RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Scabiës in een asielzoekerscentrum

G. van den Berg, I. van der Toorn, O. Visser, P. Woudsma, E. de Winkel, B. Rump Op basis van casuïstiek in asielzoekerscentra (AZC's) is in 2012 de meldingsplicht van infectie- ziekten op grond van artikel 26 van de Wet publieke gezondheid (Wpg) aangepast. (1) Sinds- dien is de GGD Midden-Nederland betrokken geweest bij een aantal uitbraken van scabiës in een asielzoekerscentrum. De standaard aanpak volgens de richtlijn van de Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI) van het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM van behandeling van besmette personen en preventieve behandeling van de contacten gaf niet het gewenste resultaat. Uiteindelijk heeft de GGD door middel van groepsbehande- ling met specifieke aandacht voor de achtergronden van de bewoners van de AZC's en de leefomstandigheden in de centra, de scabiësuitbraak onder controle gekregen.

Uitbraak

De GGD Midden-Nederland kreeg in 2011 en begin 2012 verschil- lende meldingen van scabiës bij bewoners van een AZC. De meeste meldingen hadden betrekking op bewoners van Afghaanse afkomst. (Figuur 1) Naast doorlopende transmissie onder bewoners was er ook sprake van enkele nieuwe bewoners met scabiës. De oorspronkelijke bron van de infectie is onbekend gebleven. Na de eerste meldingen van scabiës werd, conform de LCI-richtlijn bron- en contactonderzoek uitgevoerd door de sociaal verpleeg- kundige van de GGD met hulp van een tolk. (2) De betrokken bewoners werden geïnformeerd over hun medische behandeling en kregen adviezen over bestrijdingsmaatregelen, waaronder speciale was- en luchtvoorschriften. De bewoners waren zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van de bestrijdingsmaatrege- len. Omdat 2 van de 40 kinderen van de op het terrein liggende basisschool scabiës hadden, werden ook leerkrachten en ouders geïnformeerd en gevraagd alert te zijn op klachten.
Deze bestrijdingsmaatregelen leidden niet tot het scabiësvrij krijgen van de besmette personen. Steeds deden zich op het centrum nieuwe (clusters van) besmettingen voor. Met het contactonderzoek werden naast de gezinsleden gemiddeld slechts 2 andere risicopersonen geïdentificeerd die in aanmerking kwamen voor preventieve behandeling. (Figuur 1) Het werd niet duidelijk of alle risicocontacten in beeld waren of dat er andere oorzaken waren die de voortdurende nieuwe besmettingen tot gevolg hadden.

 


Op huisbezoek

Een vader en moeder wonen met hun vier kinderen (6, 7,16 en 17 jaar) in een unit waar ze 2 kamers, een keuken en een eigen doucheruimte tot hun beschikking hebben. De familie gebruikt één kamer als gemeenschappelijke woon- / slaapkamer. De bedden worden ook gebruikt als zitplaats. Op de vloer in de hele woon unit liggen kleden. De andere kamer staat vol met dozen, zakken en er ligt veel kleding opgestapeld. De familie en bezoekers doen de schoenen bij de voordeur uit en lopen op sokken of blote voeten in huis.


Interventie

Om een beter beeld te krijgen van de situatie werden alle partijen die betrokken zijn bij de zorg voor asielzoekers in dit AZC door de GGD bij elkaar geroepen. (Zie kader Zorg voor asielzoekers) In dit overleg tussen het COA (Centraal orgaan Opvang Asielzoekers), het GCA (Gezondheidscentrum Asielzoekers) en de GGD werd besproken of er wellicht sprake was van een (onbekende) verspreider van de scabiësmijt, van resistentie van de mijt of van het slecht opvolgen van onze adviezen. Duidelijk werd dat de bewoners meer contacten hadden dan tijdens het bron- en contactopsporing naar voren was gekomen. Door de bijzondere woon- en leefsituatie in een AZC bleken er meer risicomomenten voor transmissie te zijn dan in een gezinssituatie buiten het AZC. (Zie kader Op huisbezoek). Er werden geen patiënten met scabies crustosa gevonden. Hierop werd besloten om over te gaan op groepsbehandeling. Naast de met scabiës besmette bewoners werden alle Afghaanse bewoners, de kinderen en de leerkrachten van de basisschool en de vrijwilligers behandeld. De behandeling bestond uit ivermectine of permetrine (volgens de LCI-richtlijn). In een stappenplan met tijdspad werden de taken en de verantwoordelijkheden van de medewerkers van het COA, het GCA en de GGD vastgelegd. Op de dag van de behandeling werd door de GGD aan de bewoners, per taalgroep, voorlichting gegeven over de medische behande- ling en de was- en luchtvoorschriften. Het GCA zorgde voor de verstrekking van de medicatie. Het COA gaf schoon linnengoed en stelde een ruimte ter beschikking voor het luchten van persoonlijke spullen. De bewoners werden in dit hele proces van maatregelen begeleid door de COA-medewerkers. In totaal werden 102 mensen behandeld. Na 6 weken werden de patiënten die een bevestigde scabiësbesmetting hadden benaderd voor een controle bij de GCA-arts en na 12 weken (2x incubatietijd) volgde nogmaals een controle bij de GCA-verpleegkundige. De preventief behandelde personen zijn niet voor controle opgeroe- pen. Nieuwe besmettingen en recidieven deden zich niet meer voor.

005874 IB 24 08 Scabies fc fig 1

Figuur 1: Aantal scabiësmeldingen in tijd, aantal meebehandelde contacten en aantal behandelingen.
Klik op de figuur voor een grote weergave in pdf

Discussie

In theorie is scabiës goed te bestrijden. Er zijn echter een aantal factoren die de bestrijding moeilijker kunnen maken:

  • uitbraken van scabies crustosa;
  • resistentie van de schurftmijt tegen behandelingsmiddelen;
  • slecht uitvoeren van behandeling of bestrijdingsmaatregelen;
  • gemiste risicocontacten.

In deze casus was uiteindelijk sprake van slechte compliance en gemiste risicocontacten waarna de reguliere bestrijding werd gestopt en gekozen werd voor een andere aanpak.  Bewoners van een AZC hebben een woonruimte van minimaal 5m² per persoon. Dit kan woonruimte zijn in een unit of een aparte kamer. Keuken, wasmachine en douche worden gedeeld met de andere (unit)bewoners. Omdat de woonruimtes klein zijn, zijn de bedden vaak de centrale plek en worden ook gebruikt als zitmeubel. Bewoners nemen andere gebruiken en gewoonten mee uit hun land van herkomst (bijvoorbeeld binnenshuis lopen op kousen/blote voeten). Deze factoren maken dat er bij de bestrij- ding van scabiës in een AZC rekening gehouden moet worden met andere en mogelijk meer risicomomenten voor de transmissie van scabiës.

Ook is bekend dat de reactie van mensen op ziekten/besmettingen per cultuur verschilt. Symptomen die in Nederland bijvoorbeeld niet als ernstig of juist wel als ernstig worden gezien, kunnen door asielzoekers anders worden ervaren. Op bepaalde ziekten rust een stigma. Juist in de context van infectieziektebestrijding, waarin mensen elkaar kunnen besmetten en het hulpzoekend gedrag van de één ook de gezondheid van de ander beïnvloedt, is dit een belangrijk aspect.(6) Tenslotte bemoeilijken de sociale omstandigheden van asielzoe- kers ook de bestrijding. Hun leven is ontwricht. Er is vaak sprake van gebroken gezinnen. Mensen leven in een onzekere situatie in een vreemd land met een vreemde cultuur en een taal die ze niet spreken. Volwassenen hebben geen werk of mogelijkheden tot ontplooiing. De taalbarrière maakt dat het leven van asielzoekers zich grotendeels afspeelt in het AZC. Vaak zoeken mensen uit hetzelfde land of met dezelfde cultuur elkaar op en is er sprake van subgemeenschappen. Bij het contactonderzoek moet daar rekening mee worden gehouden. Verder is een AZC geen instelling zoals bijvoorbeeld een verpleeghuis of verzorgingshuis. Behalve het gemeenschappelijk gebruik van keuken en sanitair is er in een AZC geen sprake van een gezamenlijke huishouding. Asielzoekers wonen en leven, individueel of binnen gezinsverband, zelfstandig. Dat maakt de inventarisatie van risicocontacten complex. Voor de GGD is nauwe samenwerking met het COA voor infectieziekte- bestrijding dan ook belangrijk. COA-medewerkers hebben veel contact met de bewoners en kunnen informatie geven over onder- linge relaties waardoor risicocontacten gevonden kunnen worden.


Zorg voor asielzoekers

Bewoners van een AZC krijgen zorg aangeboden die aansluit bij de zorg in Nederland. Voor huisartsenhulp kan de asielzoeker terecht bij het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GCA). De huisarts zorgt waar nodig voor doorverwijzingen naar een specialist. De medewerkers van het COA hebben een niet-medi- sche gidsfunctie. Zij informeren de bewoners onder andere over hoe de zorg in Nederland is georganiseerd en hoe zij gebruik kunnen maken van deze zorg. De GGD voert voor asielzoekers, net als voor alle inwoners in Nederland, taken uit op het terrein van de publieke gezondheidszorg.(3) De afdeling infectieziektebestrijding van de GGD voert preventie en bestrijding uit conform de richtlijnen en draaiboeken van het RIVM/CIb.(2,4) In 2013 is in de Regeling Zorg Asielzoekers de vergoeding van
ivermectine opgenomen.(5)


Conclusie

De scabiësuitbraak in een AZC in de regio Midden-Nederland duurde langer dan normaal door de vele risicomomenten voor transmissie en de moeizame inventarisatie van risicocontacten. Om deze redenen pleiten wij voor een groepsbenadering in het geval van niet goed te beheersen scabiësuitbraken in AZC's. Omdat aan de woonsituatie en sociale structuur van asielzoekers weinig is te veranderen en het buitenproportioneel veel inspan- ning vraagt om contacten te identificeren, lijkt een collectieve bestrijdingsaanpak van GGD, COA en GCA in deze situaties het meest effectief. Door de samenwerking van de betrokken partijen kon een beleid worden vastgesteld met duidelijke afbakening van verantwoordelijkheden. Het feit dat de GGD de regie en de coördinatie van de bestrijding had was een belangrijke voorwaar- de voor het slagen van de aanpak.

Auteurs

G. van den Berg1, I. van der Toorn1, O. Visser1, P. Woudsma2, E. de Winkel2, B. Rump1
1. GGD Midden-Nederland
2. Centraal Orgaan opvang Asielzoekers
Correspondentie gvandenberg@ggdmn.nl

 

Literatuur

  1. Bijlage behorend bij LCI draaiboek Wet publieke gezondheid, artikel 26 meldingen instellingen. Beschikbaar op: http://www.rivm.nl/dsresource?objectid=rivmp:117140&type=org&disposition=inline
  2. Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Richtlijn voor GGD bij melding scabiës, 2013. Beschikbaar op: http://rivm.nl/Bibliotheek/ Professioneel_Praktisch/Richtlijnen/Infectieziekten/LCI_richtlijnen/ LCI_richtlijn_Scabiës
  3. Factsheet 2010, Gezondheidszorg voor asielzoekers in Nederland.
  4. Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Draaiboek voor GGD bij melding scabiës, 2013. Beschikbaar op: http://www.rivm.nl/dsresource?objectid=rivmp:25429&type=org&disposition=inline
  5. Menzis COA Administratie B.V. vergoedt geneesmiddel tegen scabiës. Beschikbaar op: http://www.rzasielzoekers.nl/web/ RegelingZorgAsielzoekers/Zorgsoorten/Farmacie.htm
  6. Heukelbach J,van Haeff E, Rump B, Wilcke T, Moura RC, Feldmeijer H. Parasitic skin diseases: health care-seeking in a slum in north-east Brazil. Trop Med Int Health 2003 apr;8(4):368-373

 

 

IB cover

Download

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / Scabiës in een asielzoekerscentrum

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu