RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Gesignaleerd tot en met 2 oktober 2013

Overzicht van bijzondere meldingen, clusters en epidemieën van infectieziekten in binnen- en buitenland tot en met 2 oktober 2013

Binnenlandse signalen 

De verspreiding van mazelen in de Bijbelgordel

Sinds 1 mei 2013 zijn 1679 (tot en met 2 oktober) patienten met mazelen gemeld die de besmetting hebben opgelopen in Nederland. Het betreft voornamelijk ongevaccineerde kinderen in het gebied van de Bijbelgordel. (Bron: RIVM-website)

Patiënt met een in Nederland opgelopen Borreliamiyamotoi-infectie

In de Lancet wordt een casus beschreven van een patiënt die vorig jaar in het AMC is behandeld na een beet van een teek die was besmet met een nog niet eerder in Nederlandse patiënten gevonden Borrelia miyamotoi. Het betrof een immuungecompromitteerde 70-jarige man met progres- sieve neurologische klachten. Hij was afgelopen jaren niet in het buitenland geweest. Wel gaf de patiënt aan enkele keren door teken gebeten te zijn. De diagnostiek op B. burgdorferi gaf geen duidelijk beeld. Onder verdenking van Lymeborreliose werd de patiënt behandeld met ceftriaxon, waar hij klinisch goed op herstelde. Omdat er recent gepubliceerd is over B. miyamotoi onder teken in Europese landen, werd hier retrospectief diagnostiek op ingezet. B. miyamotoi werd aangetoond in bewaarde bloed en liquormonsters met donkerveldmicroscoop en PCR. Ook werd B. miyamotoi aangetoond in 2% van de 352 verzamelde teken (Ixodes ricinus) uit de omgeving van het vakantiehuisje van de patiënt. De patiënt bij wie de B. miyamotoi werd aangetoond had een sterk verzwakt immuunsysteem. De gevolgen van een infectie met deze bacterie voor mensen met een normaal functionerend immuun- systeem zijn nog onduidelijk. Verdere informatie over symptomen, diagnostiek en behandeling is onder andere te vinden op de websites van het RIVM en AMC. (Bronnen: Hovius et al Lancet, H.Sprong (RIVM-LZO), AMC, RIVM).

005874 IB 24 08 Gesignaleerd FC Fig1 

Tularemie vastgesteld bij een haas in Limburg

Sinds juli 2011 worden de hazen (Lepus europaeus), die bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) zijn aangeboden voor onderzoek naar de ziekte- en doodsoor- zaak, getest op aanwezigheid van Francisella tularensis door het Central Veterinair Instituut (CVI). De bacterie F. tularensis is de verwekker van tularemie. Bij een van deze hazen is nu tularemie vastgesteld. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen in hoeverre dit een incident is, of dat de ziekte bij hazen in Nederland voorkomt. Mensen en vele diersoorten kunnen door F. tularensis besmet worden. Vooral haasachtigen en knaagdie- ren blijken gevoelig voor besmetting met deze bacterie en kunnen er aan dood gaan. Recent werd in het noorden van Duitsland de bacterie vastgesteld bij 3% van de doodgevonden hazen. Ook in Frankrijk komt tularemie bij hazen verspreid over het land voor. In 2011 is een geval beschre- ven bij een haas in België. De kans om tularemie op te lopen in Nederland is zeer klein. In 2011 is voor het eerst in 60 jaar tularemie vastgesteld bij een Nederlandse patiënt die niet in het buitenland is geweest en geen contact met wild had gehad. Daarvoor werd in 1953 tularemie aangetoond in Nederland toen enkele leden van een gezin ziek werden na het eten van een besmette haas. Jagers en personen die in contact komen met hazen kunnen de risico’s beperken door het nemen van een aantal voorzorgsmaatrege- len. Informatie hierover is te verkrijgen via de jachtverenigingen (KNJV, NOJG). Zieke en doodgevonden hazen moeten niet ontweidt (dit betekent: de ingewanden uit het dier halen) of geconsumeerd worden en kunnen worden aangeboden aan het DWHC: dwhc@uu.nl. (Bronnen: SO-Z, CVI, DWHC)

Twee patiënten met rattenbeetkoorts

Recent zijn 2 patiënten gemeld met rattenbeetkoorts (rat-bite fever) gemeld die de ziekte waarschijnlijk hebben opgelopen via tamme ratten. De eerste patiënt is een gezonde jongeman die in juni 2 tamme ratten had gekocht. Hij is niet gebeten, maar zorgde wel voor het schoonmaken van de kooi. De man ontwikkelde aanhoudende klachten van koorts, gewrichtspijn en huidlaesies. Uit de bloedkweek van de patiënt kwam Streptobacillus moniliformis, de veroorzaker van rattenbeetkoorts. Hij is behandeld met penicilline en daarna met doxycycline. Zijn gezinsleden hadden geen klachten. De tweede patiënt is een vrouw die naar de huisarts was gegaan met aanhoudende koorts, vermoeidheid, malaise en gewrichtspijnen. Later bleek dat zij ook een klein droog wondje op haar hand had. De huisarts dacht aan een virale infectie. Omdat de klachten aanhielden is zij doorgestuurd naar de infectiepoli, waar een doxycycline-behandeling werd gestart waar zij goed op reageerde. Uit de bloedkweek kwam eveneens een Streptobacillus moniliformis. De vrouw had thuis een kat en een tamme rat. De rat was ziek (wonden) en werd verzorgd door de patiënte. De rat is nadien geëuthaniseerd, evenals de ratten van de eerstgenoemde patiënt. Rattenbeetkoorts is een zeldzame infectieziekte. De meeste infecties worden veroorzaakt door krab- of bijtwonden van geïnfecteerde ratten, maar er zijn ook gevallen bekend waarbij de transmissie heeft plaatsgevonden via urine of andere secreties van geïnfecteerde ratten. Waarschijnlijk zijn veel tamme ratten drager van Streptobacillus moniliformis. De incidentie van rattenbeetkoorts in Nederland is onbekend, maar waarschijn- lijk betreft het een zeldzame infectieziekte. (Bronnen: Signaleringsoverleg Zoönosen, UMC-Utrecht)

Buitenlandse signalen

Cholera in landen in het Caribisch gebied

De Pan American Health Organization PAHO heeft een overzicht gepubliceerd van cholera-uitbraken in Haïti, de Dominicaanse Republiek en Cuba. Sinds het begin van de uitbraak op Haïti in oktober 2010 tot en met week 33 van dit jaar zijn 671.033 patiënten met cholera gemeld, waarvan 372.241 werden opgeno- men in het ziekenhuis en 8.231 zijn overleden. Landelijk wordt er sinds oktober 2012 een afname gezien in het aantal gevallen, maar er zijn wel lokale toenames in enkele departementen. In de Dominicaanse Republiek zijn sinds het begin van de epidemie in november 2010 tot en met week 31 van 2013 30.681 patiënten gemeld, waarvan 454 zijn overleden. Begin dit jaar werd een toename gezien in het aantal meldingen. In Cuba zijn dit jaar tot en met 23 augustus 163 choleragevallen bevestigd in de provincies Havana, Santiago de Cuba en Camagüey. Volgens het overzicht zijn er 8 choleragevallen onder Europese reizigers. In Nederland zijn er dit jaar nog geen patiënten met cholera gemeld. (Bron: PAHO)

Patiënt met builenpest in Kirgizië

Britse media meldden een een patiënt met builenpest (Yersinia pestis) in het oosten van Kirgizië. De patiënt is een herder en hij is waarschijnlijk gebeten door vlooien. Volgens het bericht worden nog eens 3 patiënten verdacht van builenpest en zijn 102 personen in quarantaine geplaatst. Pest is een zoönose met natuurlijke reservoirs. De bacterie circuleert voorna- melijk in het wild levende knaagdieren. De transmissie bij dieren verloopt via geïnfecteerde vlooien. Ook de mens kan worden besmet door een beet van een besmette vlo. Daarnaast kan contact met besmette dieren of producten van besmette dieren leiden tot een infectie. Epidemieën van urbane pest ontstaan wanneer de ziekte bij ratten voor massale sterfte zorgt en de geïnfecteerde vlooien worden gedwongen een andere gastheer te zoeken. Na de vlooienbeet ontstaat bij de mens builenpest. In sommige gevallen worden in het beloop hiervan ook de longen aangedaan en ontstaat longpest. Deze vorm kan van mens tot mens worden overgedragen door inademing van besmette druppeltjes. Nederland herbergt geen dierlijke reservoirs voor Y. pestis. Het laatste geval van humane pest in Nederland deed zich voor in 1929. Het betrof een patiënt met builenpest aan boord van een schip in de haven van Rotterdam. (Bronnen: Media, RIVM)

Aviaire influenza H7N7 in Italië

Het Italiaanse Ministerie van Volksgezondheid heeft een influenza A(H7N7) besmetting bevestigd bij 2 Roemeense mannen die tijdens ruimings- werkzaamheden in contact zijn gekomen met ziek pluimvee op pluimveebedrijven in de Emilia-Romagna regio waar onlangs het hoog pathogene influenzavirus type A(H7N7) was aangetoond. Beide patiënten hebben sinds eind augustus conjunctivitisklachten. Conjunctivitis in personen die zijn blootgesteld aan pluimvee geïnfecteerd met aviaire influenza H7N7 is uitgebreid beschreven in eerdere uitbraken. Mens- op-mens besmetting zou kunnen optreden. (Bronnen: EWRS, Promed)

Stand van zaken MERS-CoV

Sinds september 2012 tot en met 20 september 2013 zijn er in totaal 130 laboratoriumbevestigde gevallen van infectie met MERS-CoV gemeld waarvan 58 personen zijn overleden. Er zijn sinds de vorige WHO-update van 1 augustus 2013, 18 nieuwe patiënten en 3 sterfgevallen ten gevolge van een laboratoriumbevestigde MERS-CoV infecties gemeld. (Bron: WHO)

Auteur

E. Fanoy, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven
Correspondentie: ewout.fanoy@rivm.nl 

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / Gesignaleerd tot en met 2 oktober 2013

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu