RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Gesignaleerd

Overzicht van bijzondere meldingen, clusters en epidemieën van infectieziekten in binnen- en buitenland tot en met 8 maart

Binnenland

Verheffing van Mycoplasma pneumoniae

Afgelopen november was er een toename van het aantal Mycoplasma pneumoniae-diagnosen in de Virologische Weekstaten. Deze toename heeft zich doorgezet gedurende de eerste 2 maanden in 2012. Ongeveer elke 4 tot 7 jaar wordt een verheffing gezien, de voorgaande verheffingen in Nederland waren in 2002 en 2005. Het European Centre of Disease Prevention and Control (ECDC) beschreef recent in Eurosurveillance dat in meerdere EU-lidstaten gedurende eind 2011 een hoog aantal gevallen gemeld werden. Of er sprake is van een virulentere stam dan in eerdere jaren is niet bekend maar wordt door het Erasmus Medisch Centrum nader onderzocht. Bron: Osiris)

Kinkhoestverheffing

Het aantal gemelde kinkhoestgevallen was eind 2011 hoog, en dit gold ook voor de periode januari en februari dit jaar. Hiermee wijkt de seizoenstrend af van het gebruikelijke patroon. De leeftijdsverdeling van de patiënten lijkt niet af te wijken van andere jaren. (Bron: Osiris)

MRSA-probleem in verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg

In een verpleeghuis en een daaraan verbonden verzorgingstehuis in de noordelijke Randstad zijn de afgelopen weken meerdere bewoners en een personeelslid positief bevonden met MRSA spa-type t1081. Dit type was eerder opgedoken in de regio in meer verpleeghuizen, waaronder het hier betreffende verpleeghuis. Het type lijkt zich gemakkelijk te verspreiden in de verpleeghuizen, maar verreweg in de meeste gevallen tot nu toe ging het om asymptomatisch dragerschap. De verspreiding kon steeds bestreden worden met standaard hygiënemaatregelen. (Bron: artsen-microbiologen)

Verheffing STEC O26 nader bekeken

Eind 2011 werd in de surveillance van shigatoxineproducerende Escherichia coli (STEC) gezien dat het aandeel STEC O26 in 2011 hoger was (20 meldingen) dan in het jaar daarvoor (6 meldingen). STEC O26 staat net als STEC O157 bekend om zijn ziekmakend vermogend. Vier van de meldingen in 2011 bleken te behoren bij een gezinscluster in het oosten van het land. De andere patiënten woonden verspreid in Nederland en leken geen gezamenlijke bron te hebben. Een pulsed field gel electroforese (PFGE) van de stammen toont veel genetische variatie aan; er is geen dominant genotype. Wel clusterden de 4 stammen van het gezin bij elkaar. De verheffing is mogelijk te verklaren door de gestage toename van het aantal ingezonden stammen na een positieve Polymerase Chain Reaction (PCR).  Hierdoor is een trendbreuk in het jaarlijks aantal positief bevestigde STEC-stammen ontstaan. Daarnaast is de diversiteit aan O-types in de surveillance toegenomen. Er is dus geen werkelijke toename zichtbaar van het aantal infecties ten gevolge van STEC O26. (Bron: STEC-surveillance)

Stand van zaken bof in Nederland

Net als in 2010 en 2011 heerst ook deze winter weer bof in Nederland, voornamelijk onder studenten (zie figuur 1) en in verschillende steden. Er zijn vanaf 1 december 2009 tot en met 9 maart 2012 in totaal 1296 bofgevallen gemeld in Osiris. De meest frequent gemelde complicatie van de bof is orchitis. Ongevaccineerde en eenmaal gevaccineerde studenten wordt aangeraden zich te laten vaccineren met een dosis BMR. Onderzoek heeft aangetoond dat het risico op complicaties van de bof kleiner is bij bofpatiënten die in het verleden gevaccineerd waren ten opzichte van ongevaccineerde bofpatiënten. Het RIVM voert in samenwerking met. GGD’en, de academische werkplaats AMPHI en het Academisch Medisch Centrum Amsterdam onderzoek uit naar de bofepidemie. (Bron: Osiris)

Figuur 1 Gesignaleerd

Figuur 1 Bof in Nederland

Derde in Nederland opgelopen geval van Echinococcus multilocularis-infectie

Bij een 69-jarige patiënte werd eind 2011 bij toeval een grote afwijking in de lever gevonden. Deze voorheen asymptomatische laesie bleek te zijn veroorzaakt door een infectie met Echinococcus multilocularis. De laesie is operatief radicaal verwijderd. De diagnose kon worden vastgesteld met behulp van PCR op materiaal van de afwijking in de lever. De diagnose werd in een Zwitsers referentielaboratorium bevestigd. Opvallend is dat bij deze patiënte geen duidelijke bron kon worden vastgesteld. De patiënte is niet in endemische gebieden geweest (zoals bijvoorbeeld Centraal-Europa). De patiënte woont in het midden van het land waar, voor zover bekend, geen E. multilocularis-geïnfecteerde dieren voorkomen. Dit is de derde patiënt sinds 2008 waarbij de diagnose E. multilocularis werd gesteld en die de infectie waarschijnlijk in Nederland heeft opgelopen. De eerste patiënt werd in 2008 gevonden in Limburg. Vóór 2008 werd bij 4 patiënten de diagnose E. multilocularis gesteld; zij waren waarschijnlijk besmet in het buitenland (Zwitserland, Turkije). (Bron: arts-microbioloog)

Buitenland

Clusters van Salmonella Newportinfecties in Europa door consumptie van watermeloen

Het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) meldt clusters van 34 Salmonella Newportinfecties in Groot-Brittanië (Engeland, Wales, Schotland en Noord-Ierland), 15 in Duitsland en 4 in Ierland. De stammen hadden hetzelfde PFGE-profiel, als eerder werd gevonden op een stuk voorverpakte watermeloen in Groot-Brittanië. Het stuk watermeloen werd in november 2011 getest als onderdeel van een regulier voedselonderzoek door de Health Protection Agency (HPA). Het PFGE-profiel was nooit eerder gezien. Dertien van de 19 geïnterviewde mensen in Groot-Brittanië en 4 van de 6 in Duitsland rapporteerden dat zij watermeloen hadden gegeten voordat ze ziek werden. In Nederland is er geen verheffing van het aantal S. Newportinfecties vernomen. (Bron: ECDC)

Legionellose door tandartspraktijk in Italië

Een 82-jarige vrouw uit Italië overleed aan legionellose. Bij brononderzoek werd een tandartspraktijk gevonden en microbiologisch onderzoek ondersteunt de hypothese dat ze daar besmet is geraakt; na sequentieanalyse bleek dat de monsters van de patiënt en van de praktijk niet van elkaar waren te onderscheiden. Ook  in Nederland worden tandartspraktijken als mogelijke bronnen meegenomen in de bronopsporing. In Osiris en in het bronnenbestand van de Bronopsporingseenheid Legionella-pneumonie (BEL) is een aantal keer ‘tandartsbezoek’ in de incubatieperiode genoemd, maar er zijn geen aanwijzingen dat dit vaker wordt genoemd dan op basis van toeval verwacht zou worden. In 2 gevallen werd er door BEL naar aanleiding van een patiënt met legionellose bemonsterd bij een tandarts. Deze bemonsteringen waren in beide gevallen negatief voor Legionella. (Bron: Promed )  

Wereldwijde poliosituatie

Op 13 januari 2012 was het precies een jaar geleden dat voor de laatste keer een geval van polio werd gezien in India. Indicatoren wijzen op een goede surveillance. Ook kon het virus in 2011 niet worden aangetoond in rioolwatermonsters in een aantal Indiase steden. India is nu meer dan een jaar poliovrij. Een enorme prestatie dankzij vele vaccinatieronden met trivalent of bivalent (P1+P3) oraal poliovaccin (6 maal per jaar onder bijna 200 miljoen kinderen onder de 5 jaar). Het succes van het polio-eradicatieprogramma in India staat in schril contrast met de ontwikkelingen in Pakistan en Afghanistan. In Pakistan worden steeds meer gevallen van polio gemeld. Daarnaast bevatten veel afvalwatermonsters wildtype poliovirus 1, ook in gebieden zonder gevallen van polio. De onzekere politieke situatie, corruptie en overstromingen zijn de oorzaken van het falen van het programma het afgelopen jaar. Bovendien is het Pakistaanse virus ook opgedoken in China, waardoor de poliovrije status van de Western Pacific WHO-regio onder druk staat. In Nigeria, het vierde epidemische land, stijgt het aantal poliogevallen weer. (Bron: WHO)

Twee gevallen van Trypanosomiasis bij toeristen uit Kenia

Twee toeristen, uit Belgie en uit Duitsland, zijn in Kenia besmet geraakt met Trypanosomiasis. Zij bezochten het Masai Marawildpark tussen half januari en begin februari. Hoewel het niet ongewoon is dat toeristen besmet raken, zijn dit de eerste reizigers die besmet zijn in Kenia sinds 2000. Trypanosomiasis (slaapziekte) is endemisch in Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara. In Nederland wordt de ziekte sporadisch vastgesteld. In Oost-Afrikaanse landen wordt de ziekte veroorzaakt door de parasiet Tryponosoma brucei rhodesiense. Het reservoir wordt gevormd door vee en wilde dieren en overdracht vindt plaats door een beet van een besmette tseetseevlieg. Het algemene advies van het Landelijk Coördinatiecentrum Reizigersadvisering (LCR) aan reizigers om zich te beschermen tegen beten van tseetseevliegen is, bijvoorbeeld door het dragen van voldoende bedekkende kleding en het insmeren van de huid met een insectenwerend middel. (Bron: ECDC

Nieuw influenzavirus aangetroffen in Amerikaanse vleermuizen

Een onderzoeksgroep beschrijft de ontdekking van een nieuwe influenzavirusvariant bij vleermuizen in Midden-Amerika. De onderzoekers hebben in totaal 316 vleermuizen (21 soorten) onderzocht, die gevangen waren op verschillende locaties in Guatemala (figuur 2) tussen 2009 en 2010. Bij 3 vleermuizen is met PCR influenza A-virus aangetoond in een rectale uitstrijk. Een fylogenetische analyse van hemagglutininesequenties liet zien dat het een nieuwe influenzavariant was, genaamd H17. Het neuraminidasegen is anders dan tot nu toe gevonden en lijkt te zijn ontstaan vóór de evolutionaire splitsing van influenza A- en B-virussen. Op basis van sequentieanalyse blijken de overige 6 gensegmenten een voorloper te zijn van alle bekende influenza A-genen. De vleermuissoort Sturnira lilium komt voor in Midden- en Zuid-Amerika. De studie toont aan dat vleermuizen besmet kunnen zijn met influenzavirus en bovendien een sylvatisch (bosgerelateerd) zoogdierreservoir lijken te zijn. Er zijn vooralsnog geen aanwijzingen dat deze influenzavariant H17 besmettelijk is voor mensen. (Bron: Proceedings of the National Academy of Sciences of the U.S.)

Kaartje Guatemala Gesignaleerd

Figuur 2 Guatemala

Herstel van een klinische rabiësinfectie in de Verenigde Staten

In het Morbidity and Mortality Weekly Report (MMWR) van de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) wordt een achtjarig meisje beschreven dat in mei 2011 met rabiës werd gediagnosticeerd en deze infectie overleefde. Het meisje woonde in een plattelandsgebied in Californië. Ze was gekrabd door 2 verschillende wilde, ongevaccineerde katten. Ze verbleef 37 dagen in een ziekenhuis waarbij zij 15 dagen in een medicamenteus geïnduceerde coma werd gehouden, Het overleven van een rabiësinfectie is zéér uitzonderlijk wanneer postexpositieprofylaxe niet wordt gegeven vóórdat symptomen intreden. Het meisje is wereldwijd de derde gedocumenteerde patiënt die een rabiësinfectie overleefde. (Bron: MMWR)

Auteur

E. Fanoy, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven

Correspondentie:

E. Fanoy | Ewout.Fanoy@rivm.nl

IB cover

Download

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu