RIVM_Logo

Gesignaleerd

Overzicht van bijzondere meldingen, clusters en epidemieën van infectieziekten in binnen- en buitenland

Binnenlandse signalen

Griep in Nederland

In week 2 van 2016 rapporteerden de huisartsen van de NIVEL-peilstations 72,4 personen met een influenza-achtig ziektebeeld (IAZ) op de 100.000 inwoners (Figuur 1). Omdat de incidentie voor de tweede week boven de epidemische drempel (51 per 100.000) lag en er influenzavirus was aangetoond in de monsters die waren afgenomen door de huisartsen, is er nu officieel sprake van een griepepidemie. Vanaf week 40 2015 tot en met week 2 2016 werden op de NIVEL-peilstations 200 IAZ-monsters afgenomen en opgestuurd naar het RIVM. In deze monsters werd 37 maal influenzavirustype A(H1N1)pdm09, 1 maal influenzavirustype A(H3N2),
1 maal influenzavirustype B (Yamagatalijn), 22 maal RSV, 40 maal rhinovirus en 3 maal enterovirus gedetecteerd.


Gesignaleerd figuur 1

Figuur 1. Incidentie IAZ en uitslagen van afgenomen monsters, gerapporteerd door de NIVEL-peilstations, week 40 2015–week 2 2016


Er is sequentieanalyse gedaan op 9 A(H1N1)pdm09-virussen afkomstig van patiënten (leeftijd 40-68 jaar) met een zeer ernstige infectie. Deze analyse liet zien dat de virussen een verandering hebben in een antigene determinant. Uit antigene analyses van vergelijkbare virussen blijkt echter, dat dit niet resulteert in een meetbare verandering in antigene eigenschappen en antigene gelijkenis met het A(H1N1)pdm09-vaccinvirus. De sequentieanalyse geeft geen aanwijzingen dat het virus eigenschappen heeft verworven voor hogere virulentie. Het virus is gevoelig voor de antivirale middelen oseltamivir en zanamivir. Mensen van middelbare leeftijd of jonger hebben een grotere kans op een influenzavirustype A(H1N1)pdm09-infectie dan ouderen, omdat ouderen geboren voor 1957 relatief beschermd zijn tegen dit virus door blootstelling aan het A(H1N1)-influenzavirus wat tussen 1918 en 1957 circuleerde.
In de week van 6 tot en met 13 januari was de totale sterfte in Nederland sterk verhoogd in alle regio’s (sterfte binnen 2 weken gerapporteerd – rondom 93% gerapporteerd) (Figuur 2). De sterfte is licht verhoogd onder de 55-64 en 65-74-jarigen en sterk verhoogd in de leeftijdsgroep van 75 jaar en ouder. In de 65+ leeftijdsgroep worden in de NIVEL-surveillance nauwelijks A(H1N1)pdm09 influenza-viruspositieve patiënten gevonden. Voor de laatste gegevens verwijzen wij naar de RIVM-website. (Bronnen: NIVEL, RIVM, Sterftemonitoring)


Gesignaleerd figuur 2

Figuur 2. Totale sterfte in Nederland binnen 2 weken gerapporteerd (Bron: RIVM)


Zikavirus in Zuid- en Midden-Amerika

Tot en met 21 januari meldden gezondheidsautoriteiten van Curaçao 1 patiënt met een zikavirusinfectie, opgelopen in Suriname. De autoriteiten van Saint-Martin meldden 1 patiënt die was besmet op Saint Martin. Tot 19 januari zijn er in 18 landen in Midden- en Zuid-Amerika besmette patiënten gemeld die de infectie lokaal hadden opgelopen (Figuur 4). In enkele landen waar transmissie van het zikavirus voorkomt wordt melding gemaakt van (neurologische) afwijkingen bij foetussen en baby’s. Het Braziliaanse Ministerie van Volksgezondheid bericht over 3.893 baby’s met vermoedelijk microcefalie in 21 staten. El Salvador, Brazilië en Venezuela rapporteren een toename van het aantal patiënten met Guillain-Barrésyndroom. Hoewel een causale relatie tussen een zikavirusinfectie gedurende de zwangerschap en geboorteafwijkingen niet is bevestigd, wordt aan alle reizigers naar bovengenoemde landen geadviseerd zeer nauwkeurig antimuggenmaatregelen toe te passen. De Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) adviseert zwangere vrouwen te overwegen hun reis uit te stellen. Het RIVM adviseert zwangere vrouwen en vrouwen die zwanger willen worden uit voorzorg om met een arts te overleggen en uitstel van de reis te overwegen. Voor de laatste gegevens verwijzen wij naar de RIVM-website. (Bronnen: PAHO, Ministerie van Volksgezondheid Brazilië, CDC, ECDC-RRA, RIVM)


Gesignaleerd figuur 3

Figuur 4. Landen met bevestigde gevallen van lokaal opgelopen zikavirusinfecties in de afgelopen 2 maanden, 19 januari 2016


Uitbraak van ESBL- en NDM-producerende Klebsiella pneumoniae

In december 2015 meldde het Jeroen Bosch Ziekenhuis te ‘s-Hertogenbosch een uitbraak met een ESBL- en NDM-producerende K. pneumoniae (MLST ST873). De uitbraak is inmiddels beeindigd. Door middel van meerdere screeningrondes van het hele ziekenhuis werden 7 risicoafdelingen geïdentificeerd. Een risicoafdeling is gedefinieerd als een afdeling waar transmissie heeft plaatsgevonden, dat wil zeggen een afdeling met 2 of meer NDM-positieve patiënten. Alle patiënten die vanaf 1 oktober op een van de risicoafdelingen opgenomen waren geweest, zijn gelabeld in het elektronische patiëntendossier, zodat ze bij (her)opname in contactisolatie kunnen worden verpleegd. Alle zorgmedewerkers in het ziekenhuis werden geïnformeerd over de uitbraak en er werd opnieuw aandacht gevraagd voor de gebruikelijke en altijd geldende hygiënemaatregelen: handhygiëne, kleding en desinfectie van medische hulpmiddelen en patiëntenkamers. Bijna alle 3000 patiënten, die in de risicoperiode op een risicoafdeling opgenomen waren, zijn benaderd voor screening, i.e. 3 rectale swabs op verschillende dagen afgenomen. Daarvan is tweederde inmiddels getest. Tot nu toe zijn 26 NDM-positieve patiënten geïdentificeerd. Dertien van de NDM-positieve K. pneumoniae-isolaten uit het Jeroen Bosch Ziekenhuis zijn gekarakteriseerd met PFGE en MLVA en vergeleken met 22 andere NDM-positieve K. pneumoniae-isolaten die in 2015 in het kader van de nationale carbapenemasesurveillance naar het RIVM waren gestuurd. De isolaten uit het Jeroen Bosch Ziekenhuis hadden allen hetzelfde PFGE- en MLVA-profiel en deze profielen verschilden aanzienlijk van de profielen van de andere isolaten. Uitzondering vormde 1 isolaat afkomstig uit een ander ziekenhuis dat een profiel had dat niet te onderscheiden was van de isolaten uit de uitbraak. Bij 1 patiënt in een ander ziekenhuis werd hetzelfde type gevonden. Tot nog toe is het verband tussen deze patiënt en de 26 patiënten van het Jeroen Bosch Ziekenhuis onduidelijk. Zowel interne samenwerking (ziekenhuishygiëne en infectiepreventie, medische microbiologie, verpleegafdelingen, management en medische staf) als externe samenwerking en expertise (GGD Hart voor Brabant, UMCU, UMCG en RIVM) zijn van cruciaal belang gebleken bij het indammen van de uitbraak. (Bron: SO-ZI/AMR)

Buitenlandse signalen

Griep in Europa

In de Europese WHO-regio meldden 35 landen een lage influenza-activiteit en 8 een gemiddelde activiteit in week 2. Het percentage viruspositieve monsters is verder gestegen van 30% in week 53, naar 37% in week 2. In 22 Europese landen zijn de verschillende subtypes A(H1N1)pdm09, A(H3N2) en B gerapporteerd in de surveillance. Drie kwart (74%) van de getypeerde influenzavirussen zijn van het type A, en 26% is van het type B. Het merendeel van de gesubtypeerde A-virussen is van het subtype A(H1N1)pdm09. Van de gekarakteriseerde B-virussen is het merendeel van de Victorialijn. Naast de signalen uit Nederland over ernstige influenza-infecties, zijn er ook vergelijkbare signalen uit het buitenland. Op 18 januari meldde Griekenland dat er 50 mensen met een gemiddelde leeftijd van 50 jaar op de afdeling Intensive care lagen met een A(H1N1)pdm09-infectie. Ook Armenië, Israël, Turkije en Oekraïne maken meldingen van ernstige ziekte en overlijden van met A(H1N1)pdm09-virus geïnfecteerde patiënten. (Bron: Flu News Europe)

Uitbraak lassakoortsvirus in Nigeria

Het ministerie van Volksgezondheid van Nigeria meldt een toename van het aantal patiënten met lassakoorts sinds november 2015. Er worden 239 patiënten gemeld, van wie er 44 bevestigd zijn en 82 overleden. De uitbraak heeft zich verspreid over 14 staten binnen het land. Lassavirus is endemisch in West-Afrika. Het virus wordt via urine en feces van knaagdieren, met name door de rat Mastomys natalensis (Foto 1) verspreid. Deze rat leeft in tropische bossen en peri-urbane gebieden. Mens-op-menstransmissie is mogelijk. Een lassavirusinfectie heeft in ongeveer 10% van de patiënten een zeer ernstig beloop, maar verloopt bij 80% vrijwel symptoomloos. (Bronnen: ProMed, ECDC, MoH Nigeria)


Gesignaleerd foto 1

Foto 1. Mastomys natalensis (Bron: Google)

Patiënten met aviair influenzavirus A(H5N6) in China

De Chinese autoriteiten meldden 2 patiënten met een ernstige influenzavirus A(H5N6)-infectie in de Zuid-Chinese provincie Guangdong. Een patiënt is overleden. Beide patiënten hadden contact gehad met pluimvee. Er is geen mens-op-menstransmissie van dit influenzavirustype bekend. Sinds 2014 zijn er 8 infecties gemeld bij mensen, waarvan 4 in deze winterperiode. Het influenzavirus A(H5N6) komt voor tot en met 14 januari onder pluimvee in Zuidoost-Azië. (Bronnen: ECDC, Hong Kong Centre for Health Protection, FAO)

Salmonella Enteritidis in Schotland

Sinds augustus 2015 zijn er tot en met 21 januari in Schotland bij 21 patiënten besmettingen met Salmonella Enteritidis PT8 bevestigd. Alle patiënten hebben hetzelfde MLVA-patroon dat in augustus 2014 in Schotland voor het laatst werd aangetoond in een patiënt. De 21 patiënten wonen verspreid over verschillende regio’s in Schotland. Het betreffende MLVA-patroon 2-9-7-3-2 is sinds 2012 in Nederland 21 keer aangetoond bij patiënten, waarbij
15 keer tussen mei en december 2015. Dit MLVA-patroon is ook aangetroffen in 11 niet-humane isolaten, voornamelijk in gevogelte en veevoer. Denemarken en Finland meldden in 2015 elk 1 patiënt met dit MLVA-patroon te hebben gediagnosticeerd. (Bronnen: EPIS-FWD, ECDC-RT, RIVM)

Auteur

S.Mooij, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven

Correspondentie

Sofie.Mooij@rivm.nl

 

IB cover

Download

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu