RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Gesignaleerd tot en met 30 mei 2013

Overzicht van bijzondere meldingen, clusters en epidemieën van infectieziekten in binnen- en buitenland tot en met 30 mei 2013

Binnenlandse signalen

Mazelen in de biblebelt

Sinds eind mei verspreidt mazelen zich in de biblebelt. Er zijn lokale uitbraken rondom reformatorische scholen in het Land van Heusden en Altena, de Bommelerwaard en de Alblasserwaard. Daarnaast zijn er ook enkele patiënten gemeld in Zeeland, het Groene Hart en de Utrechtse Heuvelrug. Gezien de lage vaccinatiegraad in de biblebelt is het aannemelijk dat de ziekte zich de komende tijd verder gaat verspreiden onder ongevaccineerde kinderen in deze regio. De meeste mensen zijn goed beschermd tegen mazelen door vaccinatie of omdat zij eerder mazelen hebben gehad. Tot 20 juni zijn er ruim 107 patiënten met mazelen gemeld. Het werkelijke aantal patiënten is waarschijnlijk veel hoger omdat niet alle patiënten naar de huisarts gaan. De huisartsen en consultatiebureaus in het betreffende gebied zijn geïnformeerd door de GGD’en. Het RIVM monitoort de verspreiding van de mazelen en houdt nauw contact met de GGD’en. De afgelopen jaren zijn er verschillende uitbraken van mazelen in Europa geweest, onder andere in Wales, Engeland en Frankrijk. In 1999/2000 was in Nederland de laatste mazelenepidemie. Deze epidemie voltrok zich voornamelijk in de biblebelt.

Opvallend lage aantallen entero- en parechovirussen gedetecteerd

Uit de Virologische Weekstaten blijkt dat het aantal gemelde enterovirusdiagnoses in de laatste 20 jaar nog nooit zo laag is geweest als op dit moment. Juist nu de primaire diagnose niet meer met celkweek maar bijna altijd met de gevoeligere PCR-methoden wordt gesteld, is het lage aantal meldingen opvallend. Voor parechovirussen geldt ook dat op dit moment het laagste aantal positieve diagnoses gemeld wordt sinds het begin van de moleculaire detectie van deze virussen in 2006. Hoogst waarschijnlijk is het huidige koude en natte weer en weinig buitenrecreatie oorzaak van het lage aantal meldingen en het uitblijven van de aanvang van het enterovirusseizoen. De bijgaande figuur illustreert de gesignaleerde trend voor enterovirus vanaf 2006.
(Bronnen: Virologische Weekstaten, RIVM-IDS)

Gesignaleerd, figuur 1

Buitenlandse signalen

Stand van zaken MERS-CoV

Wereldwijd zijn er sinds maart 2012 70 patiënten bij wie het nieuwe coronavirus MERS (Middle East Respiratory Sydrome)-CoV is vastgesteld, waarvan 39 patiënten overleden (cijfers van de Wereldgezond-heidsraad (WHO) van 25 juni). Op basis van recente gevallen hanteren het CDC en de WHO nu een maximale incubatietijd van 14 dagen (was 10 dagen). Een internationaal expertteam van de WHO en Saoedi-Arabië heeft geconcludeerd dat er vooralsnog geen aanwijzingen zijn dat er een wijdverspreide uitbraak gaande is onder mensen op het Arabisch Schiereiland. Voor mens-op-menstransmissie lijkt tot nu toe intensief contact nodig te zijn. De CDC doet serologisch onderzoek onder 124 contacten van Jordanese patiënten. Ook onderzoekt een Amerikaans laboratorium monsters die afgenomen zijn van dieren uit Saoedi-Arabie, waaronder vleermuizen, kamelen, schapen en katten. (Bronnen: WHO, Promed, MMWR, Medical News Today)

Verhoogde incidentie van rubellavirus in Polen

Het aantal gevallen van rubella (rode hond) in Polen over de periode januari-april 2013 is ongeveer 10 keer hoger dan in dezelfde periode van 2012. In totaal zijn er 21.283 patiënten gemeld wat neerkomt op 55 per 100.000 inwoners. Slechts 29 infecties werden door laboratoriumonderzoek bevestigd. De meeste patiënten zijn mannen in de leeftijd 15-29 jaar (81%). Er zijn ook al 2 patiënten met congenitaal rubellasyndroom gemeld in deze 4 maanden, terwijl dit er 4 waren in de gehele periode 2003-2012. Bij 72% van de meldingen was de vaccinatiestatus van de patiënt bekend: 10% had 1 vaccinatie gehad en 2% 2 of meer doses. In Polen is in 1989 gestart met het vaccineren tegen rubella, eerst door het geven van het monovalente rubellavaccin aan 13-jarige meisjes en vanaf 2004 door alle kinderen in de leeftijd 13-15 maanden en op de leeftijd van 10 jaar te vaccineren met het BMR(bof/mazelen/rodehond)-vaccin. In Nederland zijn 2 Polen die in Nederland verbleven gemeld met een rubella-infectie.
(Bronnen: Eurosurveillance, RIVM)

Bovine tuberculose in Duitsland

Op een veehouderij in de deelstaat Nedersaksen in Duitsland is bij meer dan 100 runderen bovine tuberculose vastgesteld. De infectie kwam aan het licht toen een van de dieren voor slacht werd aangeboden. Alle dieren van het bedrijf zijn geruimd. Hoe de infectie op het bedrijf is binnengekomen, is nog onbekend. Duitsland is officieel vrij van bovine tuberculose, maar incidenten als deze komen voor. In de deelstaat Beieren zijn dit jaar 24 uitbraken gemeld. Een familielid van de eigenaren bleek ook geïnfecteerd te zijn, waarschijnlijk door het drinken van rauwe melk. In 2012 werd ook in Nederland op een besmette veehouderij een infectie (geen ziekte) vastgesteld bij 2 personen.
(Bronnen: NDR-1, NDR-2).

Terugkeer van rabiës in het noorden van Griekenland

Eind 2012 werd er in het noorden van Griekenland melding gemaakt van vos en een herdershond met rabiës. Sindsdien zijn er nog 13 vossen, 1 herdershond en 1 kat positief getest voor rabiës (zie figuur). Door contactonderzoek zijn 104 personen geïdentificeerd die in aanmerking kwamen voor postexpositieprofylaxe. Van deze personen waren er 75 die een verwonding door de huid heen hadden (type 3-verwonding), waarvan er 39 in aanmerking kwamen voor antirabiësimmunoglobuline. De laatste rabiëspatiënt was in 1970. Griekenland was officieel rabiësvrij sinds 1987. In de landen ten noorden en oosten van Griekenland komt rabiës echter nog steeds voor onder dieren. Recent fylogenetisch onderzoek heeft laten zien dat er een verschuiving van rabiës via wilde dieren plaatsvindt vanuit Bulgarije en andere Balkan landen naar het westen. Zowel huisdieren als zwerfhonden en -katten worden gevaccineerd. Personen met een hoog risico (dierenartsen, boswachters) worden gevaccineerd en de surveillance is aangescherpt. Voor reizigers naar Griekenland wordt het risico op rabiës als zeer gering geschat. Personen die naar het betreffende gebied in het noorden van Griekenland gaan wordt geadviseerd om contact met wilde dieren en huisdieren te vermijden en afhankelijk van het risico zich preventief te laten vaccineren. Na blootstelling dient een inschatting gemaakt te worden van het gelopen risico en beleid.
(Bronnen: ProMed, Eurosurveillance, LCR)

Gesignaleerd figuur 2

Poliopatiënten gemeld in Nigeria, Somalië en Kenia

Afgelopen week zijn er vanuit Nigeria 2 poliopatiënten gemeld aan de WHO. Ook is er een infectie bevestigd in Somalië: bij een meisje van 2 jaar met acute verlammingsverschijnselen. In alle gevallen zijn de infecties veroorzaakt door het wildpoliovirus type 1. Afgelopen paar jaar zijn er vaker poliopatiënten gemeld in Nigeria, maar niet vanuit Somalië. De vaccinatiecampagnes zijn sinds 2009 in delen van Somalië gestopt. Er wordt nader onderzoek verricht in het land en een vaccinatiecampagne met oraal poliovaccin is op korte termijn gepland. Ook in Kenia is een patiënt met wildtypepolio gemeld: een kind van 4 maanden oud met acute slappe verlamming. Twee gezonde contacten van het kind testten eveneens positief voor wildpoliovirus type 1. De patiënten verblijven in een vluchtelingenkamp in de buurt van Dadaab, in het oosten van Kenia. Dit zijn de eerste poliopatiënten in Kenia sinds juli 2011. In het vluchtelingenkamp worden mensen opgevangen uit de Hoorn van Afrika. Het risico op verspreiding wordt door de WHO hoog geschat door het grote aantal vluchtelingen en de lage groeps-immuniteit. (Bronnen: WHO, Promed)

Auteur

E. Fanoy, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven

Correspondentie:

ewout.fanoy@rivm.nl

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / Juni 2013 / Gesignaleerd tot en met 30 mei 2013

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu