RIVM_Logo

Gesignaleerd

Overzicht van bijzondere meldingen, clusters en epidemieën van infectieziekten in binnen- en buitenland tot en met 30 april 2015

Binnenlandse signalen

Stand van zaken griepepidemie (vervolg)

De incidentie van influenza-achtige ziektebeelden (IAZ) in week 17 2015 is stabiel en nog net boven de epidemische drempel (59 per 100.000 ingeschreven patiënten). De epidemie duurt nu 21 weken en is daarmee de langst durende sinds 1970. In week 17 bleef het percentage influenzapositieve IAZ-monsters hoog met 56% waarbij influenzavirustype-B (Yamagatalijn) domineerde in de afgenomen monsters. De IAZ-incidentie gemeld door de verpleeghuizen binnen het Surveillance Netwerk Infectieziekten Verpleeghuizen (SNIV) is de laatste weken aan het fluctueren, er worden nog steeds af en toe bewoners gemeld met IAZ. In de meeste Europese landen is de influenza-activiteit verder gedaald. In verschillende Europese landen naast Nederland (Denemarken, Frankrijk, Hongarije, Ierland, Portugal, Schotland, Spanje, Zweden, Zwitserland en Wales) is verhoogde totale sterfte (alle oorzaken) vanaf eind 2014/begin 2015 bij 65-plussers gezien. In de meeste landen is er niet langer sprake van verhoogde sterfte.
(Bronnen: RIVM, SNIV, NIVEL, Sterftecijfers NL, EuroMoMO, Eurosurveillance)

Tuberculose in Nederland licht afgenomen

Het aantal patiënten met tuberculose in Nederland is het afgelopen jaar licht afgenomen. Volgens de cijfers van het RIVM werd in 2014 bij 823 mensen tuberculose vastgesteld. In 2013 waren het er nog 844. Bijna driekwart (73%) van het aantal tuberculosepatiënten in 2014 was geboren in het buitenland. De grootste groep patiënten geboren in het buitenland was afkomstig uit Somalië, gevolgd door patiënten afkomstig uit Marokko en Eritrea. MDR(multi-drug resistente)-tuberculose werd in 2014 vastgesteld bij 6 patiënten (17 in 2013). Meer patiënten voltooiden hun behandeling met succes (91% in 2013 ten opzichte van 85% in 2012). Volgens een recent uitgebracht rapport krijgen jaarlijks 360.000 personen tuberculose in de WHO-regio Europa. Hoewel het aantal patiënten in de Europese regio met 6% daalde, blijft de opkomst en verspreiding van resistentie tegen de tuberculostatica die bij de behandeling van tuberculose worden gebruikt een probleem. Vooral in de landen van de voormalige Sovjet-Unie, Azië en sub-Sahara Afrika zorgen MDR-tuberculose en extensief resistente tuberculose voor een toename van het aantal chronische tuberculosepatiënten en sterfte aan tuberculose. In Nederland is resistentie tegen de eerstelijnsmiddelen isoniazide en rifampicine bij tuberculose tot nu toe een beperkt probleem. Op 24 maart is het Wereld Stop Tuberculose Dag.
(Bronnen: RIVM, KNCV, WHO Europe/ECDC)

Toename van hepatitis E in de Virologische Weekstaten

In 2014 was een stijging te zien in het aantal positieve hepatitis E-virus (HEV) uitslagen in de Virologische Weekstaten (surveillance van 21 laboratoria voor humane diagnostiek) ten opzichte van voorgaande jaren: 205 gevallen in 2014, tegen 67 in 2013 en 50 in 2012 (Figuur 1). Ook in 2015 is het aantal positieve HEV-diagnosen opnieuw hoger dan in de voorgaande jaren. Uit de positieve diagnosen is het niet duidelijk of het aantal gevallen werkelijk is toegenomen of dat de verbeterde diagnostiek en verhoogde aandacht hier de oorzaak van zijn. Onderzoek onder bloeddonoren laat zien dat er na een afname van de IgG-seroprevalentie bij alle leeftijdsgroepen tussen 1988 en 2000, er onder donoren jonger dan 21 jaar tussen 2000 en 2011 weer een toename van de seroprevalentie wordt gezien. Er zijn dus aanwijzingen voor een werkelijke toename van het aantal HEV-infecties. Daarnaast wordt bij een hoog percentage bloeddonoren (ongeveer 1 per 1000) HEV-RNA aangetoond in het bloed. In de meeste gevallen gaat het daarbij om HEV-genotype 3 dat in Nederland ook op veel varkensbedrijven circuleert en bij wilde zwijnen voorkomt. Het RIVM zal deze maand starten met een prospectief patiëntcontroleonderzoek naar de risicofactoren voor het oplopen van acute hepatitis E. In het lopende onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden wordt bij 2500 omwonenden van veehouderijen de serologische respons onderzocht. 

Figuur 1 Aantal positieve HEV-uitslagen in Nederland per 4 weken, periode 2012-2015

Opnieuw hazen met tularemie

In de afgelopen weken zijn via verschillende dierenartsen, veehouders en jagers signalen binnengekomen van hoge sterfte onder hazen in het midden van Friesland. Tot nu toe is de verwekker van tularemie (Francisella tularensis subspecies holarctica) aangetoond bij 8 dood gevonden hazen uit de wijde omgeving van Akkrum. De hazen zijn ingestuurd naar het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC). Het totale aantal gestorven hazen is hoger. Behalve in Midden-Friesland is deze maand ook tularemie vastgesteld bij een haas uit Zuid-Friesland en bij een haas gevonden in het oosten van Overijssel. De wijze van transmissie, bijvoorbeeld via direct contact, besmette grond of water of via insecten zoals dazen, is nog niet duidelijk. Tularemie bij mensen veroorzaakt meestal zweren op de huid na contact met besmette karkassen van dieren of een beet van een besmet insect. Andere aandoeningen zijn oogontsteking, opgezwollen lymfeklieren, buikklachten/diarree, of een longontsteking. Gewoonlijk begint de ziekte met koorts, hoofdpijn, spierpijn en keelpijn. Binnen 24 tot 48 uur verschijnt er een ontstoken blaar op de plaats van infectie. Op onderstaande kaart staan de gevallen van tularemie bij mensen en hazen in Nederland weergegeven. (Bronnen: RIVM, DWHC, CVI)

Percentage mensen met soa licht gestegen in 2014

In de Thermometer Seksuele gezondheid 2015 met gegevens van de Centra Seksuele Gezondheid (CSG), is te lezen dat het percentage mensen met een soa licht gestegen is naar 15,5%. Het aantal mensen dat zich bij een CSG heeft laten testen op een soa is 6% gestegen. Net als in voorgaande jaren was chlamydia de meest vastgestelde soa in 2014. Het percentage mensen met chlamydia steeg ten opzichte van 2013 van 12,8 naar 13,9% in heteroseksuele mannen en werd het meest vastgesteld bij heteroseksuele mannen en vrouwen tussen 15-19 jaar. Het percentage personen waarbij een gonorroe-infectie werd gediagnosticeerd bleef in 2014 vrijwel stabiel, nadat het in de voorgaande jaren licht aan het stijgen was. Het aantal personen met een hivinfectie is in 2014 gedaald ten opzichte van 2013 met 1,1%. Het percentage positieve testen daalt sinds 2008: van 3,0% naar 1,1% bij mannen die seks hebben met mannen (MSM) in 2014. Na een jarenlange dalende trend van syfilisvindpercentages bij MSM, nam deze soa weer licht toe tot 2,3% in 2014. Dit komt voornamelijk door een stijgende trend in het vindpercentage van 4,5% in 2011 naar 6,6% in 2014, bij bekende hivpositieve MSM.

(Bron: RIVM)

Buitenlandse signalen

Ebola in West-Afrika (vervolg)

Wereldwijd zijn er per 28 april 26.277 ebolapatiënten geregistreerd, waarvan 10.884 overleden De daling van gevonden nieuwe patiënten neemt af en is de laatste 3 weken in Guinee en Sierra Leone stabiel . Er worden in deze landen nog altijd geïsoleerde patiënten gevonden, wat wijst op nog onbekende transmissieketens. In Liberia zijn sinds enkele weken geen nieuwe patiënten vastgesteld. (Bron: WHO)

Mazelenuitbraak op scholen in Frankrijk, gerelateerd aan uitbraak Berlijn

De Franse gezondheidsautoriteiten melden een mazelenuitbraak op 4 scholen in de Elzas. Alle 47 patiënten waren ongevaccineerd tegen mazelen. Een aantal leerlingen bezocht dezelfde muziekschool. De uitbraak is via een schoolreis epidemio-logisch gerelateerd aan de mazelenuitbraak die gaande is in Berlijn. De Franse indexpatiënt is waarschijnlijk geïnfecteerd tijdens verblijf in een Berlijns gastgezin waarin iemand mazelen had. Vanwege de vakantieperiode wordt er rekening gehouden met gerelateerde gevallen binnen en buiten Frankrijk. In Duitsland zijn sinds aanvang van de uitbraak in oktober 2014 in totaal 1.134 mazelen-patiënten gemeld, inclusief een aan de gevolgen van mazelen overleden peuter. Een asielzoeker uit Bosnië Herzegovina was de indexpatiënt van de Duitse uitbraak.
(Bron: ECDC)

Amerikaans continent is door de WHO rubellavrij verklaard

De Pan American Health Organization/World Health Organization (PAHO/WHO) heeft het Amerikaanse continent vrij verklaard van rodehond (rubella) en congenitaal rubellasyndroom. Er zijn sinds 2009 geen endemische gevallen van rodehond (laatste geval in Argentinië) of het congenitaal rubellasyndroom vast-gesteld. Het Amerikaanse continent is het eerste dat deze status heeft. Om rubellavrij verklaard te worden dient een continent 3 jaar geen vastgestelde endemische gevallen te hebben. In Europa worden nog wel sporadisch endemische rubellagevallen gemeld, vooral in Oost Europa woedt er al geruime tijd een grote uitbraak in Polen met 6.000 gerapporteerde patiënten in 2014 en bijna 40.000 patiënten in 2013. De laatste uitbraak in Nederland was in juni 2013 op een reformatorische school met een lage vaccinatiegraad. Daarvoor was in 2004-2005 een epidemie van rodehond in de reformatorische gezindte. De Europese Regio van de WHO heeft als doelstelling mazelen en rodehond te elimineren in 2015. Gezien de huidige hoge incidentie van rodehond met name in Polen en van mazelen in meer landen, zal deze doelstelling niet gehaald worden.
(Bron: WHO-PAHO)

Encefalitis met dodelijke afloop in Duitsland

Duitsland meldde op 20 februari jl. het overlijden van 3 patiënten door encefalitis, bij fokkers van bonte eekhoorns (Sciurus variegatoides) in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt in de jaren 2011-2013. Deze eekhoorns worden als huisdier gehouden. De patiënten waren mannen tussen 60-75 jaar en hadden een leeftijdtypische gezondheidstoestand. Ze werden in de loop van de afgelopen 3 jaar ziek. De 3 mannen woonden niet in de buurt van elkaar. Er werden geen bekende ziekteverwekkers gevonden in monsters van het hersenweefsel van de overledenen. Genetische analyse op het hersenweefsel van een eekhoorn van de derde patiënt leverde sequenties op een nieuw type Bornavirus. Verdere moleculaire en immunohistologische analyse van hersenweefsel van de 3 overleden patiënten bevestigde aanwezigheid van dit virus. Bornavirusinfectie wordt beschouwd als een zoönose. Bornavirus kan vele gewervelde diersoorten in verschillende regio’s van de wereld infecteren en veroorzaakt abnormaal gedrag en fatale meningo-encefalitis. Bij mensen is een associatie met psychiatrische aandoeningen gemeld, maar een oorzakelijk verband tussen Bornavirus en deze ziekten bij de mens staat nog ter discussie. Het is onbekend of bonte eekhoorns een reservoir of vector zijn voor dit virus.

(Bronnen: ECDC, Clinical Microbiological Reviews:  Friedrich Loeffler Institute, Bernhard Nocht Institute for Tropical Medicine, Robert Koch Institute)

Salmonella-uitbraak na Riga Cup 2015

De Letlandse autoriteiten zijn een onderzoek gestart nadat meerdere Finse ijshockeyjunioren symptomen van gastro-enteritis en koorts vertoonden nadat zij meededen aan de Riga Cup 2015 tussen 3 en 6 april. Het onderzoek heeft zich alleen gericht op teams uit Finland en Letland waarbij bij 104 patiënten Salmonella serogroep D is gevonden. Verdere serotypering heeft nog niet plaatsgevonden. De vermoedelijke bron van besmetting zijn maaltijden van cafetaria van de Volvo Arena in Riga, Letland waar het evenement plaatsvond. Teams uit 13 landen deden mee aan de Riga Cup, maar informatie over gerelateerde Samonella-besmettingen uit andere landen ontbreekt. Er deed geen Nederlands team mee aan de Riga Cup.

(Bronnen: ECDC-RTR, EPIS-FWD, EWRS)

Uitbraak van huidinfecties bij gebruikers van psychedelica in Schotland

Meer dan 125 druggebruikers uit het oosten van Schotland (Lothian) werden afgelopen 6 maanden behandeld voor huidinfecties veroorzaakt door invasieve groep-A-streptokokken en/of stafylokokken. De symptomen varieerden van een rode of gezwollen huid tot ernstige wondinfecties waarbij in 1 geval een van de ledematen geamputeerd moest worden. De meeste Streptococcus pyogenes-infecties werden veroorzaakt door emm-type M76. Het waren zowel diepe als oppervlakkige infecties, die veroorzaakt worden door het injecteren van het middel ethylfenidaat, een legaal te verkrijgen psychedelicum. Sommige gebruikers injecteerden 10 tot 20 keer per dag.,Daarnaast worden naalden vaak ook door andere druggebruikers gebruikt. Ethylfenidaat heeft een stimulerende werking op het centrale zenuwstelsel en heeft farmacologische eigenschappen die lijken die van op amfetamine en cocaïne.
(Bron: NHS Scotland)

Burkholderia pseudomallei vrijgekomen uit onderzoekslaboratorium in de Verenigde Staten

In het Tulane National Primate Research Center, een BSL-3-primatenlaboratorium nabij de Amerikaanse stad New Orleans, verblijven  makaken die besmet raakten met Burkholderia pseudomallei. Deze bacterie veroorzaakt de ziekte melioidose bij mensen en dieren en komt vooral in voor Zuidoost-Azië en het noorden van Australië. De bacterie wordt beschouwd als een potentieel bioterroristisch agens. De apen die besmet raakten maakten geen deel uit van een dierexperiment en zaten in kooien buiten de campusgebouwen. De besmette apen zijn afgemaakt. Het is nog onduidelijk hoe deze bacterie uit het hoog beveiligde laboratorium ontsnapt is, en wat de omvang is van de omgevingsbesmetting. Het onderzoek naar een  vaccin tegen Burkholderia pseudomallei is voorlopig stopgezet. Er bestaat ongerustheid over de mogelijke besmetting van de omgeving van de campus van dit onderzoekscentrum, omdat de bacterie kan gedijen in aarde en water. Volgens het Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) is er geen gevaar voor de volksgezondheid. In eerdere Signalen (2506, 2518) werd bericht over enkele andere recente laboratoriumincidenten in de Verenigde Staten.
(Bron: CDC)

Auteur

E. Fanoy, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven.

Correspondentie

Ewout.Fanoy@rivm.nl

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu