RIVM_Logo

Nationale surveillance van CPE en MRSA tot en met week 4, 2014

Nationale surveillance van carbapenemaseproducerende Enterobacteriaceae

In onderstaand overzicht vindt u de resultaten van de nationale surveillance van carbapenemaseproducerende Enterobacteriaceae (CPE). Doel van de surveillance is het vóórkomen van CPE in kaart te brengen. In het overzicht is 1 isolaat per patiënt weergegeven en zijn alleen de aangetoonde carbapenemasegenen opgenomen. In het overzicht zijn grote uitbraken niet opgenomen. Tabel 1 toont de isolaten die in de weergegeven periode ontvangen zijn door het RIVM.

Tabel 1 Overzicht CPE-isolaten t/m week 4

Micro-organismen

Gen

2013

2014

Klebsiella pneumonia

OXA-48
4
12
 

KPC

0

1

Klebsiella oxytoca
OXA-48

1

0

 

Indeling van de gevonden carbapenemasen

Drie Amblerklassen (1)

  • A: serinecarbapenemasen KPC (Klebsiella pneumoniae-carbapenemase)
  • B: metallocarbapenemasen IMP (imipenemase) VIM (Verona integron encoded metallo-ß-lactamas NDM (New Dehli metallo-β-lactamase)
  • D: OXA-carbapenemasen OXA-48 (oxacillinehydrolyserende ß-lactamase)

Literatuur

  1. R.P. Ambler, et al. Biochem J. (1991) 276, 269-272.

Nationale surveillance van meticillineresistente Staphylococcus aureus

In onderstaand overzicht vindt u de resultaten van de nationale surveillance van meticillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA). Infecties veroorzaakt door meticillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA) zijn moeilijk te behandelen door de ongevoeligheid van deze bacterie voor alle betalactamantibiotica (zoals penicillines, cefalosporines en carbapenems) en hun wisselende gevoeligheid voor andere groepen antibiotica. De nationale surveillance is opgezet om het effect van het MRSA-search-and-destroybeleid te monitoren en te toetsen.
In tabel 2 is het totale aantal MRSA-isolaten opgenomen maar tevens het aantal buitenlandgerelateerde en veegerelateerde isolaten en er is weergegeven hoeveel isolaten uit mogelijk infectieus materiaal afkomstig zijn en hoeveel afgenomen zijn voor screening.
De genetische karakterisering van de MRSA-isolaten gebeurt met spa-typering. Bij spa-typering bepaalt men de DNA sequentie van de repeatregio in het Staphylococcus- proteïne A (spa)-gen². Op basis van het spa-type kan men een uitspraak doen over een eventuele epidemiologische link. In tabel 2 zijn de meest frequent gevonden spa-types te zien tot en met week 4 in 2014 en de aantallen daarvan in 2013.

Literatuur

  1. Harmsen D, Claus H, et al. Typing of methicillin-resistant Staphylococcus aureus in a university hospital setting by using novel software for spa repeat determination and database management.
    J Clin Microbiol 2003; 41(12): 5442-8.

Tabel 1 Overzicht MRSA-isolaten week 1 t/m 4


2013

2014

Totaal aantal MRSA-isolaten
106
171

Aantal buitenland gerelateerde isolaten *

5
6

Aantal veegerelateerde isolaten (ST 398)

32
23

Aantal niet-veegerelateerde isolaten

74
148

Aantal screeningsisolaten

60
113

Isolaten uit mogelijk infectieus materiaal

46
47

Isolaten uit ander materiaal

0
11

* op basis van ingevulde vragenlijsten

Tabel 2 De meest frequent gevonden spa-types week 1 t/m 4

   

2013

2014

Veegerelateerd (ST 398)

t011

24
25
 

t034

4
7
 

t108

3
3

Niet veegerelateerd

t008

19
12
 

t1081

6
9
 

t002

0
6

Contactpersoon: A.P.J. Haenen
Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, tel. 030 - 274 43 33

 

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / Februari 2014 / Nationale surveillance van CPE en MRSA tot en met week 4, 2014

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu