RIVM_Logo

Opvang en behandeling van ebolapatient in Nederland in goede handen

De West-Afrikaanse uitbraak van ebola was de grootste in de geschiedenis. In het najaar van 2014 was de stijging van het aantal slachtoffers dermate groot dat daarmee de kans dat zich in Nederland een patiënt zou presenteren met deze ziekte sterk toenam. De algemene ziekenhuizen en de universitair medische centra (UMC’s), waaronder het Calamiteitenhospitaal, zijn voorbereid op de mogelijkheid dat een patiënt met ebola in Nederland behandeld moeten worden. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft in het najaar van 2014 een onderzoek uitgevoerd bij de universitair medische centra naar de voorbereiding op de opvang van ebolapatiënten.

In 2013 had de Inspectie voor de Gezondheidszorg (hierna de inspectie) geconcludeerd dat de opvang van patiënten in strikte isolatie in Nederlandse ziekenhuizen te wensen overliet. In het rapport Keten van infectiepreventie in ziekenhuizen breekbaar: meerdere zwakke schakels leiden tot onveilige zorg (1) meldde de inspectie dat de techniek rond de isolatiekamers en de kennis van de procedures rond isolatie op veel plekken tekortschoot. Voor de veilige opvang van ebolapatiënten zijn goed geoutilleerde isolatiekamers essentieel. Ook moet het betrokken personeel goede kennis hebben van het gebruik van de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen teneinde de risico’s op verspreiding van ebola te minimaliseren. Vanwege het grote volksgezondheidsbelang om verspreiding van het virus tegen te gaan, mede in relatie tot voornoemde bevindingen uit het onderzoek in 2013, heeft de inspectie in het najaar van 2014 een onderzoek uitgevoerd bij de UMC’s naar de voorbereiding op de opvang van ebolapatiënten.

Opzet onderzoek en uitkomsten eersterondebezoeken

De inspectie bezocht in oktober 2014 de 8 UMC’s in een tijdsbestek van 2 weken. De inspectie beperkte zich hierbij tot de UMC’s, omdat alleen op die locaties de daadwerkelijke behandeling zou plaatsvinden. De bevindingen werden beoordeeld op basis van een toetsingskader waarbij alleen de scores ‘voldoende’ en ‘onvoldoende’ werden gehanteerd. De toetsing had betrekking op 13 onderwerpen:

  • Voorbereiding/oefening
  • Coördinatie/organisatie
  • Logistiek
  • Triage/opvang patiënt
  • Techniek isolatiekamers
  • Verdringing van zorg
  • Beschikbaarheid persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Communicatie in- en extern
  • Diagnostiek
  • Procedure persoonlijke bezittingen/linnengoed/afval
  • Reiniging/desinfectie
  • Procedure incidenten
  • Procedure ontslag patiënt/overlijden

Bij 1 UMC werden 2 tekortkomingen geconstateerd. Deze hadden betrekking op de techniek van de isolatiekamers en de procedures rond de eerste opvang van een zelfverwijzende patiënt, verdacht van ebola. Bij een herbezoek van de inspectie binnen 8 dagen bleek dat de tekortkomingen waren opgelost.

De conclusie van het onderzoek was dat alle UMC’s goed waren voorbereid op de opvang en de verzorging/behandeling van een ebolapatiënt.

Uit het onderzoek bleek verder dat de UMC’s graag duidelijkheid wilden over de verdeling van ebolapatiënten over de verschillende centra, omdat de opvang van een ebolapatiënt een substantiële verdringing van zorg tot gevolg heeft. Daarnaast bleek er behoefte aan centrale inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen omdat er tekorten ontstonden op de markt. Dit signaal is teruggekoppeld naar de betreffende koepelorganisatie en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Naast aanbevelingen over deze 2 aspecten deed de inspectie ook aanbevelingen over het op peil houden van de verworvenheden van de voorbereiding, over voorbereiding van de algemene ziekenhuizen, de huisartsenposten en de ambulancezorgaanbieders.

Opzet onderzoek en uitkomsten tweederondebezoeken

De voorbereiding en alertheid op de mogelijke opvang en behandeling van ebolapatiënten vraagt een enorme inspanning, niet alleen van de UMC’s, maar ook van andere zorgaanbieders in de keten, zoals die in de eerste lijn, algemene ziekenhuizen, ambulancezorgaanbieders en GGD’en.

De inspectie wilde daarom 3 maanden na het eerste bezoek bij de UMC’s bezien of het niveau van voorbereiding voor de zorg aan ebolapatiënten nog steeds op hetzelfde peil stond.

Daarnaast wilde de inspectie weten of de zorg in de regio goed georganiseerd en geborgd was. De ROAZ-organisaties (Regionaal Overleg Acute Zorg, verbonden aan de 11 traumacentra in Nederland) hebben vanuit hun verantwoordelijkheid goed zicht op die regionale situatie. Omdat de inspectie niet ongericht bezoeken wilde brengen aan de verschillende zorginstellingen, koos zij ervoor om alle ROAZ-organisaties te vragen hoe de zorg in de regio georganiseerd was en om aan te geven of er in de regio sprake was van risico’s. Waar nodig kon de inspectie vervolgens gericht verder onderzoek doen op plaatsen waar de ROAZ risico’s opmerkten.

Deze tweede ronde van bezoeken aan de UMC’s voerde de inspectie uit in februari-maart 2015. De inspectie gebruikte daarbij een verkorte vragenlijst ten opzichte van de vragenlijst uit de eersterondebezoeken. Tegelijkertijd werden de 11 ROAZ-organisaties met een korte vragenlijst benaderd. De antwoorden van de ROAZ-organisaties werden eveneens aan de hand van een toetsingskader beoordeeld als ‘voldoende’ of ‘onvoldoende’.

De conclusie naar aanleiding van de tweederondebezoeken was dat alle UMC’s nog steeds voldoende waren voorbereid op de opvang en behandeling van ebolapatiënten. Veel richtlijnen en bijlagen over virale hemorragische koortsen werden tussen het najaar van 2014 en het voorjaar van 2015 aangepast. De UMC’s bleken ook in staat om hun eigen procedures hierop in korte tijd aan te passen. Het Calamiteitenhospitaal behandelde tussen de 2 inspectierondes een ebolapatiënt. Ook hieruit bleek de goede voorbereiding: er hebben zich geen besmettingen voorgedaan tijdens of na de behandeling en verzorging van deze patiënt.

Alle ROAZ-organisaties gaven aan dat de kwaliteit van de eerste opvang en het vervoer van mogelijke ebolapatiënten in hun regio voldoende geborgd is. Dit is gerealiseerd door overleg met ketenpartners en door het oefenen met en afstemmen van de lokale protocollen. Alle betrokken ambulancezorgaanbieders hebben getraind met de opvang en het vervoer van een (potentiële) ebolapatiënt. De inspectie concludeerde dat ook de ROAZ-en voldoende waren voorbereid.

Deze conclusies heeft de inspectie in juni 2015 gepubliceerd in het rapport Opvang van ebolapatiënten in de hele zorgketen goed voorbereid.

Discussie

Tussen de eerste- en de tweederondebezoeken was de verdeling van ebolapatiënten over de centra gewijzigd. Drie centra waren aangewezen voor de uiteindelijke behandeling van ebolapatiënten. Bij de overige UMC’s kon de eerste opvang plaatsvinden en kon de diagnostiek worden afgewacht. Deze verdeling leidde tot discussie. Als de diagnostiek wordt afgewacht en die blijkt positief, moet de positief bevonden patiënt vervoerd worden naar een van de 3 centra die de behandeling uitvoeren. Dit extra vervoersmoment brengt besmettingsrisico’s met zich mee.

Ondanks de adequate regionale voorbereidingen hebben de ROAZ-organisaties de zorg geuit dat er een risico blijft bestaan rond de patiënt die zich onaangekondigd ergens in de zorgketen meldt. Die risico’s zijn geïnventariseerd en waar mogelijk procedures opgesteld om deze te minimaliseren.

Uit het onderzoek van de inspectie blijkt dat de betrokkenen in de keten zich grondig hebben voorbereid op de opvang en behandeling van een ebolapatiënt. Daarnaast blijkt dat deze organisaties het peil van voorbereiding weten te handhaven. Dat vergt enorm veel van deze organisaties. Ook blijkt uit het onderzoek dat er veel uitwisseling is van kennis en kunde tussen de diverse instellingen, dat er veel wordt geoefend en dat er onderling goed wordt gecommuniceerd. Dat zijn belangrijke verworvenheden.

De urgentie rond de ebola-uitbraak in West-Afrika is afgenomen. Geen enkele organisatie geeft echter aan af te schalen naar het niveau van voor de ebola-uitbraak. Deze episode heeft overduidelijk laten zien dat onze wereld verandert. Nieuwe en snel verspreidende infectieziekten duiken steeds vaker op; denk bijvoorbeeld aan de MERS-CoV-uitbraak in Zuid-Korea. Ons land is daar steeds beter op voorbereid.

Auteur

G.R. Westerhof, Inspectie voor de Gezondheidszorg, Utrecht

Correspondentie

gr.westerhof@igz.nl

Literatuur

  1. Keten van infectiepreventie in ziekenhuizen breekbaar: meerdere zwakke schakels leiden tot onveilige zorg, Inspectie voor de Gezondheidszorg, Utrecht, december 2013.

 

IB cover

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / November-december 2015 / Opvang en behandeling van ebolapatient in Nederland in goede handen

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu