RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Nationale surveillance van CPE en MRSA tot en met week 44, 2012

Nationale surveillance van carbapenemaseproducerende Enterobacteriaceae (CPE)

In onderstaand overzicht vindt u de resultaten van de nationale surveillance van carbapenemaseproducerende Enterobacteriaceae (CPE). Doel van de surveillance is het voorkomen van CPE in kaart brengen. In het overzicht is 1 isolaat per patiënt weergegeven en zijn alleen de aangetoonde carbapenemasegenen opgenomen. In het overzicht zijn grote uitbraken niet opgenomen.

Micro-organismen

Gen

Aantallen tot en met week 40, 2012

Klebsiella pneumonia

KPC

12

 

IMP

3

 

VIM

1

 

NDM

7

 

OXA-48

22

Klebsiella oxytoca
OXA048
1

Enterobacter spp

VIM

1

 

NDM

1

 

OXA-48

5

Escherichia coli

NDM

4

 

OXA-48

5

Indeling van de gevonden carbapenemasen

Drie Amblerklassen (1)

  • A: serinecarbapenemasen KPC (Klebsiella pneumoniae-carbapenemase)
  • B: metallocarbapenemasen VIM (Verona integron encoded metallo-ß-lactamas
    NDM (New Dehli metallo-β-lactamase)
  • D: OXA-carbapenemasen OXA-48 (oxacillinehydrolyserende ß-lactamase)

Literatuur

  1. R.P. Ambler, et al. Biochem J. (1991) 276, 269-272.

Nationale surveillance van meticillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA).

In onderstaand overzicht vindt u de resultaten van de nationale surveillance van meticillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA). Infecties veroorzaakt door meticillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA) zijn moeilijk te behandelen door de ongevoeligheid van deze bacterie voor alle β-lactamantibiotica (zoals penicillines, cefalosporines en carbapenems) en hun wisselende gevoeligheid voor andere groepen antibiotica. De nationale surveillance is opgezet om het effect van het MRSA search-and-destroybeleid te monitoren en te toetsen.
In tabel 1 is het totale aantal MRSA-isolaten opgenomen maar tevens het aantal buitenland gerelateerde en veegerelateerde isolaten en er is weergegeven hoeveel isolaten uit mogelijk infectieus materiaal afkomstig zijn en hoeveel afgenomen zijn voor screening.
De genetische karakterisering van de MRSA-isolaten gebeurt met spa-typering. Bij spa-typering bepaalt men de DNA-sequentie van de repeatregio in het Staphylococcus proteïne A (spa) gen². (1) Op basis van het spa-type kan men een uitspraak doen over een eventuele epidemiologische link. In tabel 2 zijn de meest frequent gevonden spa-types te zien tot en met week 24 in 2012 en de aantallen daarvan in 2011.

Literatuur

  1. Harmsen D, Claus H, et al. Typing of methicillin-resistant Staphylococcus aureus in a university hospital setting by using novel software for spa repeat determination and database management. J Clin Microbiol 2003; 41(12): 5442-8.

 

Tabel 1: Overzicht MRSA-isolaten week 1 t/m 44, 2012

2011

2012

Totaal aantal MRSA-isolaten
2633
2705

Aantal buitenland gerelateerde isolaten *

122
108

Aantal veegerelateerde isolaten (ST 398)

1054
1010

Aantal niet-veegerelateerde isolaten

1579
1695

Aantal screeningsisolaten

1714
1749

Isolaten uit mogelijk infectieus materiaal

895
900

Isolaten uit ander materiaal

24
56

Tabel 2: De meest frequent gevonden spa-types week 1 t/m 44, 2012

 

 

2011

2012

Veegerelateerd (ST 398)

t011

679
658

 

t108

189
165

 

t034

94
89

Niet veegerelateerd

t002

225
181

 

t008

172
158

 

t1081

113
98

 

Contactpersoon:

A.P.J. Haenen | Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, tel. 030 - 274 43 33

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / December 2012 / Nationale surveillance van CPE en MRSA tot en met week 44, 2012

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu