RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Gesignaleerd

Overzicht van bijzondere meldingen, clusters en epidemieën van infectieziekten in binnen- en buitenland tot en met 10 augustus

Binnenlandse signalen

Norovirus onder deelnemers triatlon in Utrecht

Op 12 juli meldde de organisatie van een triatlon in Utrecht aan de GGD regio Utrecht dat er na afloop van het zwem-onderdeel – in niet-officieel zwemwater - meerdere deelnemers gastro-enteritisklachten (GE) kregen. De GGD startte met een vragenlijstonderzoek onder de 900 deelnemers. Bij 6 deelnemers werd ook ontlasting onderzocht. Een week na het evenement werden watermonsters genomen. Vier van de 6 zieken bleken positief voor norovirus GII.P4 New Orleans 2009 / GII.4 Sydney 2012. Dit is een variant die onder de bevolking voorkomt. De sequentie-analyse toonde niet van elkaar te onderscheiden virussen aan. Het vragenlijstonderzoek liet zien dat 91 van de 239 respondenten (38%) ziek waren geworden. Het vermoeden bestaat dat zieke deelnemers relatief vaker meededen aan het onderzoek. Het aantal zieke deelemers na de triatlon is daarom waarschijnlijk aanzienlijk lager. Het onderzoek laat zien dat de GE-klachten geassocieerd waren met zwemmen in de triatlon. Borstcrawl en het inslikken van 3 of meer slokken zwemwater verhoogde het risico op ziekte. Opvallend was dat tevens de combinatie van zwemmen én het drinken van energiedrank een verhoogd risico gaf op ziekte. De relatie tussen beide is in het onderzoek nog niet duidelijk geworden. In de watermonsters (1 week later genomen) werd rotavirus en norovirus type I aangetoond. Dit was een ander type dan gevonden werd bij de deelnemers van de triatlon. De conclusie is dat het zwemwater waarschijnlijk fecaal verontreinigd was. (Bron: GGD regio Utrecht)

Verheffing van Fusarium keratitis in verschillende ziekenhuizen

Het Radboudumc meldde bij keratitispatiënten een verheffing in het aantal kweken met de schimmel Fusarium. Er bestaat geen goede surveillance voor schimmelinfecties van het oog, maar het aantal Fusarium-stammen uit corneaschraapsels dat werd ingestuurd naar het Radboudumc voor identificatie en gevoeligheidsbepaling, toont een duidelijke toename vanaf 2010. De schimmels werden ingestuurd vanuit 16 verschillende ziekenhuizen in Nederland. Keratitis is een hoornvliesontsteking die ernstig kan verlopen. Bij falende behandeling van een infectie kan hoornvliestransplantatie nodig zijn. Keratitis komt met name voor bij dragers van zachte lenzen en is geassocieerd met slechte lenshygiëne. Meerdere pathogenen kunnen keratitis veroorzaken. Fusarium keratitis is relatief zeldzaam. Fusarium is een schimmel die voorkomt in de grond, op planten en in kraanwater. In 2006 vond in de Verenigde Staten een uitbraak van Fusarium keratitis plaats, waarbij een bepaald merk lenzenvloeistof sterk geassocieerd was met de ziektegevallen. Deze vloeistof is van de markt gehaald. Aangezien er aanwijzingen zijn voor een algemene toename van keratitis, mogelijk door slechte lenshygiëne onder jongeren en de groeiende online verkoop van lenzen en toebehoren, moet verder onderzoek uitwijzen of hierbij ook vaker Fusarium als oorzaak wordt gezien. In ieder geval benadrukt deze observatie het belang van goede lenshygiëne en regel-matige controle bij (zachte) lensdragers. Behandeling van Fusarium wordt bemoeilijkt door het feit dat de schimmels intrinsiek resistent zijn tegen de meeste antimycotica. (Bronnen: Radboudumc, arts-microbioloog P. Verweij, CBS-KNAW, JAMA)

Antibioticumresistentie in de mens stabiel

In het NethMap/MARAN-rapport wordt gemeld dat het niveau van antibioticumresistentie in de mens de afgelopen jaren stabiel is gebleven voor de meeste antibiotica. Het gebruik van antibiotica nam licht af in de huisartsenpraktijk, in ziekenhuizen werd een lichte toename waargenomen. In 2014 zijn de resistentiepercentages voor de meeste antibiotica niet toegenomen. Juist van de middelen die wel meer zijn gebruikt is de resistentie wel toegenomen, zoals carbapenems die behoren tot de ‘laatste redmiddelen’ en steeds vaker gebruikt worden bij kwetsbare patiënten in ziekenhuizen. Het gebruik van antibiotica in dieren is, na jaren van forse daling, in 2014 nauwelijks afgenomen. De voor de mens belangrijke cefalosporines en fluorchinolonen werden in de veehouderij nog slechts incidenteel gebruikt. De vermindering in gebruik in dieren voor 2014 heeft tot een afname in resistentie geleid in dieren en dierlijke producten, al lijkt deze afname af te vlakken. Ook een afname in het voorkomen van ESBL’s (extended spectrum beta-lactamases) is waargenomen. (Bron: NethMap/MARAN-rapport)

Buitenlandse signalen

Difterie in Spanje

De Spaanse autoriteiten meldden een toxigene difterie bij een ongevaccineerd kind van 6 jaar in de regio rond Barcelona. Het kind was niet gevaccineerd vanwege een kritische houding van de ouders ten opzichte van vaccinatie. Voordat het kind symptomen ontwikkelde was het op schoolkamp geweest met 57 andere kinderen. De plaatselijke gezondheidsdienst startte een contactonderzoek. Hieruit kwamen in totaal 150 contacten naar voren. Bij 57 schoolkampkinderen werden keelkweken afgenomen. Acht van de 57 kinderen bleken drager te zijn van de bacterie. De kinderen werden niet ziek omdat ze waren gevaccineerd, maar ze werden wel behandeld met antibioticum. Onduidelijk is wat de bron van de infectie was. (Bron: ECDC-RT)

Autochtone Chikungunya-infectie in Spanje

Spanje meldt een autochtone Chikungunya-infectie bij een 60-jarige man zonder reisgeschiedenis buiten Europa. De eerste ziektedag was op 7 juli. De man had gereisd in Spanje en Frankrijk gedurende de mogelijke blootstellingsperiode. Het merendeel van de tijd verbleef hij in de regio Valencia waar de Aedes albopictus-mug werd gedetecteerd in 2013. (Bron: ECDC-RT)

Wereldwijde situatie MERS-CoV-infectie

Op 20 mei 2015 meldde Zuid-Korea een patiënt met een laboratoriumbevestigde MERS-CoV-infectie die in het Midden-Oosten besmet was geraakt. Omdat niet direct de juiste diagnose was gesteld, kon het virus zich verspreiden naar diverse ziekenhuizen. In totaal zijn er 186 patiënten gemeld, van wie 36 zijn overleden. Bij de meeste patiënten was sprake van secundaire transmissie via personen die in direct contact waren geweest met de indexpatiënt; in enkele gevallen was sprake van tertiaire transmissie. Op 27 juli werd de laatste MERS-CoV-patiënt uit isolatie ontslagen. Volgens de WHO zijn er vooralsnog geen aanwijzingen dat het
virus zich anders gedraagt dan voorheen. Het virus is echter nog niet volledig gekarakteriseerd. Wereldwijd zijn er vanaf april 2012 tot en met 6 augustus 2015 1.408 MERS-CoV-patiënten gemeld. Hiervan zijn 547 patiënten overleden. (Bronnen: Inf@ctbericht, ECDC-RR, WHO)

Auteur

D. Nijsten, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM

Correspondentie

danielle.nijsten@rivm.nl.

 

IB cover

Download

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu