De Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI Landelijke coördinatie infectieziektebestrijding (Landelijke coördinatie infectieziektebestrijding)) van het RIVM maakt samen met gezondheidszorgmedewerkers ‘uit het veld’ richtlijnen over infectieziekten. Op basis hiervan worden, door het Landelijk Overleg Verpleegkundigen Infectieziektebestrijding (LOVI Landelijk Overleg Verpleegkundigen Infectieziektebestrijding (Landelijk Overleg Verpleegkundigen Infectieziektebestrijding)), Informatiestandaarden Infectieziekten (ISI Informatie Standaard Infectieziekten (Informatie Standaard Infectieziekten)) opgesteld voor het algemene publiek. Deze ISI zijn door GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) Twente herschreven naar taalniveau B1 en aangevuld met pictogrammen. Taalniveau B1 is begrijpelijk voor het grootste deel van de Nederlandse bevolking en kenmerkt zich door een logische opbouw; korte, persoonlijke, actieve zinnen en alledaagse woorden. (1) In mei 2014 hebben wij onderzocht of deze herschreven publieksteksten inderdaad begrepen worden.

content

Auteurs: K. Ottovay, T. Oomen, D. Beaujean, M. Kroeze, K. van Beers

Infectieziekten Bulletin: mei 2016, jaargang 27, nummer 5

Methode

Ruim 200 leerlingen van de middelbare beroepsopleiding (MBO middelbaar beroepsonderwijs (middelbaar beroepsonderwijs)) Pedagogisch Werk aan het Welzijn College van ROC Receiver Operating Characteristic (Receiver Operating Characteristic) Midden Nederland in Utrecht, Amersfoort en Zeist ontvingen een vragenlijst over 10 herschreven publieksteksten over infectieziekten. De gemiddelde leeftijd van de leerlingen was 18 jaar. De keuze voor deze groep werd bepaald door het feit dat leesniveau B1 het niveau is waarop leerlingen binnen het MBO-onderwijs teksten moeten kunnen begrijpen. (4) Daarnaast verwachtten we dat de mate van interesse voor het onderwerp infectieziekten vergelijkbaar was met die van het algemene publiek. De leerlingen beantwoordden de vragenlijst op de computer, tijdens het vak Verzorging bij ziekte, in aanwezigheid van hun docent.

De vragenlijst telde 11 vragen om de teksten te beoordelen op:

  • moeilijkheid van de woorden
  • tekstsamenhang
  • zinsbouw
  • informatiedichtheid

De antwoorden hadden een vijfpuntsschaal die liep van ‘heel slecht leesbaar’ tot ‘heel goed leesbaar’. Daarnaast stelden we 9 kennisvragen en 1 open vraag waar de leerlingen konden invullen welke woorden ze moeilijk vonden.

De keuze voor de 10 infectieziekteteksten was gebaseerd op de meest bezochte publieksteksten op de RIVM-website en de infectieziekten waarmee de leerlingen in hun toekomstige werk op een kinderdagverblijf te maken kunnen krijgen:

  • griep
  • groep-A-streptokokken (GAS)
  • kinkhoest
  • krentenbaard
  • mazelen
  • norovirus
  • roodvonk
  • RS respiratoir syncytieel (respiratoir syncytieel)-virusinfectie
  • vijfde ziekte
  •  waterpokken

Om deelname aan dit onderzoek ook voor de ROC-instelling aantrekkelijk te maken hebben wij over elke ziekte een powerpointpresentatie aangeleverd die de docent kon gebruiken als lesmateriaal. De leerkrachten waren enthousiast over de samenwerking: “De studenten vonden het leuk om te doen en jullie teksten waren beter te lezen dan de teksten in onze boeken”.

Resultaten

Elke leerling kreeg 2 teksten ter beoordeling voorgelegd. Er werden in totaal 385 vragenlijsten ingevuld. Per tekst varieerde het aantal respondenten van 31 tot 49 (gemiddeld 39).

 

Leesniveaus

Er worden 6 leesniveaus onderscheiden: van A1 (eenvoudig) tot C2 (moeilijk). In Nederland is ongeveer 10% van de bevolking tussen 16 en 65 laaggeletterd. In deze groep zijn relatief veel vrouwen, ouderen, lager opgeleiden en mensen die Nederlands als tweede taal hebben. (2) Zij beheersen de eenvoudigste taalniveaus A1 of A2 en soms teksten op B1-niveau. Van alle laaggeletterden heeft 30% een diploma op mbo middelbaar beroepsonderwijs (middelbaar beroepsonderwijs)-niveau. (3) De meeste mensen in Nederland lezen gemakkelijk op B1-niveau (= gemiddelde leesniveau). Volgens een andere indeling (commissie Meijerink) is dit referentieniveau 2F. Het toetsen van begrijpelijkheid van teksten is complex. Op dit moment is er geen betrouwbare leesbaarheidsindex. In dat licht moeten we de resultaten van dit onderzoek ook bezien. De taalniveaus A1 t/m C2, waarbij B1 meestal als standaard wordt genomen, zijn eigenlijk bedoeld voor mensen die een vreemde taal leren. Er is tot op heden niet onderzocht of deze niveaus ook voor moedertaalsprekers werken. (1)

Duidelijk of niet duidelijk

De teksten bestonden uit 450-700 woorden. Zij werden door 83% van de leerlingen als ‘duidelijk’ tot ‘heel duidelijk’ beoordeeld. De teksten over de vijfde ziekte en over waterpokken werden als het best beoordeeld: 89% van de respondenten vond deze teksten duidelijk tot heel duidelijk. De tekst over GAS scoorde het laagst en werd door 74% van de respondenten als ‘duidelijk’ of ‘heel duidelijk’ beoordeeld.

Voldoende informatie?

Op de vraag of de teksten voldoende informatie bevatten en wat ze vonden van de lengte, antwoordde de meerderheid (72%) dat zij precies goed van lengte waren, 28% vond ze iets te lang. Ook vroegen we of de informatie in de teksten geruststellend of juist beangstigend was. 12-18% vond de informatie over roodvonk, GAS-infecties, kinkhoest en krentenbaard een beetje beangstigend. De informatie over de andere 6 ziekten vond men geruststellend of neutraal

Begrip van de tekst

Met 9 kennisvragen aan de hand van stellingen zoals Krentenbaard wordt veroorzaakt door een virus en Bij griep is meestal geen behandeling nodig, werd getoetst of de informatie goed werd begrepen. De kennisvragen mochten worden beantwoord met de publieksteksten van het RIVM erbij. Antwoordopties waren ja/nee/ik weet het niet. De meeste stellingen werden door een ruime meerderheid correct beoordeeld. Het was interessant bij welke stellingen dat niet het geval was. Zo wist 45% van de leerlingen niet dat het waterpokkenvirus ook gordelroos kan veroorzaken. De vraag over de duur van de besmettelijkheid van een infectie met GAS was voor 44% van de respondenten moeilijk. Hierover stond in de tekst Wordt iemand behandeld met medicijnen (antibiotica), dan is hij nog 24 uur nadat hij is begonnen met de medicijnen besmettelijk.


Tabel 1. Voorbeelden van de teksten over wering  (klik op de tabel voor een vergrote weergave)

 

 

Bij alle ziekten werd de vraag over ‘wering’ slecht beantwoord. Na het lezen van de gedeelten over wering (zie voorbeelden in de tabel) was niet duidelijk of het advies was om thuis te blijven of niet. Bij GAS was slechts voor 29% duidelijk dat er geen wering van school nodig is. Bij roodvonk was dit 82%. In beide teksten was het antwoord samengesteld uit verschillende onderdelen. Het verschil was dat bij roodvonk wel een letterlijk antwoord en een onderbouwing werd gegeven (tabel 1).

Moeilijke woorden

Woorden die moeilijk begrepen werden waren bijvoorbeeld invasief, streptokok en roodvonk. Maar ook een omschrijving als zich niet lekker voelen werd genoemd, omdat het niet duidelijk was wat ermee bedoeld werd (tabel 2). Ook inenten was een moeilijk woord.


Tabel 2. De moeilijk te begrijpen zinnen en suggesties voor alternatieven (klik op de tabel voor een vergrote weergave)

 

 

 

 

Discussie

Over de begrijpelijkheid van de teksten werd verschillend geoordeeld. Mogelijk komt dit door de verschillen in kennis van de leerlingen over de onderwerpen. De tekst over GAS-infectie was het minst duidelijk, maar het is ook een vrij onbekende bacterie. 29% van de leerlingen vond dat de tekst over GAS veel of redelijk veel onbekende informatie bevatte; ter vergelijking: bij de vijfde ziekte was dat 14% en bij waterpokken maar 3% .

We zagen dat vragen over de slecht begrepen onderwerpen, zoals wering, niet altijd direct worden beantwoord (zie voorbeeld 2 in tabel 2). Ook werd in het antwoord extra informatie gegeven, wat afleidde van het antwoord (zie voorbeeld 3 in tabel 2). Deze extra informatie kan beter apart worden beschreven. Dat biedt ook meer ruimte voor onderbouwing. De tekst wordt dan wel langer, maar begrijpelijker; en de kans dat het advies ook werkelijk wordt opgevolgd groter.

Het gebruik van voorwaardelijke bijzinnen (als dit, dan dat) waardoor lange zinnen ontstaan, bemoeilijkt vaak de begrijpelijkheid van teksten. Daarom werd bij het herschrijven van de ISI Informatie Standaard Infectieziekten (Informatie Standaard Infectieziekten) in een aantal gevallen gekozen voor een vraag-en- antwoordvorm, zoals Voelt u zich goed? Dan kunt u naar uw werk in plaats van Als u zich goed voelt dan kunt u naar uw werk. Uit dit onderzoek blijkt echter dat de tekst hierdoor niet duidelijker wordt (zie voorbeelden 2, 3 en 4 in tabel 2).

Moeilijke woorden zoals namen van ziekten en ziekteverwekkers zijn niet altijd te vermijden. Het toevoegen van een omschrijving helpt de lezer er vertrouwd mee te raken. Bijvoorbeeld, aan de zin Dit worden invasieve GAS-infecties genoemd, kan worden toegevoegd: Invasief is een ander woord voor binnendringend. Het woord inenten wordt regelmatig gebruikt als publieksvriendelijk alternatief voor actieve immunisatie. Misschien verdient zowel voor publiek als professionals het woord vaccinatie de voorkeur; het Junior dokterswoordenboek van Van Dale geeft de voorkeur aan vaccinatie. (5)

Conclusie

De respondenten vinden de herschreven teksten duidelijk maar scoren toch slecht op de kennisvragen. Verbeterpunten zijn:

  • moeilijke woorden omschrijven;
  • zinnen en woorden die op meer manieren kunnen worden geïnterpreteerd, aanpassen;
  • tekstfragmenten met meer boodschappen splitsen;
  • extra aandacht voor voorwaardelijke bijzinnen;
  • gebruik van tussenkopjes;
  • niet direct een nieuwe vraag stellen in een antwoord op een vraag;
  • adviezen onderbouwen;
  • letten op de plaats waar bepaalde informatie staat, ook als daardoor afgeweken wordt van de vaste volgorde.

Schrijven op B1-niveau blijkt zoveel meer te zijn dan het vermijden van lange zinnen en moeilijke woorden. Het gaat veel meer om een zorgvuldige, logische opbouw. Het testen op begrijpelijkheid onder de doelgroep is de enige manier om er achter te komen of de boodschap in de tekst wordt begrepen.

Auteurs

K. Ottovay, T. Oomen, D. Beaujean, M. Kroeze, K. van Beers, RIVM, Bilthoven

Correspondentie

Kata.Ottovay@rivm.nl

Literatuur

  1. Henk Pander Maat: Effectief communiceren – De lange weg naar een serieuze leesbaarheidsindex, Tekstblad 4, 2012 http://tekstblad.nl/artikel/effectief-communiceren-de-lange-weg-naar-een-serieuze-leesbaarheidsindex
  2. Joyce Karreman, Nienke van Norel, Ellen Uiters & Desirée Beaujean: Houd het simpel. Schriftelijke informatie over beroepsrisico’s voor laagggeletterden Ad Rem 2 2015
    http://www.vvzc.be/portfolio/20152-doeltreffende-communicatie/
  3. http://www.piaac.nl/_images/user/20131008093450ecbo_Publicatie_laaggeletterdheid_in_Nederland_WEB.pdf
  4. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/taal-en-rekenen/vraag-en-antwoord/wat-zijn-de-referentieniveaus-nederlandse-taal-en-rekenen
  5. Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt, Het Van Dale Junior dokterswoordenboek; geïllustreerd door Roger Klaassen 2010