RIVM_Logo

Misvattingen die ontstaan als derogatiebedrijven vergeleken worden met niet-derogatiebedrijven.

Publicatiedatum: 21 december 2016
Wijzigingsdatum: 18 januari 2017

De nitraatconcentratie in het bovenste grondwater van derogatiebedrijven is lager dan gemiddeld gemeten in het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM). Derogatiebedrijven gebruiken meer dierlijke mest. Dan is het verleidelijk de conclusie te trekken dat het gebruik van dierlijke mest leidt tot minder nitraatuitspoeling. In dit artikel leggen we uit dat deze gevolgtrekking te kort door de bocht is.

Gebruik dierlijke mest

De nitraatconcentratie in het bovenste grondwater van derogatiebedrijven is lager dan gemiddeld in het LMM, terwijl het gebruik van dierlijke mest hoger is dan gemiddeld. Want derogatiebedrijven mogen meer dierlijke mest van graasdieren (230 of 250 kg N/ha) gebruiken dan bedrijven zonder derogatie. De niet-derogatiebedrijven mogen maximaal 170 kg N/ha dierlijke mest aanwenden. Het is verleidelijk om hieruit de conclusie te trekken dat het gebruik van dierlijke mest leidt tot minder nitraatuitspoeling.

Hoeveelheid bouwland

Het is algemeen bekend dat op grasland veel minder nitraat uitspoelt dan op bouwland (zoals bij mais). Dit komt doordat er in de graszode veel meer nitraatafbraak plaatsvindt. Dit komt omdat gras in het najaar en de winter nog steeds stikstof kan opnemen terwijl mais in het najaar wordt geoogst. Braakliggende bodem (afhankelijk van de ontwikkeling van het vanggewas) is gevoelig voor uitspoeling van nutriënten. Mede hierdoor zijn derogatiebedrijven verplicht om minstens 80% grasland in beheer te hebben (voorheen was dit 70%).De groep bedrijven in het LMM die geen derogatie hebben zijn veelal hokdierbedrijven met weinig grasland of akkerbouwbedrijven. Ook zijn er melkveebedrijven en overige bedrijven die geen derogatie hebben, bijvoorbeeld omdat deze bedrijven te veel maïsland hebben. Het gevolg is dat niet-derogatiebedrijven gemiddeld veel meer bouwland hebben, waardoor de nitraatuitspoeling vaak veel hoger is. Biologische bedrijven zijn hierop een uitzondering, deze mogen voor hun certificering maximaal 170 kg N/ha uit dierlijke mest toepassen en kunnen geen gebruik maken van de derogatieregeling.

Vergelijken derogatiebedrijven met niet-derogatiebedrijven

Om het effect van derogatie op de nitraatuitspoeling vast te stellen zouden bedrijven geselecteerd moeten worden die lijken op derogatiebedrijven (bv. wat betreft het percentage grasland of intensiteit), maar die geen gebruik maken van derogatie. Van dit soort bedrijven zijn er niet voldoende in het LMM. Bedrijven met genoeg grasland benadelen zichzelf als ze geen derogatie aanvragen, tenzij ze biologisch zijn. Hierdoor is het dus niet mogelijk om een relevante vergelijking van de nitraatuitspoeling te maken tussen de derogatie en niet-derogatiebedrijven in het LMM.

Meer lezen?

Vier keer per jaar publiceren we de LMM e-nieuwsbrief. Hierin staan actuele en achtergrondartikelen over onderwerpen die raken aan het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM). 
Link naar oude nieuwsbrieven
Link naar aanmeldpagina LMM e-nieuws.

<december 2016>

 

Gerelateerde onderwerpen

Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid

Inleidende informatie over het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid

Lees verder

Home / Documenten en publicaties / Misvattingen die ontstaan als derogatiebedrijven vergeleken worden met niet-derogatiebedrijven.

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu