RIVM_Logo

Nationale surveillance van CPE en MRSA tot en met week 20, 2013

Tot en met week 20, 2013

Nationale surveillance van carbapenemaseproducerende Enterobacteriaceae

In onderstaand overzicht vindt u de resultaten van de nationale surveillance van carbapenemaseproducerende Enterobacteriaceae (CPE). Doel van de surveillance is het vóórkomen van CPE in kaart te brengen. In het overzicht is 1 isolaat per patiënt weergegeven en zijn alleen de aangetoonde carbapenemasegenen opgenomen. In het overzicht zijn grote uitbraken niet opgenomen. Tabel 1 toont de isolaten die in de weergegeven periode ontvangen zijn door het RIVM.

Tabel 1 Overzicht CPE-isolaten t/m week 20

Micro-organismen

Gen

2012

2013

Klebsiella pneumonia

KPC

0

2

 

NDM

2

2

 

IMP

1

0

 

OXA-48

4

15

Klebsiella oxytoca
VIM

0

1

Enterobacter spp

OXA-48

2

1

 

NDM

1

0

E. coli

OXA-48

1

8

NDM 

1

5

 

Indeling van de gevonden carbapenemasen

 

Drie Amblerklassen (1)

  • A: serinecarbapenemasen KPC (Klebsiella pneumoniae-carbapenemase)
  • B: metallocarbapenemasen IMP (imipenemase) VIM (Verona integron encoded metallo-ß-lactamas NDM (New Dehli metallo-β-lactamase)
  • D: OXA-carbapenemasen OXA-48 (oxacillinehydrolyserende ß-lactamase)

Literatuur

  1. R.P. Ambler, et al. Biochem J. (1991) 276, 269-272.

 

Nationale surveillance van meticillineresistente Staphylococcus aureus

In onderstaand overzicht vindt u de resultaten van de nationale surveillance van meticillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA). Infecties veroorzaakt door meticillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA) zijn moeilijk te behandelen door de ongevoeligheid van deze bacterie voor alle betalactamantibiotica (zoals penicillines, cefalosporines en carbapenems) en hun wisselende gevoeligheid voor andere groepen antibiotica. De nationale surveillance is opgezet om het effect van het MRSA-search-and-destroybeleid te monitoren en te toetsen.
In tabel 2 is het totale aantal MRSA-isolaten opgenomen maar tevens het aantal buitenlandgerelateerde en veegerelateerde isolaten en er is weergegeven hoeveel isolaten uit mogelijk infectieus materiaal afkomstig zijn en hoeveel afgenomen zijn voor screening.
De genetische karakterisering van de MRSA-isolaten gebeurt met spa-typering. Bij spa-typering bepaalt men de DNA sequentie van de repeatregio in het Staphylococcus- proteïne A (spa)-gen². Op basis van het spa-type kan men een uitspraak doen over een eventuele epidemiologische link. In tabel 2 zijn de meest frequent gevonden spa-types te zien tot en met week 8 in 2013 en de aantallen daarvan in 2012.

Literatuur

  1. Harmsen D, Claus H, et al. Typing of methicillin-resistant Staphylococcus aureus in a university hospital setting by using novel software for spa repeat determination and database management.
    J Clin Microbiol 2003; 41(12): 5442-8.

 

Tabel 1 Overzicht MRSA-isolaten week 1 t/m 20


2012

2013

Totaal aantal MRSA-isolaten
 1193
1202

Aantal buitenland gerelateerde isolaten *

40
35

Aantal veegerelateerde isolaten (ST 398)

500
409

Aantal niet-veegerelateerde isolaten

693
793

Aantal screeningsisolaten

803
768

Isolaten uit mogelijk infectieus materiaal

362
427

Isolaten uit ander materiaal

28
7

* op basis van ingevulde vragenlijsten

Tabel 2 De meest frequent gevonden spa-types week 1 t/m 20

 

 

2012

2013

Veegerelateerd (ST 398)

t011

319
265

 

t034

42
57

 

t108

90
52

Niet veegerelateerd

t008

59
102

 

t002

31
66

 

t1081

31
54

 

Contactpersoon: A.P.J. Haenen
Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, tel. 030 - 274 43 33

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / Juni 2013 / Nationale surveillance van CPE en MRSA tot en met week 20, 2013

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu