RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Nationale surveillance van CPE en MRSA week 1 tot en met week 4, 2013

Nationale surveillance van carbapenemaseproducerende Enterobacteriaceae

In onderstaand overzicht vindt u de resultaten van de nationale surveillance van carbapenemaseproducerende Enterobacteriaceae (CPE). Doel van de surveillance is het vóórkomen van CPE in kaart te brengen. In het overzicht is 1 isolaat per patiënt weergegeven en zijn alleen de aangetoonde carbapenemasegenen opgenomen. In het overzicht zijn grote uitbraken niet opgenomen. Tabel 1 toont de isolaten die in de weergegeven periode ontvangen zijn door het RIVM.

Tabel 1 Overzicht CPE-isolaten t/m week 4

Micro-organismen

Gen

2012

2013

Klebsiella pneumonia

OXA-48

0

4
Klebsiella oxytoca
OXA-48

0

1

 

Indeling van de gevonden carbapenemasen

 

Drie Amblerklassen (1)

  • A: serinecarbapenemasen       KPC      (Klebsiella pneumoniae-carbapenemase)
  • B: metallocarbapenemasen     VIM       (Verona integron encoded metallo-ß-lactamas NDM (New Dehli metallo-β-lactamase)
  • D: OXA-carbapenemasen        OXA-48 (oxacillinehydrolyserende ß-lactamase)

Literatuur

  1. R.P. Ambler, et al. Biochem J. (1991) 276, 269-272.

 

Nationale surveillance van meticillineresistente Staphylococcus aureus

In onderstaand overzicht vindt u de resultaten van de nationale surveillance van meticilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA). Infecties veroorzaakt door meticillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA) zijn moeilijk te behandelen door de ongevoeligheid van deze bacterie voor alle beta-lactamantibiotica (zoals penicillines, cefalosporines en carbapenems) en hun wisselende gevoeligheid voor andere groepen antibiotica. De nationale surveillance is opgezet om het effect van het MRSA-search-and-destroybeleid te monitoren en te toetsen.
In tabel 2 is het totale aantal MRSA-isolaten opgenomen maar tevens het aantal buitenlandgerelateerde en veegerelateerde isolaten en er is weergegeven hoeveel isolaten uit mogelijk infectieus materiaal afkomstig zijn en hoeveel afgenomen zijn voor screening.
De genetische karakterisering van de MRSA-isolaten gebeurt met spa-typering. Bij spa-typering bepaalt men de DNA sequentie van de 'repeatregio' in het Staphylococcus proteïne A (spa) gen². Op basis van het spa-type kan men een uitspraak doen over een eventuele epidemiologische link. In tabel 2 zijn de meest frequent gevonden spatypes te zien tot en met week 10 in 2012 en de aantallen daarvan in 2011.

Literatuur

  1. Harmsen D, Claus H, et al. Typing of methicillin-resistant Staphylococcus aureus in a university hospital setting by using novel software for spa repeat determination and database management.
    J Clin Microbiol 2003; 41(12): 5442-8.

 

Tabel 1 Overzicht MRSA-isolaten week 1 t/m 4, 2013


2012

2013

Totaal aantal MRSA-isolaten
246
106

Aantal buitenland gerelateerde isolaten *


5

Aantal veegerelateerde isolaten (ST 398)

113 32 

Aantal niet-veegerelateerde isolaten

133 74 

Aantal screeningsisolaten

166 60 

Isolaten uit mogelijk infectieus materiaal

68 46 

Isolaten uit ander materiaal

12 


Tabel 2 De meest frequent gevonden spa-types week 1 t/m 52, 2012

 

 

2012

2013

Veegerelateerd (ST 398)

t011

60 24

 

t108

25 3

 

t034

10 4

Niet veegerelateerd

t002

19 6

 

t008

12 19

 

t019

6 4

 

Contactpersoon: A.P.J. Haenen
Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, tel. 030 - 274 43 33

 

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / Februari 2013 / Nationale surveillance van CPE en MRSA week 1 tot en met week 4, 2013

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu