Net als in voorgaande jaren is het aantal patiënten met leptospirose (waaronder de ziekte van Weil) hoog. Voor 2014 waren er jaarlijks rond de 30 patiënten. In 2015 ging het om 90 patiënten, vergelijkbaar met 2014. De stijging is in heel West- Europa te zien. Dat blijkt uit de Staat van Zoönosen 2015 die op 1 december is gepubliceerd. Verder geeft deze editie een inzicht in risico’s van zoönosen op boerderijen met nevenactiviteiten en maatregelen om ziekte te voorkomen.

Leptospirose

In Nederland zijn kleine knaagdieren, zoals ratten en muizen de belangrijkste verspreider van leptospirose. De urine van besmette ratten komt terecht in oppervlaktewater en modder. Zo is in Nederland bij enkele deelnemers van een zogeheten mudrun (modderloop) leptospirose vastgesteld. Deze ziekte, waarvan de ziekte van Weil de meest ernstige vorm is, komt de afgelopen jaren ook in andere landen in West-Europa vaker voor. Dit hangt mogelijk samen met de milde winters en natte zomers en toename van het aantal ratten.

Huidschimmel

Verder is in 2015 een opmerkelijke stijging gemeld van het aantal cavia’s met een huidschimmelinfectie. Ook mensen, en vooral kinderen, kunnen hiermee besmet raken en ringworm krijgen. Infectie met deze schimmel is op zich niet ernstig, maar kan erg vervelend zijn en is soms moeilijk te behandelen. Als deze huidschimmel zich voordoet bij mensen, is het mogelijk dat een thuisgehouden cavia de bron van de besmetting is.

Rauw vlees

Het voeren van rauw vlees en organen aan honden en katten is in opkomst. Omdat de dieren besmet kunnen raken met parasieten en bacteriën zoals Salmonella, wordt afgeraden om pups rauw vlees en organen te voeren. Zulke ziekteverwekkers kunnen vervolgens doorgegeven worden aan mensen. Dit zou een risico kunnen zijn voor kinderen, ouderen, zwangeren of mensen met een verzwakt immuunsysteem.

Nevenactiviteiten op de boerderij

Het aantal boeren dat ‘er iets bij doet’ op de boerderij neemt sterk toe. Voorbeelden van deze nevenactiviteiten zijn zorgboerderijen, agrotoerisme, zelfzuivelaars met winkel en agrarische kinderdagopvang. Hoewel de risico’s op ziekte over het algemeen klein zijn, heeft de sector enkele maatregelen genomen om de risico’s van besmettingen met ziekteverwekkers te beperken. Voorbeelden zijn keurmerken met aandacht voor optimale hygiëne, het aanleggen van plekken om de handen te wassen en het advies voor zwangere vrouwen om uit de buurt te blijven van schapen en geiten die net hebben gelammerd. In deze Staat van Zoönosen staat een inventarisatie van de risico’s en verschillende bestaande maatregelen.

Staat van Zoönosen

Zoönosen zijn infectieziekten die van dier op mens kunnen worden overgedragen. De zoönosen die voor Nederland van belang zijn, worden jaarlijks in de Staat van Zoönosen op een rij gezet, in dit geval over het jaar 2015. Het rapport wordt op donderdag 1 december gepresenteerd op het 10e Nationale Zoönosensymposium dat wordt georganiseerd door het RIVM en de NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit).