RIVM_Logo

Tijdelijke ebolaklinieken in Liberia

Begin november 2014 stapte ik uit het vliegtuig in Liberia. Even is het picture perfect bij het zicht van de oranje opkomende zon die over het landschap met palmbomen schijnt. Maar de realiteit van een land waar al maanden een ebola-epidemie woedt, was al gauw te zien. Bij de ingang van de paspoortcontroles stonden grote emmers met kraantjes, er hing een penetrante chloorlucht. Handen wassen en temperatuur meten. Een dagelijkse routine voor de maanden die volgden, een houvast te midden van de chaos die gepaard gaat met een dergelijke uitbraak.

Als tropenarts werd ik uitgezonden via een grote internationale hulporganisatie. Ervaring met ebola had ik opgedaan tijdens mijn eerdere werkzaamheden in een ziekenhuis in de dichte jungle van Sierra Leone, waar de uitbraak van de toen nog zo zeldzame ziekte rauw op ons dak viel. Nu, in Liberia, was het mijn taak om 2 tijdelijk opgezette ebolaklinieken te leiden. Klinieken die in een razend tempo uit de grond waren gestampt. ‘Gestampt’ dekt de lading precies, want er was geen tijd te verliezen. Tientallen, honderden met ebola besmette patiënten, velen overleefden het niet en velen bleven alleen achter. De westerse media berichtten in de zomer van 2014 vooral over de onrust en rellen rondom ebolaklinieken in Monrovia. Maar net zo hard getroffen waren de talloze dorpen verstopt in de jungle ver gelegen van de hoofdstad. Het zijn de slechte wegen, het beperkte telefoonnetwerk en de beperkte financiële middelen die de dorpen zo geïsoleerd maken. Onderwijs en gezondheidszorg is minimaal en begrip over de besmettelijke ziekte ebola daardoor ook. Naast het geloof in bovennatuurlijke krachten, zijn het geruchten en mythes die de ronde doen. De klinieken waaraan ik leiding mocht geven stonden in een dergelijk afgelegen gebied.

Opname

Het belangrijkste doel van deze klinieken was zorgvuldige triage en vroege isolatie van ebolaverdachte patiënten. Patiënten die zich bij ons meldden werden van achter een hek en met de nodige afstand bevraagd door medewerkers in beschermende pakken. Hun lichaamstemperatuur werd met een infraroodpistool gemeten. Voor het stellen van een klinische diagnose wordt gebruikt gemaakt van de casusdefinitie van ebola die is vastgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen verdenking op, waarschijnlijke of bewezen ebola-infectie met droge of natte (diarree, overgeven) symptomen. Afhankelijk van hun ziektebeeld kregen patiënten een bed toegewezen in een bepaald gedeelte van de kliniek, om kruisbesmetting met andere patiënten te minimaliseren

Behandeling

Opgenomen patiënten kregen medicatie en werden gestabiliseerd waar nodig. Er werd direct bloed afgenomen en voor onderzoek naar het nationale laboratorium gestuurd. Binnen 24 uur was de uitslag van de PCR-test (polymerase chain reaction) bekend. Bij een ebolapositieve uitslag of wanneer urgente intensieve behandeling nodig was, werd de patiënt naar het regionale ebolabehandelcentrum overgebracht. Bij een negatieve uitslag werd de patiënt doorverwezen naar het plaatselijke gezondheidscentrum. Zo nodig vond (langere) observatie in onze kliniek plaats en werd een tweede ebolatest afgenomen, afhankelijk van de klinische verschijnselen en het ziekteverloop bij de individuele patiënt.

Het werk in de kliniek was fysiek en mentaal zwaar. We speelden dan ook graag een partijtje volleybal in de veilige zone van de kliniek, die alleen toegankelijk was voor personeel. Te midden van de drogende rubberen handschoenen en laarzen werd fanatiek gespeeld en aangemoedigd. Surrealistisch wellicht, maar een zeer welkome afleiding.

Het lokale personeel in de klinieken was onder te verdelen in 3 groepen: verpleegkundigen en hygiëne- en veiligheidsmedewerkers. Ik was de enige arts en verantwoordelijk voor alle medische beslissingen in beide klinieken. Sommige medewerkers waren ebola-overlevenden. Zij hadden vaak nog gezondheidsklachten en/of psychische klachten en/of hadden last van onbegrip van hun naasten. Om hen hierbij te helpen werden lokale informatiebijeenkomsten met het dorpshoofd georganiseerd, echter langdurige professionele ondersteuning van overlevenden ontbreekt vooralsnog. Alle werknemers hadden deelgenomen aan een vijfdaagse WHO-ebolatraining in Monrovia en waren uitgebreid getraind in het dragen van de welbekende pakken. Dit werd geoefend in een nagebouwde ebolakliniek met simulatiepatiënten. In onze klinieken ging deze intensieve trainingen door. Er mocht niets aan het toeval worden overgelaten.

De klinieken waren bewust in de nabijheid van plaatselijke gezondheidscentra gebouwd, om deze te ondersteunen met het beoordelen van mogelijke ebolapatiënten. Dit was van groot belang omdat de klinische symptomen van het ebola lijken op de daar endemisch voorkomende ziekten als malaria, (buik)tyfus en Lassakoorts. Gemiddeld genomen besmet 1 ebolapatiënt 2 andere mensen, indien hij niet tijdig is geïsoleerd. Om op een veilige manier patiënten te kunnen beoordelen op ebola waren in alle gezondheidscentra aparte triageruimtes gecreëerd en diende te allen tijde voldoende chloorwater en beschermende kleding aanwezig zijn. Als tijdelijke oplossing werden alle vermoedelijke ebolapatiënten verwezen naar onze klinieken en de patiënten bij wie was aangetoond dat zij geen ebola hadden werden (terug)verwezen naar het plaatselijke centrum voor aanvullende behandeling.
De plaatselijke gezondheidscentra worden gerund door lokale verpleegkundigen. De centra voorzien in basale gezondheidszorg, zoals moeder- en kindzorg, inclusief begeleiden van bevallingen en uitvoeren van vaccinaties. Er is voor de centra een duidelijk verschil tussen de tijd 'voor' en 'na' het uitbreken van de ebola-epidemie. Vóór de ebola-epidemie konden patiënten ook kortdurend opgenomen worden. Dit was ná het uitbreken van de epidemie lange tijd niet meer mogelijk vanwege het gebrek aan matrassen – wanneer een ebolapatiënt op een matras heeft gelegen dient deze verbrand te worden om kruisbesmetting te voorkomen. Verder zijn vrouwen er nu voor gaan kiezen om thuis te bevallen met alle gevolgen van dien, in plaats van in een centrum, omdat zij bang zijn besmet te raken met ebola. Een groot landelijke probleem is tenslotte het tekort aan gezondheidspersoneel – velen zijn overleden of gestopt omdat zij bang zijn om besmet te raken. De studie geneeskunde lag ruim een jaar stil; er zijn nauwelijks artsen in het land om de volgende generatie medici op te leiden.

Dit alles vraagt aanzienlijke aanpassingen in het dagelijkse werk van het huidige medische personeel en in het nationale beleid. Liberia is intussen voor de tweede maal dit jaar officieel ebolavrij verklaard. Hopelijk blijft het hierbij. Hoe zou het leven er uitzien met een goede gezondheidszorg en zonder ebola?

Auteur

M. Oostvogels, tropenarts

Correspondentie

mariekeoostvogels@gmail.com

 

IB cover

Download

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / November-december 2015 / Tijdelijke ebolaklinieken in Liberia

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu