RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Gesignaleerd

Overzicht van bijzondere meldingen, clusters en epidemieën van infectieziekten in binnen- en buitenland

Binnenland

Mazelen in Nederland

Het aantal mazelengevallen met een eerste ziektedag vanaf maart 2011 is eind mei 28. Het zijn individuele gevallen of kleine clusters, veelal na een introductie uit het buitenland (Frankrijk, Italië of België). De meeste clusters spelen rondom scholen en gezinnen met een lage vaccinatiegraad, vaak vanwege een antroposofische levenshouding. Tot op heden is de verdere verspreiding beperkt en ook is er nog geen geval binnen de bevindelijk gereformeerde gemeenschap gesignaleerd.  (Bron: Osiris)

Bofepidemie in Nederland

Het aantal patiënten met een eerste ziektedag tussen 1 december 2009 en 17 mei 2011 is toegenomen tot 926. Het valt op dat recente infecties zich meer lijken voor te doen onder niet-universitaire studenten, hetgeen wijst op verdere verspreiding onder de algehele bevolking.  (Figuur 1) Er zijn clusters gemeld onder jongvolwassenen van sportclubs (voetbal, waterpolo, mogelijk roeivereniging). Van alle gerapporteerde patiënten is de mediane leeftijd 22 jaar, het overgrote deel is tweemaal gevaccineerd. Orchitis is de meest frequente complicatie (gemeld bij 12% van de mannelijke bofpatiënten). Voor het eerst sinds de bofepidemie begon in december 2009 zijn er ook infecties onder jongere kinderen gemeld. Het ging om clusters op onder andere een basisschool met een lage vaccinatiegraad vanwege een antroposofische levenshouding.  (Bron: Osiris)

 Gesignaleerd figuur 1
Figuur 1 Bofgevallen (n =837) naar student status en week van eerste ziektedag, 1 dec 2009- 17 mei 2011

 

Coccidioides-infectie mogelijk opgelopen in de Verenigde Staten.

Een 77-jarige vrouw met 2 totaleknieprotheses die geplaatst waren in 2005, meldde zich bij de orthopeed vanwege langer bestaande klachten van de rechterknie. De knie was wat gezwollen en iets warm. Er werd op 2 verschillende momenten uit puncties van de knie een schimmel gekweekt en sequentieanalyse toonde een 100% overeenkomst met Coccidioides immitis. Patiënte was niet immuungecompromitteerd. Deze schimmel komt endemisch voor in de grond in delen van Noord- en Zuid-Amerika. (Figuur 2) Na inademing van verwaaide sporen kan de schimmel tot klachten en soms zelfs tot gedissemineerde infecties leiden. Bij navraag bleek dat patiënte 2 jaar geleden het zuidwesten van de Verenigde Staten rondgereisd had. De schimmel wordt niet van mens op mens overgedragen. Op het laboratorium zijn enkele personen blootgesteld aan deze schimmel. Zij krijgen geen postexpositieprofylaxe, maar worden wel vervolgd. Bij de patiënte wordt focusonderzoek gedaan en haar behandeling zal waarschijnlijk bestaan uit de verwijdering van de totale- knieprothese en langdurige/levenslange behandeling met antimycotica. (Bron: Arts-microbioloog K. Verduin )

Gesignaleerd figuur 2
Figuur 2 Verspreidingsgebied van Coccidioides immitis.
Bron figuur: Valley Fever Center for Excellence, University of Arizona

 

Toename MRSA bij paarden en sporadische humane besmetting

MRSA komt steeds vaker voor bij paarden. Aanvankelijk (jaren 2003-2004) ging het vooral om sporadische gevallen, maar het aantal gevallen van MRSA-kolonisatie en besmetting bij paarden neemt de laatste jaren toe. (zie figuur 3)

Op dit moment vindt het Veterinair Microbiologisch Diagnostisch Centrum (VMDC) 20-40 klinische gevallen bij paarden per jaar. Het zijn vaak wondinfecties na operaties. Bij de meeste van deze isolaten gaat het om spa-type t064 (MLST ST8) en sinds 2006 ook om de spa-types t011, t588 en t2123 (MLST ST398; het bekendste aan vee gerelateerde type). Mensen die in nauw contact komen met paarden, zoals dierenartsen en eigenaren van besmette paarden hebben een verhoogde kans om neusdrager te zijn van MRSA. Recent heeft het VMDC 2 gevallen van (vermeende) transmissie van paard naar mens gezien. In het eerste geval werd een MRSA van spa-type t011 gevonden bij een 16-jarig meisje met een ulcus aan haar voet. Het meisje had geen contact met varkens of kalveren. Haar paard bleek besmet met hetzelfde MRSA-type. In het tweede geval werd MRSA gevonden in de urine van een patiënt die in het ziekenhuis was behandeld voor een urosepsis ten gevolge van een E.coli. De MRSA was van spa-type t588, een type dat niet veel bij mensen voorkomt. De verpleegkundige die deze patiënt had verpleegd bleek neusdrager van eenzelfde MRSA, evenals haar echtgenoot en kind. De hond en één van de paarden van deze verpleegkundige bleken een MRSA van een zeer nauw verwant spa-type t4628 te dragen. In beide gevallen was het paard de meest waarschijnlijke bron.
(Bron: veterinair microbioloog E. van Duijkeren, VMDC)

Gesignaleerd figuur 3

Figuur 3 Spatypes gevonden in klinische monsters van paarden in Nederland.

Twee patiënten met orf na contact met schapen in Noord-Holland

Het RIVM heeft 2 monsters van 2 patiënten PCR-positief bevonden voor het orfvirus. Het gaat om een vrouw uit de Zaanstreek met een otitis externa. Zij had contact gehad met schapen. Waarschijnlijk heeft de besmetting via de handen plaatsgevonden. De tweede patiënt is een vrouw uit Noord-Holland die zich tijdens het voorbereiden van de maaltijd verwond heeft aan een lamsbout en laesies ontwikkelde aan de vinger. De gevallen zijn voor zover bekend niet gerelateerd. (Bron: RIVM)

Buitenland

Cholera-uitbraak in Haïti

Het aantal choleragevallen neemt weer toe in Haïti. Dit komt door de aanvang van het regenseizoen (mei t/m juli) waardoor de slecht functionerende rioleringen overbelast raken. Sinds aanvang van de uitbraak in oktober 2010 zijn er nu officieel bijna 300.000 ziektegevallen en ruim 4600 sterfgevallen. (Bron: Promed)

Tularemie-importcasus in Frankrijk

Bij een jongeman is in januari 2011 tularemie gediagnosticeerd. Waarschijnlijk is hij in november 2010 in Centraal-Turkije besmet geraakt door direct contact met schapen heeft opgelopen. Tularemie is een bacteriële zoönose veroorzaakt door Francisella tularensis. Transmissie kan rechtstreeks plaatsvinden door besmettingsbronnen van dierlijke oorsprong of indirect via vliegen en teken of via oppervlaktewater. Tularemie is endemisch in verschillende Europese landen en komt regelmatig voor in Turkije.
In de Eurosurveillance editie 18 van 5 mei 2011 wordt gerapporteerd dat er gedurende 2010 meer dan 100 tularemiegevallen gemeld zijn vanuit Centraal-Turkije. Het Turkse ministerie is daarom begonnen met het verbeteren van de waterinfrastructuur in dat gebied en doet nu aan actieve surveillance. (Bron: Institut de Veille Sanitaire)

Duitse reizigers met Ross Rivervirusinfecties na reis Australië

Er is een toename van Ross Rivervirus-infecties in het westen van Australië. Tot begin april van dit jaar hebben 613 personen de infectie opgelopen, dat is bijna twee keer zoveel alsin dezelfde periode vorig jaar. Ross Rivervirusinfecties zijn overdraagbaar door muggen en zijn endemisch in Australië. Door overvloedige regenval is het aantal infecties dit jaar hoger dan normaal en de verwachting is dat dit aantal verder zal stijgen. Infecties gaan gepaard met koorts, huiduitslag, hoofdpijn, en gewrichts- en spierpijn.

Bij 2 Duitse reizigers die na terugkeer uit Australië symptomen ontwikkelden die pasten bij een Ross Rivervirusinfectie, konden in een reizigerskliniek antistoffen (zowel IgM als IgG) tegen Ross Rivervirus aangetoond worden. Vermoedelijk hebben ze de infectie in West-Australië opgelopen, waar ze veelvuldig waren gestoken door muggen. In Nederland verricht het Erasmus Medisch Centrum diagnostiek naar het Ross Rivervirus. (Bron: Promed)

Polio in Ivoorkust

In Ivoorkust is een uitbraak gaande van polio. Drie patiënten kregen symptomen van slappe verlamming op 27 januari, 24 februari en 27 februari. Bij hen is wild poliovirustype 3 (WPV3) aangetoond. Genetisch zijn deze stammen verwant aan WPV3-stammen die in het noorden van Nigeria werden gevonden tijdens de uitbraak in 2008 in dat gebied. WPV3 wordt wereldwijd niet vaak meer gevonden (dit jaar in totaal 9 maal), maar nog wel in Nigeria en sinds 2008 ook in delen van Mali en er was één patiënt in Benin. Hoewel in West-Afrika nog steeds vaccinatiecampagnes lopen, is de laatste campagne (eind maart) door de instabiele politieke situatie in de Ivoorkust niet gelukt. (Bron: WHO)

Gordeldieren als waarschijnlijke bron voor autochtone lepra in de Verenigde Staten

Gordeldieren (Dasypus novemcintus, zie foto) zijn waarschijnlijk een bron van een deel van de autochtone lepra-infecties in de Verenigde Staten. Normaliter worden daar ongeveer 150 gevallen van lepra per jaar gemeld, waarvan ongeveer een derde in vooral het zuiden moet zijn opgelopen. Gordeldieren vormen het enige bekende dierlijke reservoir van lepra en casuïstische besmettingen van dier op mens zijn zowel in Noord- als Zuid-Amerika beschreven. Een studie werd uitgevoerd om het belang van gordeldieren als besmettingsbron van autochtone humane lepra-infecties in de Verenigde Staten beter in kaart te brengen. Op basis van DNA-analyse bleken een wild gordeldier en 3 patiënten geïnfecteerd met eenzelfde

M.leprae-variant. Vervolgens werden 33 gordeldieren gevangen in de zuidelijke staten en bemonsterd. Verder werden 50 opgeslagen huidbiopten van humane patiënten uit de periode 1993-2007 verzameld. De eerder gevonden

M.leprae-variant werd vervolgens aangetroffen bij 28 van de 33 onderzochte gordeldieren en bij 25 van de 39 lepra-patiënten die wonen in gebieden waar besmetting via gordeldieren een mogelijkheid vormt. Een direct causaal verband is hiermee niet gelegd, maar de geografische en genetische overeenkomsten zijn volgens de onderzoekers wel een sterke aanwijzing dat lepra in het zuiden van de Verenigde Staten op zijn minst deels een zoönose is. Direct contact is waarschijnlijk de belangrijkste besmettingsroute en daarom wordt aanraken of consumptie van gordeldieren door de onderzoekers afgeraden. Gordeldieren komen voor in delen van zowel Noord-, Midden-, als Zuid-Amerika. In Suriname staan gordeldieren soms op het menu. Maar vooral in de Verenigde Staten is er direct contact met mensen door het spelen met, jagen op en eten van de dieren. (Bron: New England Journal of Medicine 2011; 36)

Gesignaleerd Gordeldier

Dasypus novemcintus, negenbandig gordeldier

Auteur

E. Fanoy, Centrum Infectieziektebestrijding, RIVM, Bilthoven

Correspondentie:

E.Fanoy | Ewout.Fanoy@rivm.nl

 

IB cover

Download

Gerelateerde onderwerpen

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu