RIVM_Logo

Werken in het ebolabehandelcentrum van Artsen zonder Grenzen in Kailahun, Sierra Leone

Het Ebola Management Centrum (EMC) van Artsen zonder Grenzen (AzG) in Kailahun, Sierra Leone, werd opgericht in juni 2014, in het grensgebied van de 3 landen Sierra Leone, Liberia en Guinee. Met een capaciteit van 96 bedden was het een groot EMC. In november 2014 was het aantal ebolapatiënten in de provincie Kailahun al sterk afgenomen. Een groot deel van de patiënten kwam van meer dan 400 kilometer afstand, uit Freetown en het noordwesten van het land. Dit artikel beschrijft de situatie in het EMC in november 2014, toen ik er werkzaam was.

Aankomst en triage

Twee ambulances arriveerden vrijwel tegelijk. In de eerste ambulance zat een 30-jarige vrouw afkomstig uit een klein dorpje in de provincie Kailahun. De andere ambulance kwam van 1 van de holding centres in Freetown, meer dan 6 uur rijden naar het westen. In de ambulance zaten 6 mensen, waaronder een 23-jarige man en een 11-jarige jongen. De ambulances werden één voor één ontvangen volgens een strikt protocol, door een team dat bestond uit tenminste 1 medisch hulpverlener en 1 hygiënist, die gekleed waren in volledige beschermde kleding (PPE). Na decontaminatie met een 0,5% chloorwaterspray werd de achterdeur van de ambulance geopend. De patiënten werden verzocht om voor zover mogelijk zelf één voor één uit de ambulance te klimmen. De verpleegkundige ondersteunde hen bij de 10 meter naar de plaats waar de triage plaatsvond. De 11-jarige jongen was te zwak om te lopen en werd op een brancard gedragen.

De patiënten namen plaats aan een zijde van de triageruimte. Dwars door het gebouw liepen 2 scheidingshekken, met 1 meter ertussen, om het hoogrisicogedeelte te scheiden van het laagrisicodeel. In het laagrisicodeel stonden meer medewerkers, gekleed in operatiehesje en broek, en witte laarzen. De patiënten kregen eerst drinkwater en biscuits; vaak hadden ze de uren in de ambulance nauwelijks iets te drinken of eten gehad. Dan begon de intake, bestaande uit anamnese, met speciale aandacht voor ebolasymptomen, het verzamelen van persoonlijke gegevens, mogelijke blootstelling (contact met zieke mensen, bezoeken van traditionele begrafenis, bereiden/ eten van bushmeat), en gegevens van mensen met wie de patiënt zelf in contact waren geweest. De verpleegkundige in PPE in het hoogrisicodeel nam ondertussen de temperatuur op.

De 30-jarige vrouw uit Kailahun had sinds 3 dagen last van koorts, misselijkheid, spierpijn en hoofdpijn. Ze had geen risicocontact gehad. De 23-jarige man uit Freetown had sinds 5 dagen last van koorts, braken, diarree en spierpijn. Hij ontkende risicocontacten te hebben gehad. De 11-jarige jongen was te ziek om veel te vertellen. Er was geen familie aanwezig. Hij had hoge koorts en diarree, en hij had duidelijk bloedend tandvlees.

De patiënten voldeden allen aan de casusdefinitie voor ebola, en werden opgenomen. De man en vrouw in het gedeelte ‘verdenking ebola’, de jongen in het deel ‘sterke verdenking ebola’. Dit onderscheid werd gemaakt op basis van klinische inschatting en was bedoeld om patiënten die geen ebola hebben zoveel mogelijk te beschermen tegen het alsnog oplopen van ebola in het EMC.

Opname

Bij de opname mochten de patiënten niets meenemen behalve de kleren die ze aan hadden en eventueel een mobiele telefoon. Overige bezittingen werden vernietigd. Iedere patiënt kreeg een slaapmatje, deken, handdoek, tandpasta, tandenborstel en een stuk zeep, en zonodig schone kleren. Ze kregen instructies over hygiëne, inclusief het vermijden van direct contact met medepatiënten.

De standaardbehandeling bestond uit paracetamol, antibiotica (voor eventuele secundaire bacteriële infectie), anti-malariabehandeling (malaria is de meest voorkomende alternatieve diagnose), medicatie tegen misselijkheid, en multivitaminen-preparaat; zonodig kregen patiënten sterkere pijnmedicatie.

De volgende ochtend werd bloed afgenomen voor de PCR-test (polymerase chain reaction)op ebolavirus, uitgevoerd in het laboratorium op het EMC. Later die ochtend werd visite gelopen.

De jongen was zwak en uitgedroogd. Hij kreeg een infuus voor vochttoediening. De man en vrouw konden zelf voldoende drinken; voor hen werd een streefhoeveelheid afgesproken van oral rehydration solution (ORS).

Het team dat het hoogrisicogedeelte binnenging voor medische taken bestond uit tenminste 3 personen: 2 medische hulpverleners (dokter, verpleegkundige of verpleeghulp) en 1 hygiënist. De hygiënist hield het medisch personeel in de gaten en hielp hen bij de decontaminatie van hun handschoenen en zonodig de rest van de PPE tussen ieder patiëntencontact. Hij ruimde ook braaksel en diarree van de vloer op.

De 30-jarige vrouw kreeg bezoek van haar oom. Aan de achterzijde van het EMC was een bezoekersgedeelte, waar de patiënt aan de ene kant van 2 scheidingshekken kon zitten, en de bezoekers aan de andere kant. Dit bezoek werd begeleid door gezondheidsvoorlichters van AzG. Vanwege de epidemie waren provinciegrenzen gesloten; familie uit andere provincies kon dus niet op bezoek komen.

Rond 1 uur ’s middags was de uitslag van de ebolatest binnen. De 30-jarige vrouw was negatief, de man en de jongen waren positief voor ebola. De uitslag werd door een psychosociaal medewerker (mental health counsellor) verteld aan de patiënten die in staat waren om uit bed te komen, in een gesprek over de scheidingshekken. Daarbij kon zij de tijd nemen om onderdelen van de intake opnieuw te doen. De 23-jarige man durfde nu pas te vertellen dat zijn broer en moeder, waarmee hij in huis woonde, recent waren overleden aan ebola. Ook gaf hij nu meer eerlijke informatie over de mensen met wie hij in contact was geweest.

De 30-jarige vrouw werd ontslagen uit het ziekenhuis. Zij had vermoedelijk malaria en kreeg de behandeling daarvoor mee. Medewerkers van het outreach team van AzG brachten haar naar huis om eventuele angst weg te nemen en de re-integratie in de gemeenschap zo positief te beïnvloeden.

Bevestigde ebola en overlijden

De 23-jarige man en de jongen werden verplaatst naar het deel bestemd voor bevestigde ebolapatiënten. Dit deel bestond uit 8 tenten, met ieder 8 bedden. De eerste 4 tenten waren voor de behandeling, waarbij er een verdeling werd gemaakt naar ernst van de ziekte. De laatste 4 tenten waren voor patiënten in de herstelfase. De behandeling zoals eerder vermeld werd hier voortgezet.

Ondanks intraveneuze vochttoediening ging de 11-jarige jongen steeds verder achteruit. Drie dagen later werd hij dood aangetroffen in bed.

Het afvoeren van overleden patiënten uit de kliniek werd gedaan door de hygiënisten. Zij besproeiden het lichaam met een chlooroplossing, verpakten het in 2 lijkzakken en verplaatsten het naar het mortuarium aan de rand van de EMC, binnen de hoogrisicogedeelte. Regelmatig kwam een begraafteam van het Internationale Rode Kruis daar de overleden patiënten ophalen om ze te begraven in de naastgelegen begraafplaats. Er waren weinig gegevens bekend over de familie van de jongen. Het outreach team zou proberen het nieuws van zijn overlijden door te geven aan de dorpsoudste van zijn dorp.

De 23-jarige man was na 5 dagen duidelijk opgeknapt; hij had nog flinke spierpijn en hoofdpijn, en nog wat diarree, maar hij braakte niet meer. Hij werd verplaatst naar de tenten voor herstellende patiënten.

Herstel en ontslag

Patiënten hebben in de herstelfase vaak meer behoefte aan onderling contact. Naast de tenten was daarom een overkapt terras waar ze buiten de tijd konden doorbrengen. Bij deze ambulante patiënten werd de medische visite gedaan vanuit de laagrisicozone, over het hek, zodat er gemakkelijker contact gemaakt kon worden dan in de PPE. Zonodig werden in deze fase ook gesprekken geregeld met de psychosociale medewerkers.

Toen de man 3 dagen geen koorts, braken of diarree meer had gehad, werd er bij hem opnieuw bloed afgenomen voor de ebolatest. Toen deze negatief was, werd hij genezen verklaard. Het ontslag verliep weer volgens protocol. De man waste zich eerst met 0,05% chloorwater, daarna met gewoon water. Hij kreeg nieuwe kleren aangereikt, en nieuwe slippers. Daarna mocht hij het het hoogrisicogedeelte verlaten, zonder iets mee te nemen.

In een tent naast het EMC werd een uitgebreid ontslaggesprek gevoerd door een gezondheidsvoorlichter (health promoter), waarin hem o.a. naar zijn ervaringen werd gevraagd. Ook kreeg hij voorlichting over ebola en werd hem verteld dat zijn sperma nog tenminste 3 maanden virus kan bevatten. Hij kreeg een ontslagpakket met onder andere condooms. Hij bleef nog 2 nachten slapen in deze tent, totdat vervoer geregeld kon worden naar Freetown.

Kailahun nu

Toen begin december eindelijk nieuwe EMC’s geopend werden in het westen en noorden van Sierra Leone hoefden patiënten niet meer naar Kailahun vervoerd te worden. Vanaf dat moment nam het aantal opnames snel af van meer dan 10 per dag naar minder dan 10 per week. Half december werd de laatste ebolapatiënt opgenomen in Kailahun. Deze jongen, die uit de provincie zelf afkomstig was, overleed een paar dagen later. AzG bracht de capaciteit van het EMC terug tot 20 bedden. Eind januari 2015, toen 42 dagen waren verstreken sinds het laatste ziektegeval in de provincie, verklaarde het ministerie van Volksgezondheid van Sierra Leone de provincie Kailahun ebolavrij. AzG heeft het lokale ziekenhuis voorzien van een isolatie-afdeling, en heeft instructies gegeven, zodat daar een verdacht geval op een veilige manier opgevangen kan worden. In maart 2015 werd het EMC in Kailahun afgebroken.

Auteur

A. Simon, internist-infectioloog, Radboudumc, Nijmegen. In november en december 2014 werkzaam voor Artsen zonder Grenzen.

Correspondentie

Anna.Simon@radboudumc.nl

 

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / November-december 2015 / Werken in het ebolabehandelcentrum van Artsen zonder Grenzen in Kailahun, Sierra Leone

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu