RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Nationale surveillance van CPE en MRSA tot en met week 52, 2012

Nationale surveillance van carbapenemaseproducerende Enterobacteriaceae

In onderstaand overzicht vindt u de resultaten van de nationale surveillance van carbapenemaseproducerende Enterobacteriaceae (CPE). Doel van de surveillance is het voorkomen van CPE in kaart brengen. In het overzicht is 1 isolaat per patiënt weergegeven en zijn alleen de aangetoonde carbapenemasegenen opgenomen. In het overzicht zijn grote uitbraken niet opgenomen.

Micro-organismen

Gen

Aantallen tot en met week 52, 2012

Klebsiella pneumonia

KPC

13

 

IMP

3

 

VIM

1

 

NDM

8

 

OXA-48

23

Klebsiella oxytoca
OXA-48
 1

Enterobacter spp

VIM

1

 

IMP

 

NDM

1

 

OXA-48

5

Escherichia coli

NDM

4

 

OXA-48

7

Indeling van de gevonden carbapenemasen

Drie Amblerklassen (1)

  • A: serinecarbapenemasen KPC (Klebsiella pneumoniae-carbapenemase)
  • B: metallocarbapenemasen VIM (Verona integron encoded metallo-ß-lactamas
    NDM (New Dehli metallo-β-lactamase)
  • D: OXA-carbapenemasen OXA-48 (oxacillinehydrolyserende ß-lactamase)

Literatuur

  1. R.P. Ambler, et al. Biochem J. (1991) 276, 269-272.

Nationale surveillance van meticillineresistente Staphylococcus aureus

In onderstaand overzicht vindt u de resultaten van de nationale surveillance van meticillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA). Infecties veroorzaakt door  MRSA zijn moeilijk te behandelen door de ongevoeligheid van deze bacterie voor alle β-lactamantibiotica (zoals penicillines, cefalosporines en carbapenems) en hun wisselende gevoeligheid voor andere groepen antibiotica. De nationale surveillance is opgezet om het effect van het MRSA search-and-destroybeleid te monitoren en te toetsen.
In tabel 1 is het totale aantal MRSA-isolaten opgenomen maar tevens het aantal buitenland gerelateerde en veegerelateerde isolaten en er is weergegeven hoeveel isolaten uit mogelijk infectieus materiaal afkomstig zijn en hoeveel afgenomen zijn voor screening.
De genetische karakterisering van de MRSA-isolaten gebeurt met Staphylococcus proteïne A (spa-)typering. Bij spa-typering bepaalt men de DNA-sequentie van de repeatregio in het spa- gen². (1) Op basis van het spa-type kan men een uitspraak doen over een eventuele epidemiologische link. In tabel 2 zijn de meest frequent gevonden spa-types te zien tot en met week 52 in 2012 en de aantallen daarvan in 2011.

Literatuur

  1. Harmsen D, Claus H, et al. Typing of methicillin-resistant Staphylococcus aureus in a university hospital setting by using novel software for spa repeat determination and database management. J Clin Microbiol 2003; 41(12): 5442-8.

 

Tabel 1: Overzicht MRSA-isolaten week 1 t/m 52, 2012

2011

2012

Totaal aantal MRSA-isolaten
3122
3148

Aantal buitenland gerelateerde isolaten *

144
122

Aantal veegerelateerde isolaten (ST 398)

1256 1184

Aantal niet-veegerelateerde isolaten

1866 1964 

Aantal screeningsisolaten

2027 2024

Isolaten uit mogelijk infectieus materiaal

1060
1067

Isolaten uit ander materiaal

35
57

Tabel 2: De meest frequent gevonden spa-types week 1 t/m 52, 2012

 

 

2011

2012

Veegerelateerd (ST 398)

t011

801 758

 

t108

225 193

 

t034

74 113

Niet veegerelateerd

t002

248 219

 

t008

194 187

 

t1081

116 114

 

Contactpersoon:

A.P.J. Haenen | Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, tel. 030 - 274 43 33

 

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / Januari 2013 / Nationale surveillance van CPE en MRSA tot en met week 52, 2012

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu