RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Gesignaleerd januari 2014

Overzicht van bijzondere meldingen, clusters en epidemieën van infectieziekten in binnen- en buitenland.

Binnenlandse signalen

Verspreiding van mazelen in de Bijbelgordel

Sinds 1 mei 2013 zijn 2.583 patiënten met mazelen gemeld, opgelopen in Nederland. De incidentie van meldingen is de laatste weken laag. (Bron: RIVM)

Antraxsporen gevonden bij graafwerk

Eind november zijn bij graafwerkzaamheden bij de Waal in de omgeving van Nijmegen 3 kuilen met beenderresten aangetroffen. Deze zogenoemde ‘witte kuilen’ kunnen duiden op kadavers die tientallen jaren geleden werden begraven. Bij onderzoek van de beender-resten werd inderdaad Bacillus anthracis aangetoond in 2 van de 3 kuilen. Hierop werden de witte kuilen afgegraven en de volledige inhoud vernietigd waarmee de eventuele geringe risico’s voor de volksgezondheid zijn weggenomen. Inventarisatie door de GGD toonde aan dat geen van de werknemers die bij de oorspronkelijke graafwerkzaamheden betrokken waren in direct contact zijn geweest met de materialen uit de witte kuilen. Miltvuur komt als ziekte bij vee in Nederland sporadisch voor. In vorige eeuwen werd vee dat besmet was met miltvuur afgemaakt. De resten werden in het buitengebied in kuilen gestort en met ongebluste kalk bestrooid om de bacterie onschadelijk te maken. Deze methode is sinds 1942 verboden. Sporen van de bacterie kunnen lange tijd aanwezig blijven. Bij direct huidcontact met deze sporen kan een huidvorm van miltvuur ontstaan. Deze vorm is goed te behandelen met antibiotica. (Bron: GGD Gelderland Zuid)

KPC-producerende Klebsiella pneumoniae in een verpleeghuis

In GGD-regio West-Brabant is bij 5 bewoners van een verpleeghuis dragerschap aangetoond met een Klebsiella pneumoniae dat het Klebsiella pneumoniae carbapenemase (KPC)-enzym produceert. K. pneumoniae is een gramnegatieve bacterie die behoort tot de Enterobacterieae, die overdraagbaar zijn van mens op mens via fecaal-oraal contact. HetKPC-enzym maakt de bacterie ongevoelig voor carbapenem en andere beta-lactam-antibiotica. Carbapenemantibiotica zijn belangrijk voor de behandeling van infecties, vooral als deze veroorzaakt worden door bacteriën die extended-spectrum beta-lactamases (ESBL) produceren. KPC-positieve K. pneunoniae zijn ook vaak resistent voor andere klassen antibiotica, waardoor behandeling van infecties en het klaren van dragerschap ernstig bemoeilijkt worden. De indexpatiënt heeft de KPC-positieve K. pneunoniae waarschijnlijk opgelopen in een ziekenhuis in Griekenland. In het Nederlandse ziekenhuis waar de patiënt vanaf opname in isolatie werd verpleegd, werd kolonisatie ontdekt na routine screening op resistente micro-organismen in verband met een verblijf in een buitenlands ziekenhuis. Ondanks de ingestelde infectiecontrolemaatregelen werd dezelfde KPC-positieve K. pneunoniae bij een tweede patiënt gevonden die na ontslag naar huis is gegaan. De indexpatiënt werd overgeplaatst naar een revalidatieafdeling van het verpleeghuis, waarbij door het ziekenhuis instructies werden gegeven met betrekking tot het KPC-positieve K. pneunoniae-dragerschap. Enige maanden later bleek een medebewoner positief te zijn bij routineonderzoek bij opname in hetzelfde ziekenhuis. Op basis van contactonderzoek in het verpleeghuis bleken nog 3 bewoners drager te zijn. Onderzoek rondom besmette bewoners toonde omgevingscontaminatie met KPC-positieve
K. pneunoniae aan. De bewoners met KPC-positieve K. pneunoniae  zijn in isolatie geplaatst in een apart gebouw. KPC-positieve K. pneunoniae veroorzaakt bij de bewoners geen klachten maar vormt een gevaar voor ernstig zieke patiënten in een ziekenhuissetting. Het vaak intensieve verkeer tussen verpleeghuizen en ziekenhuizen vormt daarmee een potentiele bedreiging. Om die reden wordt aangeraden om overplaatsing van een KPC-positieve K. pneunoniae-patiënt naar een verpleeginstelling vanuit het ziekenhuis zorgvuldig te begeleiden. In Nederland is carbapenemresistentie zeldzaam onder Enterobacteriaceae. Dit is de eerste SO-ZI/AMR-gemelde, KPC-positieve K. pneumoniae-uitbraak. Er was wel eerder een melding van OXA-48-producerende K. pneumoniae.

In Griekenland komen carbapenameseproducerende bacteriën frequent voor bij patiënten die opgenomen zijn in ziekenhuizen: in 2012 was ruim 60% van de K. pneumoniae-isolaten resistent voor carbapenems. (Bron: SO-ziekenhuisinfecties/AMR)

Buitenlandse signalen

Uitbraak van Chikungunya op Sint Maarten

Er is een uitbraak van Chikungunya gaande in het Caribisch gebied. Op het Franse deel van Sint-Maarten werden op 5 december 2013 2 patiënten met een laboratorium-bevestigde chikungunyavirusinfectie gemeld. De infecties werden bevestigd met RT-PCR door het Franse referentielaboratorium voor arbovirussen in Marseille. Sindsdien heeft er ook transmissie plaatsgevonden op het Nederlandse deel van het eiland, op Guadeloupe, op Martinique en op het Franse eiland Saint Barthélemy (Kleine Antillen). Op het Franse deel van Sint Maarten zijn nu 89 patiënten gemeld met een door PCR bevestigde infectie. Deze ontwikkelingen geven aan dat er een groot risico is op verdere verspreiding van het chikungunyavirus in het Caribisch gebied. Het genoom van het virus is inmiddels geheel in kaart gebracht. Het gaat om een stam die behoort tot het Aziatische genotype en dus verschillend is van het virusgenotype dat de uitbraak op het Franse eiland Réunion in 2006 heeft veroorzaakt. Chikungunyakoorts is een virale infectieziekte die gepaard gaat met gewrichtsklachten, koorts en hoofdpijn. De incubatietijd bedraagt 4 tot 7 dagen (range 1-12 dagen). Overdracht vindt plaats door geïnfecteerde steekmuggen van het geslacht Aedes. In het Caribisch gebied komen Aedes aegypti-muggen endemisch voor. Sinds januari 2013 is er ook een uitbraak van dengue gaande op Sint Maarten. Chikungunya en dengue zijn klinisch moeilijk van elkaar te onderscheiden. (Bronnen: ECDC, RIVM)

MERS-CoV bij dromedarissen

Het RIVM en het Erasmus MC hebben het MERS-coronavirus (MERS-CoV) aangetoond bij dromedarissen. Bij een kleine uitbraak in Qatar rond een veehouderij met dromedarissen bleken zowel mensen als dromedarissen het MERS-coronavirus bij zich te dragen. Hiermee zijn eerdere vermoedens van het RIVM en het Erasmus MC bevestigd die waren gebaseerd op aangetoonde antistofrespons in serum (Lancet). Nu is bij dromedarissen het virus met behulp van PCR aangetoond. Bij deze uitbraak raakten 2 patiënten besmet. Een groep van 14 dromedarissen op het bedrijf hadden geen symptomen, maar bij bemonstering werd bij 3 dieren MERS-CoV gedetecteerd. Meerdere PCR-targets waren positief en grote delen van het virale genoom zijn gesequenced en deze waren in overeenstemming met MERS-CoV. Hoe het virus zich precies heeft verspreid en of de mensen de dromedarissen hebben besmet of andersom, wordt nog onderzocht. Tussen september 2012 en 27 december 2013 zijn er in totaal 170 patiënten met een laboratoriumbevestigde MERS-CoV-infectie gemeld waarvan 72 patiënten zijn overleden. (Bronnen: RIVM, Erasmus MC, WHO)

Uitbraak van meningokokken-B op 2 universiteiten in de Verenigde Staten

Op de Princeton universiteit in de Verenigde Staten (VS) is een uitbraak gaande van Neisseria meningitidis serogroep B. Het gaat om 8 patiënten waartussen nog geen duidelijke epidemiologische link is gevonden. Enkele van deze patiënten ontwikkelden symptomen terwijl ze niet op de universiteit verbleven. Groep B-meningokokken zijn de meest voorkomende oorzaak van meningokokkenmeningitis in geïndustrialiseerde landen, goed voor 30-40% van de gevallen in Noord-Amerika en bijna 80% in sommige Europese landen. De Verenigde Staten vaccineert alle adolescenten en universiteitsstudenten met meningokokkenvaccin tegen serogroepen A, C, Y en W-135. Een vaccin tegen meningokokken serogroep B is niet geregistreerd in de VS. De Amerikaanse Food and Drug Administration heeft toestemming gegeven om dit vaccin te importeren en te gebruiken in deze uitbraak. In Nederland kan er bij een bevestigd ziektegeval van meningokokkenziekte door een serogroep waarvoor een vaccin beschikbaar is, naast chemoprofylaxe, vaccinatie van contacten worden overwogen. Er is een geregistreerd vaccin tegen serogroep B dat binnenkort beschikbaar is in Nederland. (Bron:
New Jersey Department of Health)

Een importinfectie met Zikavirus in Duitsland vanuit Thailand

Een 53-jarige Duitse toerist heeft een serologisch bevestigde Zikavirusinfectie opgelopen tijdens zijn drieweekse verblijf in Thailand waar hij o.a. Phuket, Krabi, Ko Jum en Ko Lanta bezocht heeft. Hij kreeg gewrichtsklachten en zwelling van zijn linkerenkel en voet na verschillende muggenbeten, gevolgd door een maculopapulaire uitslag op zijn romp die zich verspreidde naar zijn gezicht en ledematen met symptomen zoals malaise en koorts. Het eerste serum, afgenomen 10 dagen na eerste ziektedag, was positief voor dengue IgM-antlichamen, maar negatief voor dengue IgG- en dengue NS 1-antigeen. Een solitair positief resultaat voor dengue IgM zette de onderzoekers aan om vanwege mogelijke kruisreactiviteit te onderzoeken of andere flavivirussen in het spel waren. De immuunfluorescentie assay(IFA)test bleek positief voor Zikavirus IgM- en IgG-antilichamen, waarna de diagnose werd bevestigd door middel van een virusneutralisatietest. De serologische testen voor chikungunyavirus en andere flavivirussen waaronder het gelekoortsvirus, Japanse-encefalitisvirus, West-Nijlvirus en tickborne-encephalitisvirus, waren negatief. Zikavirus is een muggenoverdraagbaar flavivirus en kan een dengueachtig ziektebeeld veroorzaken met o.a. hoofdpijn, maculopapulaire gelaatsuitslag, koorts, malaise, conjunctivitis en artralgie. De ziekteverschijnselen zijn over het algemeen mild. Zikavirus is endemisch in Afrika, Zuidoost- Azië, Micronesië en Polynesië. (Bron: ProMed)

Auteur

P. Bijkerk, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven.

Correspondentie:

paul.bijkerk@rivm.nl

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / Gesignaleerd januari 2014

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu