De meeste mensen krijgen 2-4 weken na besmetting griepachtige verschijnselen, zoals koorts, moeheid, hoofdpijn, keelpijn, opgezette lymfeklieren en huiduitslag. Deze klachten gaan meestal vanzelf over. Pas later, meestal jaren later, raakt de afweer van de patiënt aangetast doordat het aantal afweercellen omlaag gaat. Er kunnen dan verschijnselen van aids optreden.

Hoe kun je hiv krijgen en hoe kun je anderen besmetten?

Mensen met het virus kunnen anderen besmetten, ook al zijn er geen ziekteverschijnselen. Door succesvolle behandeling met hivremmers kan de besmettelijkheid nagenoeg geheel ophouden te bestaan. Bij iemand die besmet is bevindt het virus zich in het bloed (ook menstruatiebloed), in sperma, voorvocht, vaginaal vocht en moedermelk. De besmetting kan op verschillende manieren gebeuren:

  1. Door bloed-bloedcontact
    Wanneer bloed van iemand die besmet is in het lichaam van een ander komt. Dat kan gebeuren wanneer bloed op een huidwond of op slijmvlies terechtkomt. Bloedcontact komt ook voor bij een prikverwonding aan een besmette injectienaald. Druggebruikers die spuiten en naalden gemeenschappelijk gebruiken lopen risico op besmetting.
    Als bij tatoeage, piercing en het ‘schieten’ van oorbelgaatjes een besmette naald wordt gebruikt, kan het virus worden overgedragen. Er bestaat ook risico op besmetting door gemeenschappelijk gebruik van scheermesjes. Ook bijten (gebeten worden tot bloedens toe) door iemand die besmet is kan leiden tot besmetting.
  2. Door onveilig seksueel contact met iemand die besmet is
    Door onveilig seksueel contact (geslachtsgemeenschap en anale seks zonder condoom) met iemand die besmet is, kan overdracht plaatsvinden. Bij pijpen zonder condoom (met klaarkomen in de mond) of beffen zonder beflapje bestaat er risico door het contact tussen slijmvlies en sperma, (menstruatie)bloed of vaginaal vocht.
  3. Tijdens zwangerschap, tijdens en na de geboorte (borstvoeding)
    Een ongeboren baby van een vrouw die het virus bij zich draagt, kan besmet raken in de baarmoeder, tijdens de geboorte door contact met het bloed van de moeder en na de geboorte door borstvoeding. In Nederland worden alle zwangere vrouwen op hiv getest, waardoor deze vorm van infectie eigenlijk niet meer voorkomt. Hivpositieve aanstaande moeders krijgen dan behandeling met hivremmers, waardoor overdracht op het kind wordt voorkomen.

Het virus wordt NIET overgedragen door insectenbeten, handen schudden, zoenen, samen eten, gezamenlijk gebruik van servies of gebruik van dezelfde wc.
 

Wie kan hiv krijgen en wie loopt extra risico?

Mensen met onveilige (onbeschermde) wisselende seksuele contacten en mensen die bij druggebruik spuiten of naalden met elkaar delen lopen risico op besmetting met hiv. De kans is groter bij (onbeschermde) seksuele contacten met mensen uit groepen waarbinnen hiv veel voorkomt. Bijvoorbeeld bij mannen die seks hebben met mannen (MSM), mensen die drugs spuiten, mensen met onveilige, wisselende seksuele contacten en mensen uit gebieden waar hiv veel voorkomt. Ook bestaat er risico voor mensen die bloedproducten toegediend gekregen hebben vóór 1985 of bloedproducten hebben gekregen in landen buiten West-Europa en de Verenigde Staten. De kans van overdracht van hiv bij hivgeïnfecteerde zwangere vrouwen naar de baby kan door goede therapie worden voorkomen.

Hoe kan hiv worden voorkomen?

Inenting tegen hiv is niet mogelijk. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld nadat iemand iemand zich geprikt heeft aan een gebruikte injectienaald en hivbesmetting mogelijk is, kunnen medicijnen gedurende een maand worden voorgeschreven. Deze medicijnen, ook wel combinatietherapie of postexpositieprofylaxe (PEP) genoemd, verkleinen de kans dat een hivinfectie optreedt.
Het risico op een hivinfectie is te beperken door de volgende maatregelen:

  • Zorg dat bloed van een ander niet in huidwondjes of op slijmvlies terechtkomt. Dek wondjes op de huid af. Gebruik handschoenen bij contact met bloed of voorwerpen waarop bloed zit.
  • Als toch bloed van een ander in een wondje is terechtgekomen, laat de wond goed ‘door-bloeden’, spoel de wond goed uit onder lauw stromend water. Doe betadinejodium op de wond. Neem contact op met de huisarts, bedrijfsarts, GGD of eerste hulp.
  • Gebruik handschoenen bij het schoonmaken van voorwerpen, huid en kleding waarop bloed zit. Maak de materialen eerst goed schoon met water en zeep, daarna met alcohol 70%.
  • Gebruik geen scheermesjes van een ander.
  • Gebruik geen naalden en spuiten van andere gebruikers.
  • Vrij veilig. Gebruik een condoom of beflapje. Vermijd zaadlozingen in de mond en bef niet tijdens de menstruatie.
  • Vrouwen die zwanger en hivgeïnfecteerd zijn kunnen door medicijnen voorkomen dat hun ongeboren kind besmet raakt. Het wordt hun sterk afgeraden borstvoeding te geven.

Is hiv en aids te behandelen?

Een hivinfectie en aids zijn niet te genezen. Door behandeling met medicijnen wordt een hivinfectie een chronische ziekte. Het lichaam maakt wel antistoffen tegen hiv, maar die kunnen niet voorkomen dat na een tijd ziekteverschijnselen van aids ontstaan. Een combinatie van virusremmende medicijnen kan het optreden van de ziekteverschijnselen uitstellen, vaak vele jaren. Tijdens de behandeling met virusremmende medicijnen wordt in het bloed regelmatig het aantal virusdeeltjes en het aantal afweercellen gecontroleerd.

Kan iemand met hiv naar kindercentrum, school of werk?

Mensen met een hivinfectie kunnen gewoon naar werk, school en dagverblijf als ze zich goed voelen. Er zijn geen speciale maatregelen nodig om besmetting van anderen te voorkomen. De gewone hygiënische maatregelen bij het omgaan met bloed zijn ook in deze situatie voldoende. In specifieke situaties is overleg tussen direct verantwoordelijken (ouders, school) en adviserende deskundigen (GGD, arts) op zijn plaats.

Wat doet de GGD?

Bij de centra seksuele gezondheid van de GGD bestaat de mogelijkheid zich anoniem te laten onderzoeken op hiv en andere soa's (seksueel overdraagbare aandoeningen).
De GGD kan samen met de patiënt nagaan waar de besmetting heeft plaatsgevonden en door middel van partnerwaarschuwing voorkomen dat nog meer mensen besmet raken en kan verder begeleiden en doorverwijzen als het nodig is.

Home / Documenten en publicaties / ISI-standaarden / Vragen en antwoorden hivinfectie en aids

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu