RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Gesignaleerd

Overzicht van bijzondere meldingen, clusters en epidemieën van infectieziekten in binnen- en buitenland tot en met 26 mei 2015

Binnenlandse signalen

Griepepidemie ten einde

In de periode 1 december 2014 tot en met 26 april 2015 was er een influenza-epidemie in Nederland. De epidemie heeft 21 weken geduurd en is daarmee de langst durende sinds 1970. Er zijn nog steeds mensen met griepachtige klachten, maar het aantal ligt sinds week 18 onder de grens van 51 per 100.000 ingeschreven patiënten, met respectievelijk 49 (week 18), 24 (week 19) en 25 (week 20) per 100.000 patiënten. Ook zijn er de laatste weken geen verpleeghuisbewoners meer gemeld met griepachtige klachten en is de totale sterfte niet meer verhoogd. De griepepidemie werd in de eerste helft gedomineerd door het A(H3N2)-influenzavirus, terwijl later bijna uitsluitend het B-influenzavirus voorkwam. Daarnaast werd ook het A(H1N1)pdm09-virus gezien. De B-influenzavirussen en een deel van de A(H3N2)-influenzavirussen kwamen niet goed overeen met de varianten die in het griepvaccin waren opgenomen. (Bronnen: NIVEL, RIVM, CBS)

Buitenlandse signalen

Ebola in West-Afrika

In het New England Journal of Medicine wordt een bijzondere manifestatie van ebola beschreven: een gezondheidswerker werd in september 2014 gediagnosticeerd met een ebolavirusinfectie, opgelopen tijdens zijn werk in Sierra Leone. Hij werd vervolgens in de Verenigde Staten behandeld en herstelde. Bij ontslag uit het ziekenhuis had hij nog gezondheidsklachten, waaronder problemen met het vinden van woorden en extreme vermoeidheid. Dit verbeterde langzaam. Tien weken na het begin van de ebola-infectie kreeg hij nieuwe klachten, waaronder lage rugpijn en paresthesie (stoornis in de gevoelsensatie) in de ledematen. Ook ontwikkelde hij oogklachten, bestaande uit oogbranden, het gevoel dat er iets in de ogen zit en lichtschuwheid, waarbij de diagnose retinochoroiditis (een ontsteking van vaatvlies en netvlies) werd gesteld. Een maand later verslechterde het zicht in zijn linkeroog snel, dit ging gepaard met pijn en lichtschuwheid. De oogdruk in het oog bleek sterk verhoogd. Toen behandeling in de daaropvolgende dagen geen effect had, werd oogvocht getest op de aanwezigheid van ebolavirus, wat ook werd aangetoond. Drie maanden na de start van de oogklachten waren de ontstekingsreacties (na behandeling met corticosteroïden) verdwenen en was het zicht in zijn linkeroog verbeterd.

Daarnaast wordt in het Morbidity and Mortality Weekly Report (MMWR) van de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) een bijzondere casus beschreven van een ebola-patiënte. Zij had onbeschermd, seksueel contact gehad met een herstelde ebolapatiënt. De man was 179 dagen voor het seksuele contact positief getest voor ebolavirus. Uit eerdere studies is bekend dat ebolavirus tot 82 dagen na de eerste ziektedag in sperma kan worden aangetoond en viraal RNA tot 101 dagen. De auteurs van het artikel schrijven dat het niet uit te sluiten is dat de vrouw ebola door een andere, niet geïdentificeerde bron, heeft opgelopen, ofschoon sequentieanalyse van een klein stuk van het genoom van het virus 100% overeenkomst liet zien tussen de 2 personen. Wereldwijd zijn er per 10 juni 27.273 ebolapatiënten geregistreerd, waarvan 11.173 overleden. Op 27 maart stierf de laatste bevestigde ebolapatiënt in Liberia en sinds 9 mei is het land officieel ebolavrij verklaard. (Bronnen: NEJM, MMWR, WHO)

Mogelijke zikavirusuitbraak in Brazilië

Het Secretariaat van Gezondheidssurveillance in Brazilië meldt dat sinds februari 2015 duizenden patiënten met maculopapulaire uitslag in het gezicht zijn gemeld. De patiënten komen uit de staten Bahia, Maranhão, Pernambuco, Rio Grande do Norte, Sergipe en Paraiba, in het noordoosten van het land. Tot en met 29 april werden 6.807 patiënten gemeld in deze staten. De patiënten melden zich met milde ziektesymptomen zoals huiduitslag, koorts en hoofdpijn. De meeste patiënten zijn tussen 20 en 40 jaar oud (range 4 maanden tot 98 jaar). Van 425 monsters die zijn getest was 13% positief voor denguevirus. Laboratoriumdiagnostiek voor chikungunya, mazelen, rubella, parvovirus B19, enterovirus was negatief. Een lokaal laboratorium in Bahia testte 8 van de 25 geteste monsters positief voor het zikavirus. Deze monsters moeten nog geconfirmeerd worden door het nationale referentielaboratorium. Zikavirus is endemisch in Afrika, Zuidoost-Azië, Micronesië en Polynesië. Zikavirus is een muggenoverdraagbaar flavivirus en kan een dengue-achtig ziektebeeld veroor-zaken met o.a. hoofdpijn, maculopapulaire uitslag in het gezicht, koorts, malaise, conjunctivitis en artralgie. (Bronnen: WHO-IHR, ProMed)

Uitbraak van longpest in de Verenigde Staten

In het MMWR wordt een uitbraak van longpest beschreven in de staat Colorado in 2014. De indexpatiënt was in het ziekenhuis opgenomen met een ernstige pneumonie. In eerste instantie werd de ziekteverwekker met behulp van een geautomatiseerd identificatiesysteem geïdentificeerd als Pseudomonas luteola. Omdat de patiënt verslechterde en door eerdere ervaring met verkeerde identificatie werd getwijfeld aan de diagnose. Daarom werd het patiëntmateriaal in een ander laboratorium verder onderzocht. Hieruit kwam een Yersinia pestis als ziekteverwekker naar voren. Uit contact-onderzoek door de plaatselijke gezondheidsautoriteiten bleek dat de hond van de patiënt recent was overleden met een hemoptysis. In bewaard lever- en long-materiaal van de hond werd vervolgens Yersinia pestis aangetoond. Drie andere personen die contact hadden gehad met de hond, waarbij 1 persoon ook contact had gehad met de patiënt, werden ziek met verschijnselen van een pneumonie. Laboratoriumonderzoek wees een acute infectie met Yersinia pestis uit. Bij de patiënt die zowel contact had gehad met de hond als met de indexpatiënt is volgens de auteurs mens-op-mensoverdracht niet uit te sluiten. Dit zou bijzonder zijn, omdat sinds 1924 geen mens-op-mensoverdracht van Yersinia pestis meer beschreven is in de Verenigde Staten. (Bron: MMWR)

Vacciniavirusinfectie bij een laboratoriummedewerker in de VS

In het MMWR wordt een vacciniavirus-infectie na een prikaccident bij een laboratoriummedewerker in de Verenigde Staten beschreven. De patiënt ontwikkelde laesies op zijn duim en in eerste instantie werd gedacht aan cellulitis. Pas enkele dagen later werd zijn ziektebeeld in verband gebracht met zijn werkzaamheden in het laboratorium. De patiënt werkte in een laboratorium waar muizen voor onderzoeksdoeleinden geïnfecteerd werden met vacciniavirus, een virus uit de orthopoxfamilie. De medewerker bleek zich in het laboratorium te hebben geprikt met een injectienaald tijdens het injecteren van muizen met vacciniavirus. De medewerker was volgens de officiële richtlijnen gevaccineerd tegen pokken. De patiënt herstelde na behandeling volledig. Vacciniavirus is de virale component van het humane pokkenvaccin. Op de foto’s a-d wordt de ontwikkeling van de infectie in de tijd weergegeven. (Bron: MMWR)

Progressie van vacciniavirusinfctie ingevaccineerde laboratoriummedewerker na prikaccident met vacciniavirus 

Mazelenuitbraak op scholen in Frankrijk gerelateerd aan uitbraak Berlijn

De Franse gezondheidsautoriteiten meldden een mazelenuitbraak op 4 scholen in de Elzas. Alle 47 patiënten waren niet gevaccineerd tegen mazelen. Een aantal van deze leerlingen bezocht dezelfde Franse muziekschool. De uitbraak is via een schoolreis epidemiologisch gerelateerd aan de mazelenuitbraak in Berlijn. De Franse indexpatiënt is waarschijnlijk geïnfecteerd tijdens verblijf in een Berlijns gastgezin waar een van de gezinsleden mazelen had. Vanwege de vakantieperiode wordt er rekening gehouden met meer gerelateerde besmettingen binnen en buiten Frankrijk. In Duitsland zijn sinds aanvang van de uitbraak in oktober 2014 1.134 mazelen-patiënten gemeld. Een van de patiënten, een peuter, overleed aan de gevolgen van mazelen. Een asielzoeker uit Bosnië Herzegovina was de indexpatiënt van de uitbraak in Duitsland. (Bron: ECDC)

Amerikaans continent vrij verklaard van rodehond

De Pan American Health Organization/World Health Organization (PAHO/WHO) heeft het Amerikaanse continent vrij verklaard van rodehond (rubella) en congenitaal rubellasyndroom. Er zijn sinds 2009 geen endemische infecties van rodehond (laatste geval in Argentinië) of het congenitaal rubellasyndroom vast-gesteld. Het Amerikaanse continent is het eerste continent dat deze status heeft behaald. Om rodehondvrij verklaard te worden dient een continent 3 jaar geen vastgestelde endemische infecties te hebben. In Europa worden nog wel patiënten met endemische rodehond gemeld vooral in Oost-Europa. In Polen is er al geruime tijd een grote uitbraak met 6.000 gerapporteerde patiënten in 2014 en bijna 40.000 patiënten in 2013. De laatste uitbraak in Nederland was in juni 2013 op een reformatorische school met een lage vaccinatiegraad. Daarvoor was in 2004-2005 een epidemie van rodehond in de reformatorische gezindte. De Europese regio van de WHO heeft als doelstelling mazelen en rodehond te elimineren in 2015. Gezien de huidige hoge incidentie van rodehond, met name in Polen en van mazelen in meer landen, zal deze doel-stelling vooralsnog niet gehaald worden. (Bron: WHO-PAHO)

Auteur

P. Bijkerk, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven.

Correspondentie

paul.bijkerk@rivm.nl

IB cover

Download

Gerelateerde onderwerpen

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu